Erich's Lampenladen

Neeltje de Kroon

De Muur die Berlijn in tweeŽn deelde was in Oost-Duitsland een symbool van de communistische heilstaat, maar vanaf de tweede helft van de jaren zeventig zeker niet het enige. De trots van de DDR en een uiting van het goede dat het communisme kon brengen, was een enorm gebouw dat tussen 1973 en 1976 midden in Oost-Berlijn werd opgetrokken: het Palast der Republik.

Het was geen toeval dat het Palast werd gebouwd op de plek waar het stadspaleis van de Hohenzollern had gestaan. Waar de vroegere Pruisische militaristische machthebbers hun huisvesting hadden gehad, kwam een heus 'paleis' voor de socialistische bevolking: een definitieve afrekening met het verleden om te laten zien dat de DDR niet toebehoorde aan een elite maar dat het een land van boeren en arbeiders was.

De belangrijkste gedachte achter het Palast der Republik was dat het een gebouw zou worden van en voor de Oost-Duitse burger. Zoals DDR-leider Erich Honecker bij de opening op 26 april 1976 verklaarde: 'Dit Palast der Republik zal een huis van het volk worden, de plaats van verantwortungsbewusste vergaderingen van de hoogste volksvertegenwoordiging van onze arbeiders- en boerenstaat, een plaats van belangrijke congressen en internationale ontmoetingen. Onze socialistische cultuur zal hier evenzo een thuis vinden als vrolijkheid en gezelligheid van de werkzame mens.'

Het Palast der Republik was groot, overweldigend en - voor de jaren zeventig - hypermodern ingericht. Het telde dertien restaurants, een disco, een bowlingbaan en in de zogeheten grote zaal was een verschuifbare tribune waardoor, afhankelijk van de voorstelling, een groter of kleiner podium gecreŽerd kon worden.

Het gebouw bestond voor een groot deel uit marmer en glas en er hingen zo'n tienduizend lampen. Zijn bijnaam was dan ook niet voor niets 'Erichs Lampenladen' - genoemd naar DDR-leider Honecker. Een saillant detail is dat in Erichs lampenwinkel maar liefst vijftigduizend gloeilampen per jaar moesten worden ingedraaid. Maar voor het Palast der Republik werden kosten nog moeite gespaard.

Jaarlijks werden er meer dan 250 culturele evenementen georganiseerd, terwijl er ongeveer 25 politieke bijeenkomsten, onder andere van het Oost-Duitse parlement - de Volkskammer - plaatsvonden. De opzet om er een waar volkspaleis van te maken was dan ook zeker geslaagd. Behalve de vele voorzieningen ter vermaak was hiervoor nog een andere reden.

In tegenstelling tot de situatie in de rest van de DDR functioneerde in het Palast der Republik alles. Bij openbare telefoons, een veelgebruikt goed aangezien lang niet ieder huishouden in de DDR over een eigen telefoon beschikte, was het bijvoorbeeld altijd de vraag of deze zouden werken. In het Palast was daar geen sprake van: hier kon de burger altijd bellen.

Ook het feit dat het binnen de muren van het Palast altijd schoon was en dat het personeel uitermate vriendelijk en behulpzaam was, maakte het, voor de DDR-burgers die deze 'luxe' ontwend waren, een aangename plek om te vertoeven.

Eigenlijk kon het Palast der Republik beschouwd worden als de DDR zoals die had moeten zijn: een plaats die gebouwd was voor het volk en door het volk. Een plaats waar kameraad Honecker toegejuicht werd door de Oost-Duitse burgers, waar socialistische gezangen ten gehore werden gebracht, en waar zij ontspanning konden vinden.

De tragiek was dat dit socialistische ideaal slechts binnen de muren van het Palast haalbaar bleek. Daarbuiten werd het steeds duidelijker dat het communisme gedoemd was te mislukken.

Terwijl de ontbinding van het communisme in Oost-Europa onvermijdelijk was, gebeurde hetzelfde met het gebouw dat er binnen de DDR symbool voor stond. Halverwege de jaren tachtig werd ontdekt dat het Palast der Republik veel asbesthoudend materiaal bevatte.

In tegenstelling tot het communisme was er voor het Palast nog de mogelijkheid tot renovatie. In de optiek van de DDR-regering kon dit het beste stap voor stap gebeuren. Een deel van het asbest zou zelfs kunnen blijven zitten omdat het toch achter muren verborgen zat en niet direct schadelijk was voor bezoekers.

Maar na de val van de Muur en het einde van de DDR in 1989-1990 werden de plannen een stuk radicaler. In 1990 besloot de regering van Helmut Kohl dat het Palast der Republik volledig gestript zou worden om alle asbest te verwijderen. Vanaf dat moment was het 'paleis voor het volk' niet langer toegankelijk voor publiek. Na de meest radicale schoonmaak die het ooit had ondergaan bleef er van het Palast slechts een kaal skelet over.

En wat ging er met dit overblijfsel gebeuren? Hierover waren binnen de Berlijnse senaat de meningen zeer verdeeld. Zouden de resten van het Palast gesloopt moeten worden om op die plek het oude stadsslot te laten herrijzen? Of moest het Palast weer in zijn volle glorie hersteld worden? Anders gezegd: zou de Marx-Engels Platz in Berlijn de herinnering aan de DDR of die aan het Pruisische Rijk in ere houden?

Tot nu toe lijkt het erop dat het Pruisische Rijk de strijd zal winnen. Er is echter een praktisch probleem: de 670 miljoen euro die nodig is voor de opbouw van het stadsslot is er simpelweg niet. Een tussenoplossing is de overblijfselen van het Palast te slopen en op die plek een park aan te leggen. Als de miljoenen bij elkaar geschraapt zijn kan begonnen worden met de herbouw van het stadsslot.

Maar Berlijn is zo failliet dat dat nog wel even op zich kan laten wachten. Zoals het er nu naar uitziet zal de Berlijnse Muur hťt symbool van het communisme blijven.

Omhoog
Terug naar archief