Odessa in de letteren

Nicole de Boer en Eva van Santen

Talloze bekende en minder bekende dichters en schrijvers zijn in Odessa geboren of hebben er hun voetsporen nagelaten. Veel straten dragen hun namen en zeker in het centrum kom je overal standbeelden en gedenkplaten tegen die herinneren aan hun verblijf in deze stad. Nicole de Boer en Eva van Santen gingen naar Odessa en maakten er een literaire wandeling.

Ruslands grootste dichter Aleksandr Poesjkin (1799-1837) heeft Odessa weliswaar bezongen (zie elders in deze Prospekt het fragment uit Jevgeni Onegin), hij bracht zijn tijd er niet vrijwillig door. Vanwege zijn in 1817 geschreven ode Vrijheid wilden de autoriteiten hem naar SiberiŽ sturen. Dankzij invloedrijke vrienden werd het Zuid-Rusland: MoldaviŽ (ook vaak BessarabiŽ genoemd) en later Odessa. Hierna moest hij nog in afzondering gaan wonen op Michajlovskoje, het landgoed van zijn ouders nabij Pskov.

In Odessa arriveerde hij in 1823 en hij bleef er ruim een jaar. Hoewel Poesjkin meermalen in brieven aangaf zich te vervelen, had hij in de jonge stad genoeg te doen: lekker dineren bij de Griek, wijn drinken, naar de opera, gokhuizen bezoeken, flaneren langs de boulevard en strandwandelingen maken met gravin Vorontsova.

En niet te vergeten schrijven: de eerste drie hoofdstukken van zijn roman in verzen Jevgeni Onegin heeft hij grotendeels in Odessa geschreven. In Odessa staan twee beelden van de dichter: een borstbeeld aan de kop van de Primorski Boelvar en een standbeeld voor het Poesjkinmuseum in, jawel, de Poesjkinstraat.

Maksim Gorki (1868-1936) werkte in de haven. Nikolaj Gogol (1809-1852) verfoeide er de winter, die weliswaar lang niet zo koud was als in Moskou, maar wel erg nat. Vladimir Majakovski (1893-1930) was in 1914 op tournee met een aantal futuristen toen hij in Odessa hevig verliefd werd op Marija Aleksandrovna Denisova. Hij noemde zichzelf tegenover haar Wolk in broek, dat de titel werd van zijn eerste lange gedicht. Majakovski kwam regelmatig in Odessa. Op het plein voor het operatheater staat zijn standbeeld.

Ook buitenlandse auteurs bezochten Odessa, onder wie de Amerikaanse schrijver Mark Twain (1835-1910) en de Poolse dichter Adam Mickiewicz (1798-1855), voor wie een standbeeld is opgericht in de stad.

Van de schrijvers die een bijzondere band met Odessa hadden, volgt hieronder een uitgebreidere beschrijving.

Isaak Babel
Babel werd in 1894 in Odessa geboren als zoon van een Joodse koopman. Dat hij een groot deel van zijn jeugd in deze stad doorbracht, keert terug in vele van zijn briljante verhalen.

De pogrom van 1905 maakte hij van nabij mee in Odessa. Hij beschrijft de gebeurtenissen in De geschiedenis van mijn duiventil. Het gezin Babel overleefde de pogrom dankzij de hulp van christelijke buren, maar grootvader Babel, die de duiventil nog getimmerd had, werd op straat doodgeslagen. Vanaf die tijd woonde de familie in de Richelieustraat 17 in het centrum van Odessa. Hier hangt aan de buitenmuur een gedenksteen met het vriendelijke bebrilde hoofd van Babel.

Speciaal over de Joodse onderwereld in de wijk Moldavanka gaan zijn Verhalen uit Odessa. Daarin komen de kleurrijke figuren Benja Krik, bijgenaamd de Koning, en Ljoebka de Kozak voor. Het personage Benja Krik was gebaseerd op de leider van de plaatselijke Joodse maffia, die vanwege zijn spleetogen Misjka Japontsjik werd genoemd. Sinds de perestrojka is er in de Moldavanka ook een Babelstraat, maar die doet Babels naam geen eer aan.

