Olga Tokarczuk
De laatste verhalen. Drie vrouwen over het leven, familie en de dood
Uit het Pools vertaald door Karol Lesman
Uitgeverij De Geus
Breda 2008
287 blz.
ISBN 9789044507973
€22,50

Leven en dood aanvaarden

Greetje van der Werf

De laatste verhalen van de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk (1962) zijn ogenschijnlijk drie eenvoudige verhalen waarin weinig gebeurt, maar de thematiek is ronduit zwaar: verlies, eenzaamheid, pijnlijke herinneringen, lichamelijk verval en uiteindelijk het onontkoombare: doodgaan. De titel is een letterlijke vertaling van het oorspronkelijke Ostatnie Historie, dat in 2004 in Krakw werd uitgegeven.

In het eerste verhaal belandt Ida Marcek, een vrouw van vierenvijftig jaar uit Warschau 's avonds in het donker met haar auto in een greppel, die ze niet gezien heeft omdat alles onder een dik pak sneeuw bedolven is. Ze weet uit de auto te klimmen en klopt aan bij het eerste het beste huis waar ze licht ziet branden. Ze wordt ontvangen door een oud echtpaar, en een hond die op sterven na dood is. Omdat ze zich niet lekker voelt mag ze een paar dagen blijven.

Het was dom van haar om in dit barre winterweer in een, nota bene geleende, auto op weg te gaan. Ze was van plan geweest haar ouderlijk huis in Klodzko te bezoeken, maar daar kan nu niets meer van terechtkomen. De auto is total loss.

In de mentale verlamming die haar in de kille logeerkamer van het oude echtpaar overvalt, dringen de herinneringen zich op. Ze raakt verstrikt in haar gedachten.

Haar ouders zijn een tijdje geleden overleden, eerst haar vader en een paar maanden later haar moeder. Achteloos. Ze woonden in een verlaten huisje bovenop een berg, waar je alleen lopend kon komen via een steil kronkelend paadje omhoog. Na hun dood heeft ze het huisje verkocht, maar nu wilde ze er toch graag nog even kijken. Om te zien waar ze als kind gewoond heeft. Maar, denkt ze: 'En al zou het nog net zo zijn als vroeger, wat moet ze ermee? () hoe schept ze orde in haar nutteloze geheugen?'

Het tweede verhaal is geschreven in ik-perspectief. Een oude vrouw vertelt in een lange innerlijke monoloog over haar leven en haar huwelijk met Petro, die veel ouder was dan zij.

Hun leven samen is voorbij. Petro s er nog wel, maar ze heeft hem op de veranda gelegd. Daar, in de vrieskou ligt hij goed, want hij is al dood en er is toch niets meer aan te doen. Nu moet ze alleen nog de aandacht van mensen uit het dorp beneden zien te trekken. Die zullen hem dan wel komen ophalen. De oude vrouw en de overleden man blijken de ouders van Ida te zijn.

Het derde verhaal wordt, net als het eerste, verteld in de derde persoon enkelvoud, vanuit het perspectief van Maja, de dochter van Ida. Maja is een vrouw van drieëndertig jaar met een zoon van elf, die door Ida steevast met het onpersoonlijke 'de jongen' wordt aangeduid. Maja en haar zoon zijn op vakantie in Singapore. Ook Maja moet moeite doen om grip te krijgen op haar eigen levensverhaal.

Toch vond ik dit verhaal het minst geslaagd, wat enigszins bevreemdt omdat het gaat over een vrouw van jongere leeftijd dan Tokarczuk zelf. De oude mensen zijn echt, de jongere iets minder overtuigend. Maar misschien komt het ook doordat het derde deel plotseling in Azi gesitueerd is, terwijl je als lezer nog ergens op het Poolse platteland verkeert, midden in de winter, in de sneeuw.

Ondanks het iets zwakkere derde deel heb ik De laatste verhalen met veel plezier gelezen. Tokarczuks grote mensenkennis en haar diepe inzicht in het wezen van de mens zijn opvallend. Het begrip 'familie' in de ondertitel 'Drie vrouwen over het leven, familie en de dood' blijkt eerder de afwezigheid van familie te omvatten, en het niet-geborgen zijn in familie.

In wezen gaat het boek over de aanvaarding van het leven dat achter de rug is. De hoofdpersonen proberen ermee in het reine te komen. Tot het moment aanbreekt waarop de mens geen enkele keuze meer heeft en er niets meer aan te doen valt. Het moment van sterven.

Tokarczuk debuteerde in 1989 met de dichtbundel Miasta w lustrach (Steden in spiegels). In 1993 verscheen haar eerste roman, Podroz ludze ksiegi (De reis van de boekenmensen), die zowel bij het Poolse publiek als bij de critici een warm onthaal kreeg. Inmiddels is zij in Polen een gevierd auteur, met vijf romans en een reeks korte verhalen op haar naam.

Bij uitgeverij De Geus verschenen eerder in Nederlandse vertaling Oer en andere tijden (1998) en haar vierde roman Huis voor de dag, huis voor de nacht (2000), waarvan in Polen 40.000 exemplaren verkocht werden. In het najaar van 2008 zou Tokarczuk voor vijf maanden naar Nederland komen om als writer in residence aan een volgend boek te kunnen werken.