Mensenrechten geen prioriteit voor Russen

René Does

Sinds het einde van de communistische tijd is de maatschappij van Rusland vrijer en opener geworden. Rusland staat echter zekerniet bekend als één van de voorlopers in de verdediging van mensenrechten.

Over het hedendaagse Rusland kan met gemak een flinke opsomming van mensenrechtenschendingen worden gemaakt. Allereerst denkt men dan aan de gewelddadige onderdrukking van de Tsjetsjeense opstand en de brute zatsjistki (zuiveringen) van Tsjetsjeense dorpen.

Maar er is meer. Milieuactivisten worden regelmatig vervolgd wegens de openbaarmaking van 'staatsgeheimen'. De levensomstandigheden in Russische gevangenissen zijn mensonterend en gevaarlijk wegens overvolle cellen en de snelle verspreiding van tbc, aids en drugsgebruik. Voor relatief lichte vergrijpen worden zware straffen opgelegd.

Politieagenten mishandelen vaak arrestanten en doen dit praktisch ongestraft. Jonge dienstplichtigen worden bij hun legeronderdelen dikwijls getreiterd. Hen wordt lichamelijk geweld aangedaan. De persvrijheid wordt regelmatig met voeten getreden.

Skinheads kunnen tamelijk ongestoord geweld plegen tegen donkere mensen en burgers uit de Kaukasus. Racisme en antisemitisme zijn niet uitzonderlijk onder Russen.

De Geloofswet uit 1997 legt zware beperkingen op aan de uitoefening van niet-traditionele religies in Rusland. De traditionele religies zijn volgens de wet de orthodoxie, de islam, het boeddhisme en het jodendom.

Maar er is ook vooruitgang geboekt op het gebied van mensenrechten. Inmiddels heeft Rusland alle belangrijke mondiale en Europese mensenrechtenconventies ondertekend. Er zijn voorzichtige tekenen dat de Russische Federatie zich - in tegenstelling tot de voormalige Sovjet-Unie - niet alleen op papier aan deze regels zal houden.

Onder de president functioneert een commissie voor de mensenrechten. Er is een ombudsman voor de mensenrechten; thans Oleg Mironov. Rusland telt momenteel zo'n 2000 mensenrechtengroepen. In de strafrechtpleging worden lichtere straffen en sinds kort ook alternatieve straffen opgelegd. Er is aandacht voor de levensomstandigheden in de gevangenissen.

Doodstraf
Russen vinden de naleving van mensenrechten een goed beginsel, maar ze kunnen zich heel snel situaties voorstellen waarin dit principe opzij moet worden geschoven. Een westerse politicus die in de communistische tijd mensenrechtenschendingen in Rusland aan de orde stelde, werd meteen om de oren geslagen met de schending van economische mensenrechten in het Westen (werkloosheid, grote verschillen tussen rijk en arm).

Vandaag de dag menen de meeste Russen dat de naleving van burgerrechten opzij mag worden geschoven als dat nodig mocht zijn voor de binnenlandse veiligheid en de belangenbehartiging van de Russische staat. Westerse democratieën mogen hun mensenrechtennormen niet zomaar opleggen aan Rusland, zo vindt een meerderheid van de Russen.

De afschaffing van de doodstraf, voor mensenrechtengroeperingen een belangrijke indicator voor goed gedrag, is een veelzeggende illustratie van het Russische denken over mensenrechten. In Rusland bestaat de doodstraf nog, maar onder druk van de Raad van Europa worden sinds 1997 geen doodvonnissen meer tot uitvoering gebracht.

President Poetin is voor afschaffing van de doodstraf. Poetin loopt met dit standpunt vooruit op de publieke opinie. Een jaar geleden stemde de Staatsdoema met 266 stemmen vóór een voorstel tot beëindiging van het moratorium op de doodstraf; 85 Doema-leden wilden het moratorium handhaven.

De indiener van het voorstel, parlementslid Arkadi Baskajev, verdedigde zijn standpunt met de mening dat 'de binnenlandse golf van terrorisme, wreedheid en cynisme' gestopt moet worden en dat je Rusland niet met West-Europa gelijk mag stellen. Onder de Russische bevolking is 69 procent voor de doodstraf, 16 procent is tegen en de rest heeft geen mening.

