GeorgiŽ worstelt met Bologna-proces

Sandra Boersma

GeorgiŽ is het afgelopen jaar vooral in het nieuws geweest door de dramatisch verslechterende verhouding met buurland Rusland. Toch zijn er ook binnenlands ontwikkelingen in GeorgiŽ die de moeite waard zijn om in de gaten te houden. Een van die ontwikkelingen is de drastische hervorming van het onderwijs. Een verslag uit Tbilisi.

In juli 2006 ontving een groep taalkundigen en logici aan de Universiteit van Amsterdam een doorgestuurde e-mail met als onderwerp 'Crisis at Tbilisi State University'. De tekst repte van massa-ontslagen bij de Staatsuniversiteit van Tbilisi (TSU). De Georgische regering zou bezig zijn om de universiteit in de vernieling te helpen. De e-mailactie was een noodkreet: 'The professors of Tbilisi State University ask for expressing your support in our attempts to oppose violence and dictate in our University.'

De UvA en de TSU organiseren samen elke twee jaar in Tbilisi het 'International Symposium on Language, Logic and Computation'. Veel logici en taalwetenschappers aan de UvA hebben al een jarenlange band met de TSU. Maar wat was er nu dan ineens aan de hand? Volgens de tekst van de e-mail was er een nieuwe rector aangesteld, Giorgi Choeboea.

In opdracht van de Georgische regering was hij aan voortvarende hervormingen begonnen, zonder te overleggen met de democratisch gekozen Academische Raad. Alle medewerkers van de TSU werden ontslagen of waren dat al. Wie zijn baan wilde behouden, kon meedoen aan een 'competitie' en een sollicitatiebrief sturen. Vreedzaam protest van docenten tegen deze gang van zaken werd door de politie met geweld beeindigd. De minister van Onderwijs, Kacha Lomaja, maakte de protesterende docenten bovendien uit voor 'hooligans' en begon een rechtszaak tegen hen.

In oktober belde ik Nana Sjengelaja om te vragen of ik langs kon komen. Tot juni 2006 was zij hoofddocent van de afdeling taalkunde aan de TSU. Ze had tijd, ik kon diezelfde avond nog komen. Haar appartement lag in een wat smoezelig en verwaarloosd woonblok, maar binnen bleek het er heel prettig, met veel planten, kasten vol boeken en een grote eettafel. Uit de voorkamer kwam Nana's stokoude moeder nieuwsgierig aanscharrelen om te zien wie er was.

We sloegen de beleefdheden over en begonnen meteen over de situatie op de universiteit. Nana was razend. Goed, hervormingen waren wel nodig. Er waren enorm veel 'dode zielen': docenten die op de loonlijst stonden maar die niemand ooit op de universiteit zag. En er was natuurlijk veel corruptie, en het niveau was ook niet overal even hoog.

Maar zoals de hervormingen nu werden doorgevoerd, dat was niet de goede manier. Verhaal na verhaal vertelde ze, van wat er allemaal niet klopte.

Ze was erbij geweest, bij het protest van de docenten. Ze hadden rustig in de hal van het hoofdgebouw gestaan en wilden met de rector praten. Die had zich echter opgesloten in zijn kamer en was kennelijk zo bang geworden dat hij de hulp van de politie had ingeschakeld. De deuren van de hal werden op slot gedaan en ze hadden de hele nacht in die hal door moeten brengen, zonder water en zonder dat ze naar de wc konden. De volgende morgen kwam de politie met veel vertoon het gebouw binnen en omsingelde de docenten, die nog steeds kalm stonden te wachten.

De benoeming van Choeboea was volgens Nana niet wettig: de rector moet gekozen worden door de Academische Raad, dat stond in de wet. 'Maar in plaats van dat de regering door de rechter op haar vingers wordt getikt, zijn de docenten verhoord op verdenking van geweldpleging'.

Ze ging naar de keuken en kwam terug met thee en een grote schaal met fruit. Ik vroeg me af hoe ik haar verhalen moest opvatten. Overdreef ze nou?

