Hoezo 'niets te kiezen'

Suzanne Jansen

De verkiezingen voor het Europees Parlement staan voor de deur. Tussen 4 en 7 juni gaan in alle 27 lidstaten van de Europese Unie de burgers naar de stembus. In Nederland zijn er maar liefst 17 kandidatenlijsten waarop de kiezer zijn stem kan uitbrengen. Maar valt er wel wat te kiezen? Waarin onderscheiden deze partijen zich, en op basis van welke thema's bepaal je je keuze? Speciaal voor de Ablak-lezers heb ik drie thema's uitgezocht die gerelateerd zijn aan Oost-Europa en de Balkan: de uitbreiding en de grenzen van de Europese Unie, vrije arbeidsmigratie binnen de EU, en de toekomst van het Europees regionaal beleid. Onderstaand overzicht is niet allesomvattend, keuzes - zo onpartijdig mogelijk - moesten gemaakt worden.

Naast de Nederlandse gevestigde partijen CDA, PvdA, VVD, D66, ChristenUnie/SGP, D66, GroenLinks, SP, PVV, PvdD en De Groenen, is er een aantal andere Nederlandse partijen, al dan niet speciaal voor deze verkiezingen opgericht: Europa Voordelig! & Duurzaam, Europese Klokkenluiders Partij, LibDem, Partij voor de Europese Politiek en Solidara. Verder zijn er ook twee pan-Europese bewegingen, die met hetzelfde programma in meerdere landen meedoen aan de verkiezingen, namelijk Libertas Europa en Newropeans.

Uitbreiding en nabuurschap
In de discussie om de uitbreiding van de EU zijn er twee mogelijkheden: wel of geen verdere uitbreiding. Hier kunnen uiteraard voorwaarden aan gesteld worden en bepaalde landen kunnen van te voren uitdrukkelijk al dan niet uitgesloten worden. Opmerkelijk is dat bij de Stemwijzer Europa van Eťn Vandaag bijna alle partijen expliciet noemen dat het belangrijker is zaken intern op orde te hebben dan verder uit te breiden. In de verkiezingsprogramma's wordt meer in detail uiteengezet waar de grenzen liggen.

Een groot aantal partijen vindt dat de EU gedane toetredingsbeloften moet nakomen. Van GroenLinks, D66, PvdA, CDA, Christen Unie/SGP en Solidara mogen landen van de westelijke Balkan lid worden zodra ze aan de voorwaarden voldoen. SP en VVD vinden dat criteria strenger dan voorheen moeten worden toegepast en dat tot de volgende verkiezingen in 2014 alleen KroatiŽ eventueel lid kan worden. De SP voegt hieraan toe dat na 2014 in elke lidstaat een referendum moet worden gehouden over het lidmaatschap.

De enige partijen die expliciet tegen het Turks EU-lidmaatschap zijn, zijn de PVV, Christen Unie/SGP en de Europese Klokkenluiderspartij. De VVD zegt wel dat de onderhandelingen volgend jaar stopgezet moeten worden als Turkije niet alle EU-lidstaten gelijk behandelt.

Een van de speerpunten van het pan-Europese Libertas is het invoeren van het referendum over belangrijke Europese zaken, zoals uitbreiding. Dit wordt gedeeld door LibDem. Newropeans wil trans-Europese referenda, waarbij meer dan 50 procent van de Europese burgers en 50 procent van de lidstaten moeten instemmen met een voorstel.

De overige en voor vrijwel alle partijen ook de laatste potentiŽle EU-kandidaten zijn Wit-Rusland, OekraÔne en MoldaviŽ, en dan hebben ze het over de (zeer) lange termijn. Christen Unie/SGP vindt dat deze landen wel perspectief moet worden geboden om ze binnen boord te houden.

De Partij voor de Dieren vindt dat Europa eerst een pas op de plaats moet maken om de huidige problemen aan te pakken voordat nieuwe lidstaten kunnen toetreden. PVV is, net als Partij voor de Europese Politiek, het meest extreem en vindt dat er geen landen meer bij de EU mogen; bovendien moeten corrupte landen als Bulgarije en RoemeniŽ eruit. Solidara stelt ook harde voorwaarden voordat een land mag toetreden en als na toetreding hieraan niet meer wordt voldaan, kan de EU het lidmaatschap terugnemen.

Ten slotte spreken vrijwel alle partijen over actief nabuurschapsbeleid, waarin goede banden met buurlanden voortgezet en verder uitgebouwd moeten worden. De PvdA heeft het bijvoorbeeld over de oprichting van een EU-Zwarte Zee Gemeenschap om regionale samenwerking en stabiliteit in dit gebied te bevorderen.

Arbeidsmigratie
De EU gaat uit van vier vrijheden van verkeer: van personen, goederen, diensten en geld. Dit betekent dat in theorie iedereen binnen de EU zich vrij kan bewegen, en zich overal kan vestigen om te gaan werken. In praktijk is dit echter vanaf de uitbreiding in 2004 een discussiepunt.

PvdA, Christen Unie/SGP, CDA, VVD, GroenLinks, SP, D66 en Solidara zijn voor open grenzen, maar dit mag niet ten koste gaan van de rechtspositie van Nederlandse werknemers. Om in onze vergrijzende samenleving aan de vraag naar werknemers te kunnen blijven voldoen, zal arbeidsimmigratie zelfs nodig zijn, vinden de meeste partijen.