'In Rusland is een criminele burgeroorlog gaande van misdaadgroepen tegen de ordelievende burgerbevolking. Terrorisme is een alledaags verschijnsel geworden', schreef hoogleraar Vladimir Goelijev van het vooraanstaande Instituut voor Staat en Recht van de Russische Academie van Wetenschappen onlangs in de Nezavisimaja Gazeta. Daarom heeft de overheid het recht en de plicht terroristen en topcriminelen fysiek te liquideren via de voltrekking van doodvonnissen, aldus Goelijev.

Oog om oog, tand om tand. De volgende misdadigers komen volgens hem voor doodstraf in aanmerking: plegers van massaterreur, massamoordenaars, seriemoordenaars, kindermoordenaars en drugsbaronnen.

Ook in de buitenlandse politiek zijn er voor de Russische autoriteiten en burgers belangrijkere zaken dan de naleving van mensenrechten, met name de bescherming van de nationale soevereiniteit van staten en de behartiging van de Russische economische en geopolitieke belangen. Dit kwam duidelijk naar voren in de veroordeling van de NAVO-oorlog in 1999 tegen Servië vanwege de kwestie Kosovo, die door de NAVO een 'humanitaire interventie' werd genoemd. De Russen zagen het vooral als inbreuk op de soevereiniteit van Servië.

Russen zijn ook massaal tegen de huidige oorlog tegen Irak. Dat Saddam Hoessein een massamoordenaar is zonder wie de wereld er - hoe je ook mag denken over de rechtmatigheid van de oorlog - alleszins op vooruit gaat, is een argument dat bij de meeste Russen geen weerklank vindt.

'Bij alle waardering voor de mensenrechten wordt in de Russische buitenlandse politiek het beproefde principe van de soevereiniteit van staten hoger gewaardeerd', zegt Sergej Tsjoegrov, de plaatsvervangend hoofdredacteur van het wetenschappelijke maandblad Wereldeconomie en Internationale Betrekkingen.

Tsjetsjenië
Rusland wordt internationaal hevig bekritiseerd om de mensenrechtenschendingen in de strijd tegen de Tsjetsjeense opstandelingen. De Duitse voorzitter van de Juridische Commissie van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, Rudolf Bindig, stelt voor een Tsjetsjenië Tribunaal in te stellen naar het voorbeeld van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag.

Hoewel zo'n tribunaal er niet zal komen, vinden Russische diplomaten het een voorstel dat opnieuw getuigt van westerse vooringenomenheid en moralisme jegens Rusland en onwetendheid over de aard van de Tsjetsjeense opstand ('terrorisme'). Deze opinie wordt door de grote meerderheid van de Russische burgers gedeeld, waarbij de regeringsvriendelijke en weinig kritische berichtgeving over Tsjetsjenië in de Russische media ongetwijfeld een belangrijke rol speelt.

Een recent opinieonderzoek naar de mening van Russen over mensenrechten, waarvan de resultaten werden gepubliceerd in het oktober-decembernummer van 2002 van het tijdschrift Post-Soviet Affairs, toont aan dat Russen mensenrechten nog altijd het meest opvatten als de bescherming van economische mensenrechten. Bijna 70 procent is voor de bescherming van economische rechten.

De bescherming van politieke burgerrechten vinden de Russen veel minder belangrijk. Volgens het onderzoek is 12 procent overtuigd aanhanger van de bescherming van politieke mensenrechten en 66 procent van de Russen een 'zwakke supporter'. En zwak betekent echt zwak, aldus de onderzoekers. Opvallend hierbij is dat opleidingsniveau, inkomen en leeftijd geen rol spelen. Jonge hoogopgeleide Russen zijn geen grotere aanhangers van de naleving van politieke mensenrechten.

Ook op het gebied van de naleving van mensenrechten laat de situatie in Rusland dus een grijs beeld zien. Het is, zoals op zoveel terreinen, voorlopig doormodderen.

Het ideaal van de naleving van de mensenrechten valt op vruchtbare bodem zolang het democratiseringsproces vorderingen maakt. Voordat het thema een volwaardige plaats in de Russische politiek en maatschappij verovert zal echter nog veel tijd verstrijken en het zal uithoudingsvermogen, volharding en tact van mensenrechtenorganisaties vragen.

Omhoog
Terug naar archief