Konstantin Paustovski
Paustovski (1892-1968) woonde van 1920 tot 1922 in Odessa in de Zwartezeestraat. 'Ik was verkikkerd op deze kleine afgelegen straat, naar mijn overtuiging de meest schilderachtige ter wereld.' Dit zegt hij in deel vier van zijn herinneringen, De tijd van de grote verwachtingen.

Paustovski maakte de revolutie driemaal mee: in Moskou in 1917, daarna in Kiev en tot slot in Odessa, waar het Rode Leger de Witten versloeg. In Odessa werkte hij voor Morjak (Zeeman), een krant voor zeelieden. Hier leerde hij Isaak Babel kennen.

In die tijd was in Odessa aan alles gebrek, maar Paustovski slaagt erin Odessa zo tot leven te brengen dat je er wel heen moet en zijn boeken niet ongelezen kunt laten. In de Zwartezeestraat 6 is een Paustovskimuseum. Tegenover het museum, aan de zeekant, wordt een nieuw plantsoen met zijn naam aangelegd.

Ivan Boenin
In 1898 kwam de schrijver Boenin (1870-1953) voor het eerst in Odessa. Hij was diep onder de indruk van de stad, de zee, de haven en de schepen. Hij verkeerde er in literaire kringen en werd kunstredacteur van een krant die eigendom was van een zekere Tsakni, een Griek, wiens dochter hij trouwde. Twee jaar later gingen ze uit elkaar, waarop Boenin Odessa verliet.

In mei 1918 kwam Boenin opnieuw in Odessa aan. De stad werd door de burgeroorlog zeer geteisterd. Als conservatieve aristocraat uit een oud adellijk geslacht geloofde Boenin niet in het heil van de communisten en toen zij in 1920 de stad veroverden vluchtte hij halsoverkop samen met zijn vriendin per schip naar Parijs. Om nooit meer naar Rusland terug te keren.

Ilf & Petrov
'De Odessieten slepen manden en platte blikken gerookte makreel met zich mee. Ook zij weten welke straat de mooiste op aarde is: natuurlijk niet de Kruisstraat, maar de Lassallestraat in Odessa, voorheen de Deribasovskajastraat.' (Uit: De twaalf stoelen, vertaling Frans Stapert)

Hoewel Ilf en Petrov allebei in Odessa zijn geboren, ontmoetten ze elkaar pas in 1925 in Moskou, waar ze werkten voor het blad Goedok (Stoomfluit). Vanaf dat moment schreven ze samen en in 1928 kwam De twaalf stoelen uit, nog steeds een van de meest gelezen en geciteerde boeken in Rusland. Het neemt Sovjetrusland en de periode van de Nieuwe Economische Politiek op de hak.

In de stadstuin aan de bovengenoemde Deribasovskaja Oelitsa staat een bronzen stoel, waarop menigeen plaatsneemt om zich te laten fotograferen, al dan niet gekleed in het gestreepte hemd en met de pet van Ostap Bender, die een van de straathandelaren voor een paar grivna ter beschikking stelt. De meesteroplichter Ostap Bender is de hoofdpersoon in zowel De twaalf stoelen als het vervolg Het gouden kalf. Beide boeken spelen zich voor een groot deel af in de fictieve stad Stargorod, waarin duidelijk Odessa te herkennen is.

In de Jekaterininskajastraat zit een bedrijfje dat geen reclame hoeft te maken, omdat iedereen vanzelf komt binnenstappen. Het heeft namelijk een gedenkplaat aan de gevel waarop staat dat in dat pand Ostap-Sulejman-Bert-Maria Bender-Bej huismeester is geweest.



Omhoog
Terug naar artikelen