Het geduld van MongoliŽ

Tjalling Halbertsma

Na een door de buitenwereld vrijwel onopgemerkte revolutie, introduceerde MongoliŽ in 1991 een meerpartijenstelsel en vrije verkiezingen. Sindsdien worden verstrekkende politieke, maatschappelijke en economische hervormingen doorgevoerd. Hoewel werkloosheid en armoede schrikbarende vormen hebben aangenomen, vindt de meerderheid van de bevolking dat het land zich in de goede richting begeeft. Opiniepeilers verklaren dit door een kort geheugen en veel geduld.

Niets is wat het lijkt in politiek MongoliŽ. De voormalige communistische Revolutionaire Volkspartij van MongoliŽ (MPRP), die het land zeventig jaar lang regeerde, heeft haar revolutionaire naam behouden, maar is inmiddels lid van de Socialistische Internationale en mag daarmee op steun van de PvdA, New Labour en de SPD rekenen. MPRP-voorzitter Nambaryn Enkhbayar, sinds 2000 minister-president, wordt in internationale media 'de Blair van de steppe' en 'een politicus van de derde weg' genoemd, maar ook geportretteerd als een voormalige communist, boeddhist en goed danser.

Ook de huidige oppositiepartijen, die zich als een 'coalitie van democraten tegenover de oud-communisten' presenteren, zijn niet altijd wat ze op het eerste gezicht lijken en veelal conservatiever dan hun naam doet vermoeden. De Sociaal Democraten van MongoliŽ krijgen overzeese steun van onder meer de Amerikaanse Republikeinen en structureerden hun campagnes - naar voorbeeld van Newt Gingrichs' Contract with America - rond een Contract with Mongolia.

Ondanks grote verdeeldheid lijken de hervormingen aan te slaan. De verkiezingen zijn sinds 1992 vrij en eerlijk verlopen en hebben voor westerse begrippen een ongekend hoge opkomst. Het boeddhisme bloeit weer op, de media zijn vrij en het land heeft zich - na lange tijd een van de meest gesloten en teruggetrokken staten te zijn geweest - met eigen troepen in Irak op het wereldtoneel begeven.

Hoe heeft MongoliŽ onopgemerkt zo ver kunnen komen en wat is de balans van al die politieke en maatschappelijke hervormingen na zeventig jaar communisme?

De MPRP laat er tijdens verkiezingen geen twijfel over bestaan: de grootste politieke overwinning van MongoliŽ in de twintigste eeuw is zijn onafhankelijkheid. Terwijl de koninkrijken van Centraal-AziŽ door de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie als autonome provincies of deelrepublieken werden opgeslokt, herwon MongoliŽ in 1921 zijn onafhankelijkheid en wist die ook te behouden.

In 1990, na demonstraties en hongerstakingen in de hoofdstad Ulaanbaatar, zag de MPRP zich gedwongen haar alleenheerschappij op te geven en vrije verkiezingen uit te schrijven. De transitie was een van de vreedzaamste in de geschiedenis: terwijl de dissidenten op het stadsplein demonstreerden bleef het leger in de kazerne.

De eerste verkiezingen werden door de MPRP, die naast naamsbekendheid over een uitgebreid netwerk beschikte, gewonnen. In 1996 won de Democratische Alliantie, een bonte coalitie van nieuwe partijen, en kwam er een einde aan de alleenheerschappij van de MPRP. De coalitieregering van de Democratische Alliantie was echter een kort leven beschoren. Voor de verkiezingen van 2000 kwamen in totaal drie coalitieregeringen van de alliantie ten val. Bestuurlijke chaos, incompetentie en corruptieschandalen leidden ertoe dat de MPRP in 2000 de Democratische Alliantie van het toneel veegde en maar liefst 72 van de 76 parlementszetels won.

De beloftes die de MPRP tijdens die verkiezingscampagne maakte tonen aan hoe MongoliŽ er tien jaar na de revolutie van 1990 voorstond. Vrije verkiezingen, een vrije pers en een vrije markteconomie waren voor de kiezer allang geen hoofdzaken meer. Hoge werkeloosheid, verslechterde algemene voorzieningen en schrijnende armoede waren tegenover de nieuw verworven vrijheden komen te staan. De MPRP beloofde de pensioenen en salarissen te verhogen, maar ook de markthervormingen voort te zetten.

