Bevoorrechte minderheid

Anita Mikulic

Wie naar een kaart kijkt waarop plaatsnamen als Rovigno, Lussinpiccolo, Fiume en Pola zijn weergegeven, denkt een kaart van ItaliŽ voor zich te hebben. Toch zijn dit steden op het Kroatische schiereiland IstriŽ die naast hun Kroatische naam ook een Italiaanse naam dragen. In IstriŽ is 6,92 procent van de bevolking Italiaans en heeft het Italiaans de status van officiŽle taal naast het Kroatisch. Vergeleken met de andere minderheden bevindt de Italiaanse minderheid zich in een bevoorrechte positie. Over de Italianen van KroatiŽ.

De Italiaanse minderheid maakt met 19.636 zielen 0,44 procent van de Kroatische bevolking uit. Ze is historisch verbonden met de Romeinse en Venetiaanse overheersing van de Kroatische kust. De Italiaanse gemeenschappen zijn dan ook voornamelijk geconcentreerd in de Kroatische kustgebieden.

In IstriŽ en de Kwarnerbaai woont meer dan negentig procent van de in KroatiŽ woonachtige Italianen. Daarnaast zijn er Italiaanse gemeenschappen in DalmatiŽ, SlavoniŽ en in de omgeving van Zagreb.

Hoewel IstriŽ lange tijd tot Italiaans grondgebied behoorde, hebben ItaliŽ en het na de Eerste Wereldoorlog gevormde Koninkrijk der ServiŽrs, Kroaten en Slovenen en het na de Tweede Wereldoorlog gevormde JoegoslaviŽ fel gestreden over de vraag aan wie IstriŽ, Kwarner en DalmatiŽ zouden toekomen.

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen deze gebieden bij JoegoslaviŽ, waardoor de status van de Italiaanse bevolkingsgroep in IstriŽ en de Kwarnerbaai aanzienlijk veranderde. De Italianen, die tot de Tweede Wereldoorlog in dit gebied de politieke, sociale, culturele en economische macht bezaten, werden een minderheid. Er volgde een massale exodus van Italianen uit het gebied in de periode tussen 1945 en 1953.

Er werden verschillende pogingen ondernomen om de grenskwestie tussen JoegoslaviŽ en ItaliŽ op te lossen, wat in december 1975 met het ondertekenen van het Verdrag van Osimo lukte. De overgebleven Italiaanse gemeenschappen in JoegoslaviŽ kregen de mogelijkheid om eigen culturele en politieke organisaties te stichten. Er waren Italiaanse scholen op verschillende opleidingsniveaus en radio- en televisieprogramma's, kranten en tijdschriften in het Italiaans.

Na het uiteenvallen van JoegoslaviŽ in 1991 raakte de Italiaanse minderheid verdeeld over SloveniŽ en KroatiŽ. Door middel van verschillende verdragen zette ItaliŽ zich in om de eenheid van deze minderheidsgroep te behouden.

Concreet betekent dit nu dat de Italiaanse minderheid in KroatiŽ en SloveniŽ als een geheel wordt beschouwd en uniform behandeld wordt. In beide republieken wordt Italiaanse minderheid vrijheid van arbeid en goederen gegarandeerd en genieten zij bescherming tegen discriminatie op basis van nationaliteit.

De bevoordeelde positie van de Italiaanse minderheid is onder andere te danken aan haar hoge organisatiegraad. De belangrijkste organisatie is de Unione Italiana (UI). Deze vertegenwoordigt de Italiaanse minderheid in KroatiŽ en SloveniŽ en zet zich in voor het behoud van de eenheid van de over twee soevereine staten verdeelde bevolkingsgroep. Hiernaast zet de UI zich in voor de bescherming en uitvoering van de rechten van haar leden op een zo hoog mogelijk niveau.

Op cultureel vlak zijn het Historisch Onderzoeksinstituut in Rovinj, de uitgeverij EDIT en het Italiaanse Drama, een theatergezelschap met als vast theater het Kroatisch Nationaal Theater in Rijeka, de belangrijkste Italiaanse organisaties.

