Rusland: mijnramp in 'veilige mijn'

René Does

In Rusland werden de feestelijkheden voor de viering van de 65ste Bevrijdingsdag op 9 mei door een grote mijnramp overschaduwd. In de vroege ochtend werd bekend dat bij een tweetal explosies in de mijn Raspadskaja in de mijnbouwstad Mezjdoeretsjensk tientallen doden waren gevallen onder mijnwerkers en reddingswerkers. Mezjdoeretsjensk ligt in de West-Siberische provincie Kemerovo, 3.500 kilometer ten oosten van Moskou. In deze regio - de Koezbas - is veel mijnbouw en zware industrie.

Grote mijnongelukken zijn geen zeldzaamheid in Rusland. Het ongeval in de Raspadskaja-mijn is echter opmerkelijk, omdat de mijn bekend staat als een veilige mijn. Er is de afgelopen jaren voor een miljard dollar in de verbetering van de veiligheid ge´nvesteerd. De bedrijfsleiding staat bekend als deskundig en veiligheidsbewust. Het ongeluk, dat grote gevolgen kan hebben voor de metallurgische sector, biedt het een inkijkje in de industriële eigendomsverhoudingen in Rusland.

Wat is er gebeurd? Op 8 mei om 23.54 uur plaatselijke tijd in Mezjdoeretsjenk was er in de mijn plotseling een methaanontploffing. Er waren 359 mijnwerkers onder de grond aan het werk; 295 mijnwerkers konden na de ontploffing op eigen kracht naar boven komen. Vervolgens gingen reddingswerkers de mijn in. Op 9 mei om 4.00 uur in de ochtend vond een tweede, veel grotere explosie plaats, die de mijngebouwen boven de grond gedeeltelijk deed instorten. Tientallen mijnwerkers en reddingwerkers werden vermist.

Op 12 mei werd het aantal dodelijke slachtoffers op 60 vastgesteld, het aantal vermisten op 30 en het aantal gewonden op 99. Russische mijnwerkers hebben een zogenoemde 'zelfredder': een zuurstofapparaat waarmee ze maximaal vijf uur kunnen overleven. Ook zijn er langs de ondergrondse gangen op bepaalde plaatsen zuurstofkamers.

Hoe de tweede grote ontploffing kon gebeuren is vooralsnog onduidelijk. Dit is onderwerp van onderzoek door een parlementaire onderzoekscommissie. Volgens het Russische internettijdschrift Expert Online gaan reddingswerkers nooit een getroffen mijn binnen als het methaangehalte in de schachten hoger is dan 2 procent en had geen enkele methaanmeter voor de tweede explosie een concentratie hoger dan 1 procent aangegeven.

Volgens Russische mijnbouwdeskundigen zijn methaanexplosies in kolenmijnen nooit voor honderd procent te voorkomen, net zomin als aardbevingen te voorkomen zijn. Dat Russische kolenmijnen in het buitenland als 'onveilig' bekend staan, komt door technologische veroudering en doordat de bedrijfsleiding, maar ook de mijnwerkers zelf, onder druk staan om te produceren en daardoor regelmatig de veiligheidsvoorschriften negeren.

Verschillende krantenartikelen meldden na de ramp dat mijnwerkers wel eens natte doeken over methaansensoren leggen om de steenkoolwinning niet te hoeven onderbreken. Overigens stond de getroffen Raspadskaja-mijn niet om zulke praktijken bekend.

Rusland is ook geen koploper in de onveiligheid in de kolenmijnbouw. De mijnen in Oekraïne en Turkije zijn ongeveer even onveilig. En de gevaarlijkste mijnen liggen in China.

De gouverneur van de provincie Kemerovo, Aman Toelejev, meldde dat de twee explosies voor bijna zes miljard roebel (150 miljoen euro) schade hadden toegebracht: vijf miljard roebel aan het ondergrondse schachtenstelsel en 700 miljoen aan de bovengrondse bedrijfsgebouwen. De mijn was niet verzekerd tegen dit soort ongevallen. Door het wegvallen van de productie komt er maandelijks een verlies van 2,55 miljard roebel bij. Het kan wel een jaar duren voordat de mijn weer kan produceren.

Mijnschachten die niet dieper liggen dan 100 meter ventileren zichzelf. De schachten in de Raspadskaja-mijn liggen tussen de 200 en 300 meter diep, waardoor ze een krachtig ventilatiesysteem moeten hebben. De mijn is de grootste van Rusland met een ondergronds gangenstelsel van in totaal 370 kilometer, dat wil zeggen 70 kilometer langer dan de lengte van alle Moskouse metrolijnen bij elkaar.

Een mogelijke verklaring van de tweede explosie is dat er onverwacht een ongelukkige combinatie van buitenlucht en methaan is geweest. Sinds de ramp gaan er stemmen op om eerst het methaangas uit de kolenlagen te winnen voor de kolen aan de beurt zijn. Het staatsgasbedrijf Gazprom heeft zulke techniek in huis, aldus directeur Sergej Pravosoedov van het Instituut voor Nationale Energie.

De Raspadskaja-mijn levert zo'n 10 procent van de totale Russische cokesproductie en ongeveer 20 procent van de cokes die de metallurgische industrie gebruikt. Het wegvallen van de productie van de mijn treft de industrie extra hard omdat de mijn gespecialiseerd was in zogenoemde 'natte cokes'. Hiervan bezit Rusland nu eens niet hele grote voorraden.

