Amnesty-rapport over Rusland stemt somber

Hellen Kooijman

In vergelijking met de sovjetperiode is de mensenrechtensituatie in Rusland in veel opzichten verbeterd, zo luidt een conclusie uit Op weg naar de wet, Mensenrechten in Rusland, het laatste rapport van Amnesty International over mensenrechten in Rusland. Inderdaad, in vergelijking met de sovjetdagen is de censuur nagenoeg verdwenen. In de strafkampen zitten geen honderden gewetensgevangenen meer.

Toch worden de mensenrechten in de Russische Federatie fors geschonden. Het rapport stemt de lezer treurig. Elke 50 minuten sterft er een gevangene in Rusland. De helft van de arrestanten wordt door de politie mishandeld. Jaarlijks sterven 14.000 vrouwen door huiselijk geweld en worden minstens 50.000 vrouwen en kinderen als 'seksslaven' verhandeld.

En dan is er nog TsjetsjeniŽ, dat van alle onderwerpen de meeste aandacht krijgt van de internationale pers. Zowel Russische als Tsjetsjeense troepen plegen daar op grote schaal mensenrechtenschendingen: willekeurige detentie, marteling, verkrachting, mishandeling, buitengerechtelijke executies.

Minder aandacht krijgt de beteugeling van het vrije woord. De vrijheid van meningsuiting, waar zo hard om gevochten werd tijdens de jaren van glasnost, is nog steeds niet gewaarborgd. Het Amnesty rapport haalt de zaak Grigori Pasko aan. Deze marineofficier en journalist maakte in 1993 video-opnamen van een Russische onderzeeŽr die nucleair afval dumpte. De Japanse tv zond de beelden uit. Pasko heeft voor zijn daad in totaal vier jaar moeten zitten. Begin dit jaar kwam hij voorwaardelijk vrij. Internationale druk, onder andere van Amnesty, speelde hierbij een grote rol.

De pers mag veel in het Rusland van na de ondergang van het communisme. Maar, zo concludeert Amnesty, al garandeert de grondwet van 1993 de persvrijheid, in de praktijk mogen de Russische media een hoop nŪet.

Zo is meer dan 90 procent van de Russische kranten en tijdschriften afhankelijk van overheidsinstellingen voor het verkrijgen van papier, drukpersen en distributie. Televisieomroepen zijn afhankelijk van landelijke en nationale autoriteiten voor de toegang tot de ether, maar ook voor een vergunning om kantoorruimtes en studio's te huren.

De overheid weigert journalisten toegang tot informatie. Ze krijgen bijvoorbeeld bepaalde statistieken niet overhandigd of mogen op bepaalde plekken niet filmen. Ook worden journalisten geregeld fysiek aangevallen of met geweld bedreigd.

Dat geldt met name voor journalisten die kritisch berichten over de oorlog in TsjetsjeniŽ. Iskander Chatloni, een verslaggever van Radio Free Europe, onderzocht schendingen van mensenrechten die Russische soldaten in TsjetsjeniŽ begingen. Hij werd in 2000 vermoord. Niet vreemd dus dat veel journalisten tot zelfcensuur overgaan.

Niet alleen kranten, radio en tv staan onder druk van de Russische overheid. Ook poogt deze de vrije informatie uitwisseling via internet aan banden te leggen. Internetdeskundigen zeggen dat bepaalde technische bepalingen van de overheid een serieuze bedreiging vormen voor het recht op privacy. Bovendien zijn leveranciers van internetdiensten verplicht om op eigen kosten een apparaat te installeren dat alle internetverkeer naar een terminal van de Federale Staatsveiligheidsdienst (FSB) leidt.

Kortom, het ondernemen van actie voor de naleving van mensenrechten in de Russische Federatie is ook anno 2003 hard nodig. Die actie komt overigens nauwelijks van de internationale gemeenschap, zo meldt het rapport en passant.

Als er al aandacht is voor mensenrechtenschendingen, betreft het meestal TsjetsjeniŽ. En ook dat was een aandacht 'met veel gebreken'. Tien maanden na het begin van de tweede oorlog in 1999 waren er slechts drie internationale waarnemers van de Raad van Europa in TsjetsjeniŽ. De OVSE werkte tot aan 2001 vanuit Moskou. Volgens veel mensenrechtenactivisten liet de effectiviteit van de OVSE in TsjetsjeniŽ te wensen over. De organisatie zou haar mandaat onvoldoende benutten en te weinig personeel ter beschikking stellen.

De belangrijkste reden voor het geringe aantal internationale waarnemers was het Russische felle verzet hiertegen. Maar ook speelden hierbij een rol het gebrek aan politieke wil en besluitvaardigheid van de kant van Europa en de VS, aldus het rapport.


- Op weg naar de wet. Mensenrechten in Rusland
- Amsterdam, 2002
- Amnesty International
- 143 blz.
- ISBN 90 6463 139 5
- Ä 7, -

Omhoog
Terug naar archief