Litouwen

Malgorzata Bos-Karczewska

Litouwen is de vierde kandidaat-lidstaat die de EU-toetreding aan een referendum onderwerpt. Dat gebeurt op 10 en 11 mei.

Litouwen is het meest Europagezind van de drie Baltische landen. Volgens een opiniepeiling is 67 procent van de Litouwers voor toetreding en maar 14 procent tegen.

Desondanks houden politici in Litouwen hun hart vast. Het onverwachte verlies van de ervaren president Valdas Adamkus ten gunste van de populist Rolandas Paksas afgelopen december was een eerste waarschuwing. De tegenvallende opkomst in Hongarije (46 procent) is een tweede waarschuwing: referenda blijken moeilijke instrumenten.

'Een positieve uitslag van het referendum zou een wonder zijn', vindt Rimvydas Valatka, de adjunct-hoofdredacteur van de grootste Litouwse krant, Lietuvos Rytas. De opkomst blijft de grootste zorg. Slechts 52 procent van de kiezers deed mee aan de presidentsverkiezingen van december vorig jaar. Voor de lage opkomst bestaat een algemene reden die kenmerkend is voor de hele regio: burgers zijn moe van de veranderingen en teleurgesteld in hun politici.

Om de opkomst te bevorderen heeft het parlement medio februari besloten om een tweedaagse volksraadpleging te houden. Een tweede dag extra is namelijk goed voor 10 procent meer opkomst. Ook hebben politici steun gezocht bij de kerk; Litouwen is immers een katholiek land.

De opkomst is belangrijk omdat ook Litouwen voor een bindend referendum heeft gekozen. De opkomst moet boven de 50 procent van de kiesgerechtigden zijn voor een geldige uitslag. Dat wordt nodig geacht om aan het historische besluit van de EU-toetreding voldoende legitimiteit te geven.

Het alternatief van een consultatief referendum vond men niet aantrekkelijk. Men vreesde dat de burgers thuis zouden blijven in de wetenschap dat het besluit toch in handen van het parlement zou zijn.

In Litouwen zijn, net als elders in de regio, de grootste twijfelaars te vinden onder de inwoners van kleine steden en het platteland. De boeren zijn bang dat de Europese inkomenssteun in de zakken van anderen verdwijnt. De verhouding met Rusland (zoals het visumbeleid in de provincie Kaliningrad) blijft een groot punt van zorg.

Een typische Baltische zorg betreft de taalkwestie, vanwege de relatief grote minderheden. De Poolse minderheid (zo'n 8 procent ofwel 300.000 mensen) eist dat de formulieren van het referendum in het Pools en/of het Russisch opgesteld worden. De meeste Polen zijn de officiŽle taal, het Litouws (geen Slavische taal), niet machtig.

De realiteit is dat niemand in Brussel zich zorgen maakt over mogelijke negatieve scenario's in het Balticum. Alle aandacht gaat uit naar Polen, het grootste en moeilijkste land onder de aspirant-leden van de EU.

Omhoog
Terug naar archief