Alles wijst naar de FSB

Ben de Jong

Toen begin november 2006 de eerste berichten verschenen dat de voormalige FSB-officier Aleksandr Litvinenko met mysterieuze vergiftigingsverschijnselen in Londen in het ziekenhuis was opgenomen, ging ik er intu´tief onmiddellijk vanuit dat de daders gezocht moesten worden binnen de hoogste kringen van het Russische overheidsapparaat. Was dit terecht?

Op het moment van schrijven, begin februari 2007, lijkt het vrijwel zeker dat de daders van de moord op Litvinenko zich in Rusland bevinden. Wat zijn de meest opvallende aspecten aan deze zaak?

  1. Het bizarre rookgordijn van desinformatie dat het Kremlin en de meestal slaafse Russische pers in de beste sovjettradities proberen op te trekken. Hierbij valt vooral op dat de voormalige oligarch Boris Berezovski, sinds 2001 woonachtig in Londen, voortdurend als de meest waarschijnlijke dader wordt genoemd, zonder zelfs maar een schijn van bewijs. Aangenomen mag worden dat sommige hoofdredacteuren van Russische media in dit opzicht rechtstreeks door het Kremlin zijn ge´nstrueerd, anderen zijn waarschijnlijk op grond van de eigen 'interne censor' ertoe overgegaan dergelijke berichten te publiceren.
    Wat er via lekken in de Britse pers over de stand van het onderzoek naar buiten is gekomen wijst echter in geen enkel opzicht in de richting van Berezovski. Alleen al het feit dat polonium-210 niet in het Verenigd Koninkrijk wordt geproduceerd, maakt het onwaarschijnlijk dat Berezovski erachter zit. Waarom zou hij het risico lopen die stof het land binnen te smokkelen als er veel simpeler manieren zijn om iemand als Litvinenko van kant te maken?
  2. De moord past in een lange traditie van politieke moorden die ten tijde van de Sovjet-Unie in opdracht van de overheid in het buitenland werden uitgevoerd. Minstens twee Oekra´ense ballingenleiders werden in de jaren '50 in West-Duitsland door de KGB met gif geliquideerd. Verder is er natuurlijk de beruchte paraplumoord op de Bulgaarse balling Georgi Markov in 1978 in Londen. Al is er nooit een juridisch sluitend bewijs boven tafel gekomen dat de Bulgaarse dienst, waarschijnlijk met technische assistentie van de KGB, de moord heeft gepleegd, de betrokkenheid van het regime van Todor Zjivkov was zeer aannemelijk. Het was, om met Stalin te spreken, 'geen toeval' dat rond dezelfde tijd dat Markov werd vermoord in Parijs een soortgelijke aanslag werd gepleegd op de overgelopen Bulgaarse inlichtingenofficier Vladimir Kostov, die als door een wonder overleefde, wellicht doordat hij gezegend was met een dikke huid. Ook bij deze twee operaties werd een zeldzaam gif gebruikt, ricine, dat door een tot schietwapen omgebouwde paraplu in een minuscuul kogeltje werd ingebracht. Respect voor het technisch kunnen van de KGB is zeker op zijn plaats.
  3. De moord op Litvinenko is er een in een lange reeks van politieke moorden en verdachte sterfgevallen in Rusland de laatste tijd, waarbij critici van het Kremlin definitief de mond wordt gesnoerd. De daders worden doorgaans niet getraceerd en als dat wel gebeurt, wordt zelden duidelijk wie de werkelijke opdrachtgevers zijn. Politieke moorden dient men in dit verband te onderscheiden van moorden waarbij veeleer een economisch of een gewoon crimineel motief een rol lijkt te spelen. Bij de moord op de vice-voorzitter van de Russische Centrale Bank Andrej Kozlov bijvoorbeeld, in september 2006, was waarschijnlijk sprake van een economisch en niet een strikt politiek motief. In het geval van de recente moord op Anna Politkovskaja kan er sprake zijn van een politiek motief.
    Litvinenko hield zich bezig met de kwestie van de bomaanslagen in Rusland in de zomer van 1999 en hield niet op te beweren dat de Russische veiligheidsdienst FSB daarachter zat. Zeer opvallend is dat diverse andere personen die zich op die zaak hadden gestort, zoals de parlementsleden Sergej Joesjtsjenkov en Joeri Sjtsjekotsjichin, het niet meer kunnen navertellen. Joesjtsjenkov is op straat doodgeschoten en Sjtsjekotsjichin is overleden aan wat een 'allergische reactie' werd genoemd, maar volgens sommige bronnen leken de symptomen van zijn ziekte sterk op die van Litvinenko. Een duidelijk bewijs dat het Kremlin achter een of meer van deze moorden zit, is er niet.