Daarnaast beschikken de Italianen over een uitgebreid netwerk van onderwijsinstellingen. Het onderwijs aan de Italiaanse minderheid wordt uitgevoerd volgens het meest uitgebreide model, dat wil zeggen dat er hoofdzakelijk les wordt gegeven in het Italiaans en het Kroatisch erbij geleerd wordt. Ruim 4000 kinderen worden onderwezen in het Italiaans.

De Italiaanse minderheid in KroatiŽ heeft geen eigen televisie- of radiozenders. De organisaties van de Italianen in KroatiŽ en SloveniŽ worden gefinancierd door de Kroatische en de Sloveense, maar vooral door de Italiaanse overheid.

In KroatiŽ vormen de minderheden ongeveer tien procent van de bevolking. De grootste minderheden worden gevormd door ServiŽrs, Bosnjakken (Bosnische moslims), Italianen en Hongaren. Naast deze vier wonen er in KroatiŽ nog negentien andere minderheidsgroepen, onder wie Tsjechen, Slowaken, MacedoniŽrs, Montenegrijnen en Roma.

Om een genuanceerder beeld te kunnen schetsen van de bescherming van de minderheden in KroatiŽ wordt de situatie van de Italiaanse minderheid op enkele vlakken vergeleken met die van de Bosnjakse en de Hongaarse minderheden. Deze zijn ongeveer van gelijke grootte als de Italiaanse minderheid.

Kijken we naar de financiŽle steun die de minderheden ontvangen van de Kroatische staat, dan wordt al snel duidelijk dat de Italiaanse minderheid meer geld ontvangt dan de andere. Wanneer we de bedragen delen door het aantal personen van de minderheden, dan blijkt dat de Italiaanse minderheid in 2007 per hoofd 365,15 kuna (Ä 49,77) heeft ontvangen, de Hongaarse minderheid 231,99 kuna (Ä 31,62) en de Bosnjakse 81,83 kuna (Ä 11,15).

Aangezien de middelen verdeeld worden op basis van het aantal instellingen en programma's, kan geconcludeerd worden dat de Hongaarse en vooral Bosnjakse minderheid slechter georganiseerd zijn dan de Italiaanse. Bij de Bosnjakse minderheid is dit te wijten aan haar territoriale verspreiding en het feit dat ze een 'nieuwe' minderheid is die de minderheidsstatus na het uiteenvallen van JoegoslaviŽ heeft verkregen.

Hetzelfde geldt bij de vergelijking van het aantal onderwijsinstellingen. De Bosnjakse minderheid beschikt niet over eigen onderwijsinstellingen, maar ze streeft wel naar aanvullende lessen over de eigen taal en cultuur naast het reguliere Kroatische onderwijsprogramma.

De Hongaarse minderheid beschikt over een redelijk aantal onderwijsinstellingen, waar ongeveer 700 leerlingen worden onderwezen in het Hongaars of aanvullende lessen Hongaars volgen, maar als we dit vergelijken met het grote aantal Italiaanse scholen, waar ruim 4000 leerlingen les krijgen, zien we dat het niet veel is.

Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de Italiaanse minderheid in KroatiŽ zich in een bevoorrechte positie bevindt ten opzichte van de andere minderheden, dankzij de historisch bepaalde geconcentreerde vestiging van de Italiaanse minderheid in IstriŽ, de goede organisatie van een reeks instellingen en de grote steun van het moederland ItaliŽ, dat naast financiŽle ook politieke steun biedt door middel van bilaterale verdragen met KroatiŽ.

De Italiaanse overheid besteedt veel aandacht aan de Italiaanse minderheid in KroatiŽ en SloveniŽ, die de enige autochtone Italiaanse minderheid ter wereld is. Sinds februari 2007 is het zelfs zo dat de leden van de Italiaanse minderheid recht hebben op de Italiaanse nationaliteit, en daarmee mogelijk recht op bijvoorbeeld gezondheidszorg en pensioenen in ItaliŽ.

Omhoog
Terug naar archief