Op zoek naar nieuwe dissidenten

Hellen Kooijman

Het lijkt alsof Oost-Europese Studies steeds minder interessant gevonden wordt. De groep studenten die zich aanmeldt wordt steeds dunner en veelal wordt de regio bestudeerd als onderdeel van Europese Studies. Onterecht, meent prof. dr. Raymond Detrez. Er is nog voldoende ruimte voor een aparte studie over Oost-Europa.

Hij gaat er uitgebreid voor zitten. Het is vrijdagmiddag half vier en Raymond Detrez heeft een lange drukke tentamenweek achter de rug. Detrez geeft colleges Oost-Europese geschiedenis, Russische geschiedenis en historie van de Balkan aan de Universiteit van Gent en leidt sinds 2000 het Onderzoekscentrum voor Zuidoost-Europa dat verbonden is aan diezelfde universiteit.

Daarnaast schrijft hij boeken en artikelen en is hij aanwezig bij debatten en discussieavonden in BelgiŽ en Nederland. Tussen de bedrijven door reist hij ook nog op en neer naar Bulgarije, waar hij vaak vertoeft.

Detrez is een gemakkelijke prater. Dat hij de woorden zonder omhaal laat komen, komt wellicht doordat Detrez van 1974 tot 1996 als journalist voor de Belgische radio werkte. In die hoedanigheid maakte hij de laatste jaren van de federatie JoegoslaviŽ mee en de bloedige conflicten die volgden op het uiteenvallen ervan.

Maar dat was toen. Nu houdt hij zich niet zoveel meer bezig met de actualiteit. Hij kamt liever negentiende-eeuwse Bulgaarse kranten en boeken uit, op zoek naar informatie over de 'vergrieksing' van de stedelijke bevolking in de negentiende eeuw. Over dit onderwerp buigt hij zich de laatste jaren.

Onlangs kreeg Detrez een 'orde' van de Bulgaarse Academie van Wetenschappen voor alles wat hij gedaan heeft voor Bulgarije en de Belgisch-Bulgaarse betrekkingen.


Wanneer bent u voor de eerste keer in Oost-Europa geweest?
Detrez: 'Dat was in de zomer van 1971. Ik was 23 en ging op vakantie in JoegoslaviŽ. Ik studeerde Servo-Kroatisch aan de universiteit en schreef een scriptie over een Kroatische auteur. Het leek me wel leuk om op vakantie te gaan en om daar boeken te kopen.'

Waarom koos u voor Servo-Kroatisch?
'Het was de enige taal die je toentertijd kon studeren naast Russisch en Oud-Kerkslavisch. We kregen les van een professor Oost-Europese geschiedenis die een tijdje in JoegoslaviŽ gestudeerd had en die de taal kende. Dat ging toen zo. Echt studeren ging ik in 1972. Acht maanden in Bulgarije, in Sofia.

De reden waarom ik naar Bulgarije ben gegaan is een beetje pijnlijk. Er waren natuurlijk ook andere Oost-Europese landen waar ik naartoe kon gaan, Polen of Rusland, maar daarvoor waren al veel kandidaten. Naar Bulgarije wilde niemand. Er werd ook nergens Bulgaars gedoceerd. Dus speelde ik op zeker. Maar het bleek een fascinerend land.'

Even een blik op de huidige generatie studenten Oost-Europese geschiedenis. Dat zijn meestal jongeren die de Koude Oorlog niet bewust hebben meegemaakt.
'Voor mijn studenten is Gorbatsjov net zo iemand als Karel de Grote. Ze kunnen zich niet voorstellen wat het communistische systeem in die landen inhield. Als ik vertel over Stalin, zijn er studenten die mij vragen: "Waarom deden de mensen daar niks tegen?"'

Wat zegt u dan tegen zo'n student?
'Dan zeg ik: "Kijk, jij moet deze cursus doen en als je niet precies navertelt wat ik je nu vertel, dan ben je niet geslaagd. Dat is stalinisme in het klein." Dat snappen ze wel.'

Maar hoeveel moeten die studenten nog weten van de communistische periode, van de Koude Oorlog?
'Ik denk dat wat vandaag in Oost-Europa gebeurt voorlopig nog niet te begrijpen is zonder dat je weet wat dat communistische verleden inhield. Kijk, die Oost-Europese Studies stammen uit de tijd van de Koude Oorlog. Het was allemaal behoorlijk ideologisch. Destijds bestudeerde je Oost-Europa en tegelijkertijd bestudeerde je de vijand. Toen die vijand verdween, was Oost-Europa ineens niet meer interessant.'