Ze vinden bovendien vrijwel allemaal dat de regels van een lidstaat gelden voor een ieder die er werkt, zodat oneerlijke concurrentie wordt voorkomen. De PvdA stelt echter ook dat er meer beleid en controle nodig zijn om illegale arbeid en uitbuiting te voorkomen en bestrijden. Zolang dit niet het geval is, moeten lidstaten beperkingen van instroom uit Bulgarije, RoemeniŽ en andere toekomstige lidstaten op kunnen leggen.

De SP vindt dat er zeker geen Bulgaren en Roemenen op de Nederlandse markt toegelaten mogen worden. De VVD neemt het standpunt in dat het aan de lidstaten zelf is wel of niet een overgangsperiode in te lassen voor werknemers uit nieuwe lidstaten. Voor de Christen Unie/SGP en LibDem zijn overgangsperiodes ook bespreekbaar. SP en Partij voor de Dieren zien arbeidsmigratie liefst in zijn geheel beŽindigd worden, omdat dit het beste gelijke kansen zou bieden aan de inwoners in de eigen regio.

Regionale fondsen
De Europese Unie is niet alleen opgebouwd uit lidstaten, er bestaat ook een 'Europa van de Regio's'. In sommige landen, bijvoorbeeld in Hongarije, zijn zelfs artificieel regio's opgezet, omdat deze entiteiten nodig zijn om in aanmerking te komen voor geld uit de cohesie- of structuurfondsen. Doel van deze fondsen is om het verschil in ontwikkeling tussen de regio's en de lidstaten te verkleinen.

Voor de periode 2007-2013 wordt 348 miljard euro, ofwel 35 procent van de EU-begroting, vrijgemaakt voor deze regionale fondsen. Een enorm bedrag dus. Vooral de gevestigde partijen dragen in hun Europese verkiezingsprogramma's ideeŽn aan hoe met deze geldstromen om te gaan in de toekomst.

Van alle partijen die de regionale fondsen in hun verkiezingsprogramma noemen is het CDA de enige die expliciet wil waarborgen dat Nederland geld uit deze fondsen krijgt. Verschillende partijen noemen wel dat er geld voor internationale regionale samenwerking beschikbaar moet blijven. D66 legt hierbij de nadruk op innovatie.

VVD, Christen Unie/SGP en Libertas vinden dat de structuurfondsen in omvang moeten worden teruggebracht, en dat kan door ze alleen beschikbaar te stellen aan armere lidstaten. Overige partijen schrijven niet over netto minder betalen. SP en GroenLinks vinden dat er geen geld meer naar rijkere regio's in de EU mag gaan, maar alleen naar landen die het echt nodig hebben.

PvdA is zwakker in haar formulering en zegt dat Structuurfondsen in beginsel slechts worden ingezet in die regio's waar de middelen het meest nodig zijn, namelijk in verarmde regio's in arme lidstaten. De Partij voor de Dieren vindt dat de EU moet inzetten op het versterken van economisch kwetsbare regio's door milieuvriendelijke projecten te stimuleren.

Opvallend is dat het merendeel van de partijen expliciet zegt tegen het rondpompen van geld te zijn. Hoewel niet specifiek toegespitst op de regionale fondsen, benadrukt de PVV dat het 'de miljardenstroom van Nederland naar Brussel' wil stoppen: Nederlands geld in ons eigen land besteden, zeker in de huidige economische crisis, zegt de PVV.

D66 pleit voor een geheel ander financieringssysteem: afdracht gaat niet meer via de lidstaten, maar belasting wordt direct bij de EU-burgers geheven. Zo voorkom je dat een rijke Portugees minder bijdraagt dan een arme Nederlander en dat lidstaten bezig zijn onnodige subsidies binnen te halen om de eigen netto bijdrage te verlagen. Newropeans en Partij voor de Europese Politiek zijn naast D66 overigens de enige partijen die op Europees niveau belasting heffen een goed idee vinden; de andere partijen vinden dat dit de nationale soevereiniteit van de lidstaten ondermijnt.

Conclusie
Uit de discussie rond de drie bovenstaande thema's blijkt dat er wel degelijk iets te kiezen valt in Europa. Interessant is de opbouw in de verschillende verkiezingsprogramma's. Sommige zijn pragmatisch, andere zijn visionair of radicaal. Ikzelf val in de categorie 'idealistisch-realistisch' en heb mijn keuze al gemaakt. Als u het nog niet weet, of als u uw stem niet alleen wilt baseren op deze drie 'Ablak-thema's', dan kunt u natuurlijk alle programma's lezen.

Er zijn ook andere mogelijkheden: elke politieke partij heeft uitgebreide informatie op haar website staan, vaak inclusief een samenvatting van het verkiezingsprogramma. En dan zijn er tal van elektronische 'stemhulpen', zoals de Stemwijzer Europa van Eťn Vandaag, de ProgramVergelijking Europa 2009, Kieswijzer Europa en de Libelle Kiescoach(!). Als u het dan nog niet weet, kunt u, net als waarschijnlijk de meerderheid van de Nederlandse stemmers, altijd nog uitgaan van de binnenlandse thema's...

Omhoog
Terug naar archief