De verkiezingen van de komende zomer staan in het teken van het recente verleden. Terwijl de democratische coalitie even verdeeld lijkt als voorheen, tracht zij het electoraat eraan te herinneren dat de democratische omwenteling van 1990 dankzij de Democratische Alliantie kon plaatsvinden. De MPRP daarentegen doet alles om de kiezer aan de chaos van de Democratische Alliantie te herinneren, maar realiseert zich ook dat het de economische hervormingen voor de individuele burger voelbaar moet maken.

Niet voor niets voert de oppositie campagne met de belofte van 'tien dollar per maand voor ieder kind'. Dit is een onrealistische maar zeer populaire belofte, want kinderen zijn er veel in MongoliŽ. De bevolking van MongoliŽ is jong, gemiddeld 22 jaar. Maar liefst ze-ventig procent van de 2,3 miljoen inwoners is jonger dan 35 jaar.

Opiniepeilers constateren dat de bevolking van MongoliŽ een kort geheugen heeft, tenzij het de roemruchte Mongoolse geschiedenis betreft. Voor het eerst in de geschiedenis van het land worden overal in MongoliŽ beelden van Genghis Khan opgericht. Ook boeddhabeelden die onder de sovjetoverheersing naar Rusland waren gebracht, volgens de toenmalige propaganda om er kogels voor het Rode Leger van te maken, worden aan de hand van foto's gereconstrueerd. Talloze religieuze en seculiere groepen proberen de nationale variaties in het boeddhisme en sjamanisme in MongoliŽ te vinden.

Maar juist hier speelt het geheugen MongoliŽ parten. Hoe dans je een rituele tsam-dans nadat die zeventig jaar lang verboden is geweest? En hoe traceer je familienamen die in de vorige eeuw als een feodale erfenis werden afgeschaft en na zeventig jaar vergeten blijken te zijn?

In MongoliŽ is identiteit niet alleen een kwestie van reconstructie van het verleden maar ook van het noodgedwongen opnieuw definiŽren hiervan. De dansers in de rituele tsam-dans kregen weliswaar instructies van een hoogbejaarde monnik die als kind de laatste dans had bijgewoond, maar hun recente uitvoering werd vooral gekenmerkt door improvisatie en vernieuwing.

Het terugvinden van de familienamen, die in de communistische periode waren afgeschaft om het clansysteem te doorbreken, is al even gecompliceerd. In een samenleving van nomaden blijkt zeventig jaar - drie generaties - lang genoeg te zijn om families hun oorspronkelijke naam te laten vergeten. Families die er niet in slagen hun naam te traceren mogen een nieuwe naam kiezen.

Hoewel dit proces nog niet voltooid is, zijn de eerste trends waarneembaar. Historische namen van belangrijke clans zijn uiteraard populair, maar ook beroepen. Zo heeft de eerste en enige astronaut van MongoliŽ de nieuwe familienaam 'Sansar' gekozen, waarmee hij stamvader van de familie 'Kosmos' is geworden. De maatschappelijke zoektocht naar de identiteit van MongoliŽ typeert zich zowel door vernieuwing als door aanpassingsvermogen.

Buitenlandse onderzoekers in MongoliŽ hebben zich vooral verbaasd over het slagen van de democratische en politieke hervormingen in een land dat in een regio ligt waar politieke vrijheden niet vanzelfsprekend zijn. Veel onderzoekers verklaren de functionerende democratie uit het nomadenbestaan van het land.

Anderen wijzen naar recente opinieonderzoeken. Daarin staan de zorgen van het electoraat over werkloosheid, armoede en alcoholisme immers pal tegenover de massale steun voor de koers die het land vaart: maar liefst 74 procent van de kiezers vindt dat het land zich in de goede richting begeeft, negen procent vindt van niet. Dit kan betekenen dat de bevolking van MongoliŽ in de eerste plaats veel geduld heeft met de politieke, economische en maatschappelijke hervormingen. De echte test moet dan nog komen.

Tjalling Halbertsma is adviseur van de minister-president van MongoliŽ en auteur van onder meer Steppeland, berichten uit MongoliŽ (Dominicus, 2003)

Omhoog
Terug naar archief