En dat is onterecht, vindt u?
'Kijk naar de Balkan. Daar gebeurt van alles. Wat ik spannend vind is dat de perceptie van die geschiedenis voortdurend verandert. Er verschijnen nu zoveel boeken en artikelen die nieuwe bronnen aan het licht brengen, die een nieuwe interpretatie van de feiten geven. Je ziet dat de Balkan-landen zelf een hele andere kijk beginnen te krijgen op hun geschiedenis en veel meer aandacht hebben voor gemeenschappelijke zaken. Dat ze de Ottomaanse tijd bijvoorbeeld opnieuw beginnen te interpreteren.'

Daar is moed voor nodig, nietwaar? Ik begreep dat in Bulgarije laatst veel commotie was omdat een Duitse historica en haar medewerkers op een conferentie een nieuwe interpretatie wilden geven van 'Batak', het Bulgaarse dorpje dat tijdens de opstand tegen de Turken in 1876 compleet werd uitgemoord. 'Batak' ging de geschiedenis in als het symbool van het wrede 'Turkse' juk. Deze wetenschappers wilden er een ander licht op laten schijnen.
'Die wetenschappers hebben heel Bulgarije over zich heen gekregen inclusief de president. Ze werden uitgescholden voor volksverraders. De conferentie is niet doorgegaan.

Als je iets wilt doen aan de deconstructie van mythes, van de nationale geschiedschrijving op de Balkan, dan is dat, zo blijkt, niet zonder risico's. Eigenlijk zijn dit de nieuwe dissidenten. De geschiedschrijving is daar niet zomaar een academische bezigheid. Bij ons kun je in feite alles onderzoeken wat je wilt.

Ik kan me voorstellen dat er in BelgiŽ een student is die een proefschrift schrijft waarin hij iets beweert waar ik het niet mee eens ben, en dat die toch slaagt. Dat kan ik me in Oost-Europa niet zo voorstellen.

Overigens heeft onze vrijheid ook een nadeel. Je kunt van alles beweren, maar niemand luistert meer. In een land als Bulgarije doet het er nog wat toe, maar als een historicus in BelgiŽ of Nederland wat zegt, heeft dat geen enkele impact.'

Is er nog toekomst voor studenten Oost-Europese Studies?
'Je zou kunnen zeggen dat Oost-Europa, in ieder geval Midden-Europa, veel dichterbij gekomen is. En dat brengt toekomstmogelijkheden mee voor studenten die die talen kennen, die iets afweten van de geschiedenis en cultuur. Onze studenten vinden banen. In het onderwijs, de diplomatie, de journalistiek of de zakenwereld.

Onlangs hebben we een enquÍte gehouden onder afgestudeerden. Binnen zes maanden heeft ongeveer iedereen een baan. Dat wil niet zeggen dat die banen altijd in het verlengde van hun opleiding liggen, maar ze vereisen wel een universitair diploma.

In dat opzicht doet Gent het goed. En ik denk dat de universiteiten in Nederland die het niet goed doen, het wel goed zouden kunnen doen. Als ze meer middelen kregen, als die vakgroepen niet afgebouwd worden, wat je toch wel ziet gebeuren.

Kijk, er spelen ook andere factoren mee natuurlijk, maar ik heb het idee dat er in Nederland veel "weghervormd" wordt, omdat er niet genoeg belangstelling voor is. Maar dat heeft ook te maken met het aanbod. Hoe minder je aanbiedt hoe minder belangstelling er voor is.

In BelgiŽ is het nog niet zover. Nog niet. Wij zijn in BelgiŽ op alle gebieden een beetje conservatiever en trager dan de Nederlanders. Gelukkig maar, in dit geval.'



Raymond Detrez (1948) studeerde van 1967 tot 1971 Slavistiek met als specialisaties Russisch, Oud-Kerkslavisch en Servo-Kroatisch aan de Universiteit van Gent. In 1972 studeerde hij Bulgaarse taal, literatuur en geschiedenis in Sofia.
Detrez werkte van 1974 tot 1996 als journalist bij de Belgische staatsradio. In 1986 promoveerde hij in Gent op een Bulgaars onderwerp. Vanaf 1990 doceerde hij geschiedenis van de Balkan aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1997 ging hij als professor in de geschiedenis en cultuur van Oost-Europa werken aan de Universiteit in Gent, waar hij in het Centrum voor Zuidoost-Europees onderzoek opzette.
Detrez schreef tientallen boeken, waaronder De Balkan. Van burenruzie tot burgeroorlog (1992), Kosovo. De uitgestelde oorlog (1998) en het lijvige Historical Dictionary of the Republic of Bulgaria (2006).


Omhoog
Terug naar archief