Werkloosheid in de EU

Jongeren betalen het gelag

Jan Limbeek

In juli 2012 liep de werkloosheid in de 27 landen van de Europese Unie wederom op, zowel ten opzichte van de voorgaande maand als ten opzichte van jaar juli 2011. Volgens het statistisch bureau van de EU, Eurostat, zat in juli 2012 10,4 procent van de beroepsbevolking zonder werk. De jeugdwerkloosheid is echter nog veel groter en blijft toenemen, met name in de zeventien landen van de eurozone.

Na juli 2011 kwamen er in de EU27 2.104.000 werklozen bij, in de eurozone 2.051.000 en in de niet-euro zone van de EU 53.000. In de maand juni 2012 steeg de werkloosheid in de EU27 met 43.000; in de kleinere eurozone met 88.000. In de niet-euro landen stabiliseert de werkloosheid zich dus.

In de eurozone is de werkloosheid gemiddeld hoger dan het gemiddelde van alle EU-landen samen, maar de jeugdwerkloosheid (tot en met 24 jaar) is overal tegenwoordig bijna gelijk. Een jaar geleden was de jeugdwerkloosheid in de eurozone nog duidelijk lager dan in de EU27. Overigens is de hoge jeugdwerkloosheid een wereldwijd verschijnsel: 40 procent van de mondiale werklozen is jonger dan 25 jaar.

Het gemiddelde jeugdwerkloosheidscijfer is in Midden-Europa ruim twee keer hoger dan de werkloosheid onder de bevolking als geheel. In Tsjechië en Kroatië is het bijna drie keer hoger en in Roemenië ruim drie keer hoger. In Tsjechië en Roemenië komt dit doordat hun totale werkloosheid tot de laagste van Midden-Europa behoort en niet omdat de jeugdwerkloosheid in deze landen hoog is: die is vrij laag vergeleken met de overige landen van de regio. Alleen Slovenië scoort in dit opzicht beter. In Kroatië is zowel de totale werkloosheid als de jeugdwerkloosheid heel hoog.

Zoals bijna alle statistische bureaus definieert ook Eurostat werkloosheid volgens de definitie van de Internationale Arbeids Organisatie (Engelse afkorting: ILO). Werkloos zijn personen tussen 15 en 74 jaar die geen betaald werk hebben, binnen twee weken aan de slag zouden kunnen gaan en actief naar werk zochten in de voorgaande vier weken. Alle werkenden en ILO-werklozen samen vormen de beroepsbevolking. De rest is het economisch inactieve deel van de bevolking.

Het aantal werklozen zou sterk toenemen als de criteria van de ILO minder strikt gehanteerd worden. Part-timers die (veel) meer uur zouden willen werken beschouwt de ILO niet als werkloos. Ze werken immers wel, hoewel naar hun eigen smaak te weinig. Andersom rekent de ILO niet-werkenden niet tot de werkloze beroepsbevolking als ze zouden willen werken en beschikbaar zijn binnen twee weken, maar de voorgaande vier weken niet actief naar werk zochten, bijvoorbeeld omdat ze ontmoedigd waren. Evenmin rekent de ILO werkzoekenden tot het leger werklozen als ze niet binnen twee weken beschikbaar zijn voor werk, ook al zochten ze actief naar werk.

Deze twee categorieën van niet-werkenden, dus degenen die niet actief zochten naar werk of niet snel beschikbaar waren voor werk, vormen de potentieel extra beroepsbevolking. De categorie part-timers kan juist gedeeltelijk werkloos zijn. Een helder artikel over de niet officieel werklozen verscheen in Statistics in Focus.

Seizoensgecorrigeerde werkloosheid en jeugdwerkloosheid (t/m 24 jaar) in de EU-landen van Midden-Europa en Kroatië (% beroepsbevolking)
  Juli 2011 Januari 2012 Juli 2012
Totaal Jeugd Totaal Jeugd Totaal Jeugd
Eurozone17 10,1 20,7 10,8 22,0 11,3 22,6
EU27 9,6 21,3 10,1 22,4 10,4 22,5
Bulgarije 11,1 23,7 11,8 28,2 12,4 29,5
Tsjechië 6,7 18,3 6,8 19,2 6,6 18,9
Estland 11,4 22,0 10,9 22,7 10,1* 22,8*
Letland 15,7 31,8 15,4 29,2 15,9* 29,4*
Litouwen 15,2 32,4 13,7 31,7 13,0 25,6
Hongarije 11,0 25,8 11,2 27,7 10,8* 28,6*
Polen 9,6 25,6 10,0 26,5 10,0 25,4
Roemenië 7,5 23,8 7,3 23,7 7,0 23,7^
Slovenië 8,1 15,7 8,3 16,5 8,1 16,8*
Slowakije 13,4 33,7 13,8 34,0 14,0 37,8
Kroatië 13,5# 35,3# 14,8 39,9 15,7 41,1
      Ter vergelijking
VS 9,1 17,4 8,3 16,0 8,3 16,4
Japan 4,7 ... 4,7 ... 4,3* ...
geen gegevens; * juni 2012; ^ mei 2012; # augustus 2011
Bronnen: europa.eu en eurostat