Het droevige lot van Vojislav Kostunica

Tijana Prokic

De vlammen van het brandende parlementsgebouw waren op 5 oktober 2000 nog nauwelijks gedoofd toen Vojislav Kostunica, de nieuwe president van JoegoslaviŽ, op het balkon van het zojuist veroverde gebouw verscheen. Eťn miljoen mensen op de straten van Belgrado en de rest van de wereld keken toe.
Zijn verschijning ontlokte een euforische begroeting. Met bevende stem sprak hij de massa toe: 'Bevrijd ServiŽ!!' Hij haalde even adem om door te kunnen gaan, maar de menigte onderbrak hem. 'Kostunica, ServiŽ, Kostunica!', schreeuwden ze. Twee-en-een-half jaar later is Kostunica werkloos.

Kostunica's baan is verdwenen, want JoegoslaviŽ bestaat sinds enkele maanden niet meer. Het leiderschap over de zogenoemde Unie van ServiŽ en Montenegro is overgenomen door Zoran Djindjic en Milo Djukanovic, de eerste ministers van respectievelijk ServiŽ en Montenegro. Na de moord op Djindjic werd hij opgevolgd door bondgenoot Zoran Zivkovic.

Kostunica 'solliciteerde' tevergeefs naar de onlangs vrijgekomen positie van president van ServiŽ. Drie opeenvolgende verkiezingen voor het presidentschap van ServiŽ in de herfst van 2002 zijn mislukt vanwege een te lage opkomst of een te kleine meerderheid van stemmen voor Kostunica.

Hoe komt het dat de vroeger zo populaire Joegoslavische president, die ooit als academicus met vrouw en twee katten een klein appartement in Belgrado bewoonde, nu opeens de interesse van de kiezer niet meer kan winnen? Waarom is ServiŽ teleurgesteld in Kostunica?

De overwinning van 5 oktober 2000 was waarschijnlijk te danken aan Kostunica's onderhandelingen die dag met de legertop, met Milosevic zelf en nog een aantal andere Servische topfiguren. Kostunica heeft waarschijnlijk beloofd dat Milosevic niet uitgeleverd zou worden aan het JoegoslaviŽ-tribunaal in Den Haag. Bovendien wist hij van hoge officieren hun erewoord te krijgen dat ze niet op hun eigen volk zouden gaan schieten.

Kostunica verdient het daarom de held van de revolutie genoemd te worden, maar dan wel een nieuwe held, omdat hij voor de revolutie vrijwel onbekend was in ServiŽ. Dit in tegenstelling tot zijn partner in het complot tegen Milosevic, Zoran Djindjic.

Djindjic pakte het destijds heel slim aan. Door Kostunica, die geen politiek verleden had, naar voren te schuiven als nieuwe president van JoegoslaviŽ, hoefde hij zich niet te verantwoorden voor zijn eigen omstreden verleden. Zijn spel werd echter direct na de verkiezingsoverwinning al ontmaskerd, want ze kregen meteen ruzie.

De veel minder populaire Djindjic wilde zo snel mogelijk een nieuwe start maken, liefst onmiddellijk Milosevic en zijn vrouw aan Den Haag uitleveren en de oude legerofficieren en de top van de binnenlandse inlichtingendienst vervangen. Toen bleek dat Kostunica, integer als hij is, zich aan zijn belofte om Milosevic niet uit te leveren wilde houden, begon de oorlog van Djindjic tegen Kostunica.

Veel politieke analisten denken dat Kostunica nooit een schijn van kans heeft gehad tegenover de handige, sluwe en westers ogende Djindjic. Dat Kostunica de macht zou verliezen is door velen al voorspeld na de Servische parlementsverkiezingen in december 2000.

De macht van Djindjic werd een feit toen hij premier van ServiŽ werd en zijn partij de grootste in het parlement. Kostunica kon zich in zijn functie als president van JoegoslaviŽ niet beschikbaar stellen omdat iedereen wist dat JoegoslaviŽ zeer binnenkort voorgoed uiteen zou vallen.

Zo raakte Kostunica in een lastig parket. In ServiŽ kreeg hij als president van een stervend JoegoslaviŽ veel kritiek van Djindjic op zijn bescherming van Milosevic en co, zijn nationalisme en zijn traagheid van handelen. In Montenegro had hij toch al geen autoriteit omdat de Montenegrijnen hun staatsburgerschap van JoegoslaviŽ al jaren ontkennen.

Vanaf de zijlijn moest Kostunica met lede ogen toezien hoe zijn rivaal Djindjic met een beroep op zijn autoriteit als premier van ServiŽ Milosevic in maart 2001 liet oppakken en in juni 2001 in ruil voor financiŽle hulp aan het Westen 'verkocht'. Vervolgens gooide hij in september 2002 leden van de Democratische Partij van ServiŽ (DSS), de partij van Kostunica, uit de coalitie DOS met als argument dat zij de vooruitgang saboteerden.

Het meest frappante aan de hele situatie is dat het Servische volk eigenlijk wel sympathie heeft voor de in hun ogen goede en eerzame persoon Kostunica. Zijn traagheid en passiviteit werden hem vele malen vergeven, terwijl de agressie van Djindjic steeds werd veroordeeld.

De sympathie van het volk won hij door het spel tegen Djindjic eerlijk te spelen. Maar tevergeefs, want Djindjic wist steeds gebruik te maken van Kostunica's passiviteit; als Kostunica even niet oplette, zette Djindjic overal zijn mensen neer.

Kostunica is volgens journalist Srdjan Trifkovic meer dan alleen de simpele verliezer van een plaatselijk politiek machtsspelletje. Het Westen zou ook aan zijn ondergang bijgedragen hebben. 'In het Westen heeft de term ideologie een negatieve lading', aldus Trifkovic. 'Iemand die er een ideologie op nahoudt zou gebrainwashed zijn, een dromer, leven in een pseudo-realistische wereld of een fanaticus zijn. In het Westen leven mensen in een culturele en niet in een ideologische samenleving. Iedereen lijkt te geloven dat democratie op de Balkan altijd omslaat in ideologie. De wil van het volk wordt als democratischer gezien naarmate hij meer bij de westerse wereld in de smaak valt. En wie wil er nu een land helpen dat de democratie niet bevordert?'

Volgens Trifkovic staat het grootste deel van de ServiŽrs nog steeds achter Kostunica, maar hebben het Westen en hun vriend Djindjic er baat bij hem niet aan de macht te laten. Amerika en Europa hebben dankzij de vruchtbare samenwerking tussen het Haagse Tribunaal en Djindjic allang de kant van de laatste gekozen. De Amerikaanse ambassadeur Wolfgang Johnson heeft gezegd: 'Wellicht zijn de stappen die Djindjic zet niet altijd even democratisch, maar hij doet tenminste zijn werk.'

Het lijkt voor Kostunica te laat om nog in actie te komen. Zelfs de laatste post die voor hem gereserveerd leek nadat de voormalige Servische president Milan Milutinovic aan Den Haag uitgeleverd werd en JoegoslaviŽ feitelijk ophield te bestaan, wordt wellicht ingevuld door een van de Djindjic mannen, Milorad Labus.

Labus is de voormalige minister van Economische Zaken, die vlak na de uitlevering van Milosevic miljarden van het IMF binnen wist te halen. ServiŽrs associŽren Labus met goed nieuws en Kostunica met passiviteit.

Een droevig lot lijkt Kostunica beschoren. De nieuwslezers houden het simpel: het is niet meer 'president' Kostunica, maar 'de leider van de Democratische Partij van ServiŽ'. Kostunica is terug bij af.

Omhoog
Terug naar archief