KroatiŽ bevindt zich op politiek kruispunt

Erik Nijsten

In januari koos de Kroatische bevolking voor de vierde maal sinds het land in 1991 onafhankelijk werd een nieuwe president. Zoals verwacht rolde de zittende president Stjepan 'Stipe' Mesic als winnaar uit de bus. De toekomst van KroatiŽ is echter niet in handen van alleen de president.

Vanaf het begin ging de strijd om het presidentschap tussen Mesic en de vrouwelijke kandidaat van de grootste regeringspartij, Jadranka Kosor van de Kroatische Democratische Unie (HDZ). Feitelijk was de strijd om het presidentschap dan ook een strijd tussen de rechtse HDZ en de oppositie. Zowel de linkse als de centrumpartijen riepen hun achterban op om te stemmen op Mesic.

Hoewel een tweede ronde noodzakelijk werd, was het geen spannende verkiezingsstrijd. Wel was er in de eerst ronde sprake van een grote verrassing. De vrijwel onbekende onafhankelijke kandidaat Boris Miksic wist boven verwachting veel stemmen naar zich toe te trekken. Met zijn uitspraken tegen de uitlevering van Kroatische generaals aan het oorlogstribunaal in Den Haag en zijn pleidooi voor een referendum over de mogelijke toetreding van KroatiŽ tot de Europese Unie wist deze voormalige zakenman 17 procent van de stemmen te bemachtigen.

Even zag het er zelfs naar uit dat Miksic, en niet HDZ-kandidate Jadranka Kosor, de zittende president in de tweede ronde kon gaan uitdagen. De stemmen van de diaspora besliste echter in het voordeel van Kosor. Zij kreeg maar liefst 60 procent van de stemmen van de in het buitenland wonende Kroaten. Vooral de Kroaten in buurland BosniŽ-Herzegovina steunen van oudsher de HDZ. De stemmen van de diaspora zorgden ervoor dat Mesic, die slechts 13 procent van hun stemmen kreeg, niet al in de eerste ronde won en dat het uiteindelijk Kosor was die Mesic kon uitdagen in de tweede ronde.

Hoewel de strijd dus pas in de tweede ronde werd beslecht, geeft de uiteindelijke steun voor Mesic een duidelijk signaal aan de regeringspartij HDZ. 66 procent van de stemmen ging in de tweede ronde naar Stipe Mesic. Zoveel steun heeft een presidentskandidaat in KroatiŽ nog nooit gehad. Zelfs de voorganger van Mesic niet, de eerste president van de onafhankelijke republiek KroatiŽ Franjo Tudjman, die op zijn politieke hoogtepunt 61 procent van de stemmen wist te behalen.

De belangrijkste reden voor de overwinning van Mesic is het feit dat veel Kroaten niet terug willen keren naar het Tudjman-tijdperk, waarin de HDZ de controle had over alle overheidsinstanties. Hoewel de HDZ de huidige minister-president Ivo Sanader levert, de grootste regeringspartij is en ook in het parlement en op lokaal niveau de grootste partij is, is het presidentschap dus in handen gebleven van de oppositie.

Deze functie lijkt vaak slechts van ceremoniŽle aard te zijn. Afgelopen ambtstermijn is echter gebleken dat Mesic zijn mening niet onder stoelen of banken steekt en dat hij het controleren van het regeringsbeleid als zijn belangrijkste taak ziet. Dit werd hem door zowel de vorige linkse als de huidige rechtse regering niet in dank afgenomen, maar uit de uitslag van de presidentsverkiezingen blijkt dat de Kroatische bevolking dit wel waardeert.

Het verlies van de presidentsverkiezingen kan ook worden gezien als een teken van de afnemende steun voor de HDZ. Dit verlies was dan niet verrassend. Hoewel de partij sinds november 2003 weer in de regering zit, is van de meeste verkiezingsbeloftes nog weinig tot niets terecht gekomen. Zo beloofde de HDZ de werkloosheid en de buitenlandse schuld aan te pakken. Achttien procent van de beroepsbevolking zit officieel echter nog altijd zonder werk en de buitenlandse schuld is alleen maar gegroeid.

Ook de gewilde aansluiting bij de Europese Unie in 2007, iets waar minister-president Sanader zijn zinnen op heeft gezet, blijft onzeker. De grootste obstakels voor de toetreding van KroatiŽ tot de Europese Unie, de samenwerking met het Internationale JoegoslaviŽ Tribunaal in Den Haag en de terugkeer van de Servische vluchtelingen, zijn nog altijd verre van opgelost.

Vooral de samenwerking met het JoegoslaviŽ Tribunaal laat te wensen over. Hoewel diverse Kroatische generaals al zijn uitgeleverd aan Den Haag, blijft de zaak rond de uitlevering van generaal Ante Gotovina als het zwaard van Damocles boven de Europese onderhandelingstafel hangen.

De generaal wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor de dood van ten minste 150 Servische burgers tijdens militaire acties van het Kroatische leger in 1995 en van het verdrijven van honderdduizenden Servische burgers. Sinds de beschuldiging in 2001 bekend werd, is de generaal, die na Radovan Karadzic en Ratko Mladic de meest gezochte oorlogsmisdadiger is, op de vlucht.

En hoewel de regering in Zagreb keer op keer aangeeft dat zij de schuilplaats van de generaal niet kent, denken enkele Europese landen en de hoofdaanklager van het JoegoslaviŽ Tribunaal, Carla del Ponte hier anders over. Op 31 januari jongstleden gaf een vertegenwoordiger van de Europese Commissie het volgende te kennen: 'Het is aan de Kroaten om te bewijzen dat ze volledig samenwerken met het tribunaal in Den Haag. Als de Commissie haar advies moest geven op basis van de informatie die nu aanwezig is, zou ik afraden de onderhandelingen met KroatiŽ te starten. Ik vetrouw erop dat de Kroatische regering dit bericht serieus neemt.'

Als reactie hierop gaven de kersvers herkozen Mesic en premier Sanader in een gezamenlijk optreden de veiligheidsdiensten en de politie-eenheden de opdracht alles in het werk te stellen om generaal Gotovina op te sporen. Tegelijkertijd gaven beide politici aan dat zij dachten dat de generaal zich niet in KroatiŽ zou bevinden. Dit moeten de verschillende diensten dan ook bewijzen.

Deze gezamenlijke oproep, de eerste ooit, lokte echter gemengde reacties uit. Aan de ene kant lijkt het een positief signaal te zijn aan de internationale gemeenschap dat de twee machtigste politici in KroatiŽ het over dit gevoelige punt eens zijn en dat zij alles in het werk stellen om aan te tonen dat KroatiŽ volledige samenwerking met het JoegoslaviŽ Tribunaal nastreeft. Aan de andere kant roept het gezamenlijke optreden juist de vraag op of de veiligheidsdiensten en de politie-eenheden hun taken met betrekking tot de zaak-Gotovina tot op heden niet hebben getraineerd.

Hoewel KroatiŽ mede dankzij Mesic uit zijn internationale isolement is gekomen en Mesic' herverkiezing ervoor heeft gezorgd dat de HDZ niet alle politieke functies in handen heeft, wordt de politieke toekomst van KroatiŽ nog altijd bepaald door een ander persoon: generaal Ante Gotovina. Als hij zich voor 17 maart niet in Den Haag heeft gemeld, vinden er volgens een aantal Europese ministers op die datum zelfs helemaal geen onderhandelingsgesprekken met KroatiŽ plaats.

Omhoog
Terug naar archief