Het verlies van de winning van natte cokes moet worden opgevangen door de twee andere, kleinere mijnen in de sector: Belona en Metsjel. Drie dagen na de ramp waren de aandelen van Raspadskaja op de landelijke aandelenbeurs RTS met 26,5 procent in waarde gedaald, en die van Metsjel en Belona gestegen met respectievelijk 15,56 en 15,42 procent.

De Raspadskaja-mijn is tegenwoordig ook een naamloze vennootschap. De eigendomsverhoudingen zijn buitengewoon moeilijk te achterhalen en weer te geven, mede omdat er bij de aandeelhouders meestal sprake is van offshore investeringsmaatschappijen die op Cyprus zijn geregistreerd. Het gaat onder andere om Millhouse Capital van Roman Abramovitsj, oliemiljardair en eigenaar van de voetbalclub Chelsea. Abramovitsj was op 9 mei in Londen om Chelsea op het eigen Stamford Bridge de Engelse voetbaltitel te zien veiligstellen via een overwinning van 8-0 op Wigan Athletic.

De onderzoeksafdeling van de krant Novaja Gazeta presenteerde op 12 mei de eigendomsverhoudingen van de Raspadskaja-mijn zo eenvoudig mogelijk. Van de aandelen is 20 procent in de vrije beurshandel en 40 procent in handen van de investeringsmaatschappijen van de twee topmanagers van de mijn: algemeen directeur Gennadi Kozovoj en voorzitter van de directieraad Aleksandr Vagin. De resterende 40 procent is in handen van de Evraz Group, die actief is in de Russische staalindustrie, waarvan onder meer 14,25 procent (van de 100 procent aandelen) in handen van Roman Abramovitsj en 9,5 en 4,75 procent in handen van zijn partners Aleksandr Abramov en Aleksandr Frolov.

Een bestuurder die mogelijk het slachtoffer zou kunnen worden van de mijnramp is minister van Financiën Aleksej Koedrin. Het Ministerie van Financiën zou al drie jaar lang wetgeving vertragen die voorziet in belastingvoordelen voor mijnbouwbedrijven die in veiligheidsmaatregelen investeren. De wet zou de schatkist 3,2 miljard roebel aan belastinginkomsten uit de kolensector doen mislopen (zie bijvoorbeeld een artikel in Nezavisimaja Gazeta).

Natuurlijk willen nabestaanden van de slachtoffers en de Russische bevolking graag de precieze oorzaak en eventuele schuldigen van de ramp kunnen aanwijzen. Zo dacht premier Poetin, die de dag na Bevrijdingsdag Mezjdoeretsjenk bezocht, dat de oorzaak gelegen lag in 'een menselijke fout of overtreding van de veiligheidsvoorschriften'.

De directeur van het Instituut voor Kolen en Kolenchemie van de Russische Academie van Wetenschappen, Vadim Potapov, betwijfelde in een interview met het persbureau ITAR-TASS of er wel een sluitende verklaring gevonden zal kunnen worden: 'Mogelijk was er sprake van een plotselinge ontsnapping van methaangas in een omvang van tientallen duizenden kubieke meters. Zo'n grote ontsnapping van gas op aanzienlijke diepte moet worden beoordeeld als een raadsel van de natuur.'


Rouwende nabestaanden

Verslaggeefster Jelena Ratsjeva van Novaja Gazeta maakte voor haar krant een lange reportage over de begrafenis van slachtoffers in Mezjdoeretsjenk en de opvang van hun nabestaanden. Hieronder een vertaling van de laatste vier alinea's van haar reportage, die op 12 mei werd gepubliceerd.

'In de Allerheiligen-kerk celebreren de popes Grigori Zjenzjarov en Fjodor Akentjev de uitvaartmis. De kisten zijn open, de gezichten van de overledenen hebben onderhuidse bloeduitstortingen. Net zulke bloeduitstortingen heeft het gezicht van een van de bidders, die aan zijn stramme voet in plaats van een schoen een slof verpakt in een zak van cellofaan heeft. Ergens in de menigte is een gil te horen. Vanaf het koor is te zien hoe een verpleegster, zich een weg banend door de mensen, ernaartoe snelt. Het zijn bijna allemaal vrouwen in de uitvaartdienst. De mannen staan buiten, aan de andere kant van de weg bij de kerk. Zwarte jacks, petten, grijze gezichten. Ze zwijgen.

De autobus met het roze opschrift "NV Raspadskaja" is vol, de mensen staan dicht op elkaar gedrukt, dichter als tijdens de spits. Er volgen nog twee bussen van de kerk naar het kerkhof. Voor het kerkhof vormen de auto's een file, men moet uitstappen en te voet verder.

De graven zijn gedolven op de helling van een heuvel en lijken naar beneden te glijden. Beneden loopt een rivier, hogerop een palissade van ingegraven en van hun bast ontdane boomstammen en lichte, als verbleekte, grafmonumenten. De verse graven met hun bloemen lijken tegen deze achtergrond heldere bloemenperken. De linten op de simpele rouwkransen met plastic roosjes lijken ongepast: "Van de president", "Van de premier".

Aan de kant staat een van de grafdelvers te roken. "Waarom hier begraven? Ja, waar anders? Als er niemand meer levend naar boven wordt gehaald, dan zullen we tot de weg moeten delven. Nu begraven we, straks gaan we thee drinken en dan weer delven. Ze zeggen dat er morgen nog zes komen."'