Nana zag vast de ongelovige uitdrukking op mijn gezicht. 'Van de een op de andere dag zijn de mensen ontslagen, Sandra. Niemand had ze wat verteld. Ze kwamen bij het loket om hun salaris op te halen en ze kregen te horen dat ze niet meer op de loonlijst stonden.'

Het stak haar dat als reden voor de hervormingen standaard werd genoemd dat de kwaliteit van het onderwijs zo slecht zou zijn. 'Onze faculteit heeft een goede reputatie: elke twee jaar organiseren wij hier een internationaal congres.

Het niveau is helemaal niet laag, integendeel. In GeorgiŽ heeft het onderwijs altijd op een hoog plan gestaan.

En wat doen ze nu? Ze heffen allerlei specialisaties op en ontslaan goede docenten. En als je ziet wie ze weer hebben aangenomen... Officieel waren een goede citation index, ervaring en deelname aan conferenties criteria bij de "competitie", maar ik weet zeker dat het daar niet om ging. Je moet gehoorzaam zijn en je moet connecties hebben.'

Later die week belde ik aan bij het Caucasus Research Resource Center. Door de luidspreker gaf ik mijn naam op, waarna een zoemer ging en ik de deur kon openduwen. Via een goed onderhouden tuin liep ik naar het kantoor. Ik had een afspraak met Hans Gutbrod, dť buitenlandse specialist in GeorgiŽ op het gebied van het hoger onderwijs.

Ik vroeg hem wat hij van de hervormingen vond. 'Die waren hard nodig', was zijn antwoord. 'Er gaat veel mis in GeorgiŽ, maar de hervormingen in het onderwijs gaan juist de goede kant uit. De critici realiseren zich niet hoe ingestort het systeem al was. Alle mensen die wat kunnen, hebben de universiteit allang verlaten. De kwaliteit van de TSU was zo laag! Een diploma stelde niets voor. Er is geen enkel referee journal in GeorgiŽ. Veel belangrijke wetenschappelijke artikelen worden niet vertaald en de studenten zijn niet vaardig genoeg om artikelen in het Engels te lezen. Het systeem was doordrenkt van corruptie en kleptocratie. De universiteit was een criminele organisatie van mensen die wanhopig probeerden om een toekomst voor hun kinderen te regelen.'

Ik vertelde hem Nana's kijk op de zaken. Hij gaf toe dat sommige afdelingen het beter hadden gedaan dan andere. 'Taalkunde was minder populair dan andere richtingen; de docenten en studenten die daar toch voor kozen, waren waarschijnlijk echt gemotiveerd.' En hier en daar waren er inderdaad fouten gemaakt bij het ontslaan en aannemen van personeel. De competitie was gehaast, ongestructureerd en niet transparant verlopen. 'Maar,' waarschuwde hij, 'je moet je door die kleinere fouten niet het zicht laten benemen op het grotere doel.'

Dat grotere doel is om het Georgische hoger onderwijs aan te laten sluiten op de 'Europese Hoger Onderwijsruimte'. Sinds 2005 doet GeorgiŽ officieel mee met het Bologna-proces, de grootscheepse hervorming van het Europese hoger onderwijs.

Het Bologna-proces is erop gericht om de samenwerking tussen de Europese universiteiten te vergroten. Het moet bijvoorbeeld makkelijker worden voor studenten, docenten en onderzoekers om (tijdelijk) naar een universiteit in een ander Europees land te gaan. Daarom wordt nu in heel Europa het bachelor/master-stelsel ingevoerd, moeten curricula, studiepuntensystemen en toetsingsmethodes op elkaar afgestemd raken en moeten er overal dezelfde mechanismen zijn om de kwaliteit te bewaken.

Hoewel GeorgiŽ onmiskenbaar erg Europese trekken heeft, moet het toch reuzenstappen nemen om aan deze hervormingen mee te doen. In 2005 wees de journalist Giorgi Kandelaki, een van de leiders van de Rozenrevolutie, vier hoofdoorzaken voor de bijna-instorting van het Georgische onderwijssysteem aan:

  1. De lesmethoden en de inhoud van de cursussen stimuleerden studenten niet om zelfstandig na te denken.
  2. De lesprogramma's waren weinig flexibel: al vanaf het eerste jaar waren studierichtingen ex-treem gespecialiseerd, zodat studenten zich meteen al moesten committeren aan een afdeling.
  3. Alle universiteiten waren doordrenkt van corruptie. Leden van toelatingscommissies lieten zich routinematig betalen om studenten te laten slagen.
  4. Universiteiten leden geldgebrek.

De laatste twee jaar is er serieus werk gemaakt van de hervormingen. Er is ťťn nationale toelatingstest voor het hoger onderwijs ontwikkeld, waarmee het omkopen van commissieleden moet zijn uitgebannen. Veel afdelingen zijn gefuseerd en faculteiten herschikt, om de versplintering van het onderwijs op te heffen. Er is een begin gemaakt met het aanpassen van de curricula: in hun eerste studiejaar hoeven studenten niet meer meteen hun specialisatie te kiezen. Ze beginnen nu eerst met algemene programma's.

Op de Tsjavtsjavadze Universiteit bijvoorbeeld (ook in Tbilisi), waar de Vlaamse Ingrid Degraeve Nederlands doceert, moesten de eerstejaars studenten van alle studierichtingen tijdens het eerste semester dezelfde vier vakken volgen: een introductie in het moderne wetenschappelijke denken, werken met de computer, informatiekunde en Engels.

In haar werkkamer, naast een indrukwekkende kast vol Nederlandse en Vlaamse literatuur, vertelde Ingrid dat ze gemengde gevoelens had over de hervormingen. Veel dingen leken niet slecht, maar veel was ook nog onduidelijk.

Terwijl het eerste semester allang bezig was, wist bijvoorbeeld niemand op haar universiteit welke vakken in het tweede semester gegeven zouden worden en ook niet wanneer dat tweede semester zou beginnen. 'Elke week komt er weer nieuwe informatie, de communicatie is heel slecht,' legde ze uit. 'Ik weet niet eens of mijn afdeling wel blijft bestaan. Jij vindt het als buitenstaander moeilijk om je een oordeel te vormen, maar de docenten hier weten net zo weinig als jij'.

Choeboea, de door de onderwijsminister benoemde interim-rector van de TSU, is afgelopen maand door de Academische Raad unaniem gekozen als rector, zodat zijn positie nu geheel wettig is. Overigens was hij de enige kandidaat en is de samenstelling van de Academische Raad sinds juli 2006 behoorlijk veranderd.

Uit interviews met hem in Engelstalige online-kranten blijkt dat Choeboea zich de doelen van het Bologna-proces helemaal eigen heeft gemaakt. Alle vragen worden door hem beantwoord met verhalen die regelrecht uit de Bologna-doelstellingen lijken te komen. Op de een of andere manier doet dat bij een GeorgiŽr wat vreemd aan: GeorgiŽrs zijn door de jaren heen bepaald geen braaf en gehoorzaam volk geweest. En zouden ze nu dan wel braaf meedoen met de directieven uit Europa?

Nana Sjengelaja vertelt: 'In de sovjettijd waren we niet vrij, maar het lukte om een faÁade op te houden die voor de sovjets acceptabel was. Daaronder ging een enorm levendige "andere wereld" schuil. Iedereen wilde graag lezen, westerse boeken gingen van hand tot hand, onder de tafel. De mensen waren geestrijk, levendig en nieuwsgierig.

De politiek was "bevuild" en de GeorgiŽrs hielden zich er verre van. De politiek lieten ze aan de Russen. Sinds de GeorgiŽrs zelf aan politiek mogen doen, gaat het bergafwaarts met de mentaliteit van de mensen.'

Nana ziet de massaontslagen en de aanpassing van de curricula als het om zeep helpen van de universiteit. Volgens de Bologna-doelstellingen zijn haar opvattingen ouderwets. Maar klinkt er in Nederland niet ook kritiek op de grote nadruk op vaardigheden en de teloorgang van de inhoud van vakken?

Omhoog
Terug naar archief