    Tegelijkertijd lijkt het echter na´ef om van toeval te spreken. Onlangs publiceerde de krant Novaja gazeta, waar Politkovskaja ook voor schreef, een interessant artikel waarin Igor Korolkov stelde dat er al geruime tijd doodseskaders van de FSB en de militaire inlichtingendienst GROe in Rusland actief zijn, die politieke tegenstanders van het Kremlin uit de weg ruimen. Op zich is dit geen onaannemelijke veronderstelling, maar de bewijzen die in het artikel werden aangevoerd waren erg dun.
  4. Van twee recente liquidaties staat vast dat de Russische overheid erachter zit. Allereerst is er de moord door middel van een autobom op de Tsjetsjeense ex-president Zelimchan Jandarbijev, die in 2004 in Qatar door twee officieren van de Russische militaire inlichtingendienst GROe werd gepleegd. Zij zijn er in Qatar voor veroordeeld maar konden vervolgens na een onderhandse schikking snel naar Rusland vertrekken.
    Het tweede voorbeeld betreft de wahhabitische opstandelingenleider Chattab die vanaf het eind van de jaren '90 in TsjetsjeniŰ actief was. Hij is in 2002 volgens diverse bronnen door een vergiftigde brief die hem was toegespeeld aan zijn eind gekomen. De FSB heeft met enige trots laten weten dat de uitschakeling van Chattab op haar conto moet worden bijgeschreven. Jandarbijev en Chattab behoren uiteraard tot een andere categorie slachtoffers dan de hierboven genoemde personen. In hun geval is de gebruikte methode illustratief, met name het gif voor Chattab.
  5. Het gebruik van polonium-210 bij de moord op Litvinenko maakt de verdenking tegen de Russische overheid niet minder groot, integendeel. De stof wordt niet in het Verenigd Koninkrijk geproduceerd, maar wel onder staatstoezicht in Russische nucleaire laboratoria, wat betrokkenheid van de Russische overheid aannemelijk maakt. De gebruikte hoeveelheid schijnt ook erg duur te zijn, wat een liquidatie door gewone criminelen onwaarschijnlijk maakt. Die zouden immers van veel goedkopere middelen gebruik hebben gemaakt.
    Polonium-210 is als gif zeldzaam en de organisatoren van de moord hebben er waarschijnlijk op gerekend dat het niet zou worden getraceerd. (Volgens berichten werd pas drie uur voor Litvinenko's overlijden min of meer bij toeval door Britse artsen vastgesteld dat het om polonium-210 ging.) De forse hoeveelheden polonium waarmee op tal van locaties in Londen en Hamburg is gestrooid, wijzen volgens recente publicaties in de Britse pers overduidelijk in de richting van het duo Andrej Loegovoj en Dmitri Kovtoen, van wie de eerste vroeger bij de KGB en de FSB heeft gediend. Zij hadden op 1 november een ontmoeting met Litvinenko, op de dag dat hij waarschijnlijk werd vergiftigd. Als de Russische overheid de sterke verdenking dat zij voor de moord verantwoordelijk is wil wegnemen, doet zij er goed aan volledige medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de rol van Loegovoj en Kovtoen in deze zaak. Doet zij dit niet, dan is er reden te meer om ernstig aan de luidkeels beleden onschuld van het Kremlin te twijfelen.
  6. Is het voorstelbaar dat iemand binnen de FSB eigenmachtig opdracht zou geven tot de liquidatie van Litvinenko, zonder politieke rugdekking van hogerhand? Men zou denken van niet. Eigenmachtig optreden door een willekeurige FSB-generaal in zo'n politiek gevoelige zaak zou gemakkelijk tot een heftige reactie kunnen leiden van iemand hogerop in de bevelsketen. Een argument tegen betrokkenheid van de Kremlintop is wellicht dat de strakke centrale controle die ten tijde van de Sovjet-Unie bestond, sinds 1991 aanzienlijk minder is geworden en zelfs onder Poetin niet zijn oude niveau lijkt te hebben bereikt.
  7. Er is door velen gezegd dat Litvinenko te onbeduidend was, waardoor het onaannemelijk is dat het Kremlin zo'n groot risico zou nemen door hem in het buitenland uit de weg te ruimen. Waarom Litvinenko uitschakelen, die een boek schrijft als Blowing up Russia, waarin hij zonder noemenswaardig bewijs de FSB beschuldigt van betrokkenheid bij de bomaanslagen van 1999?
    Voor Poetin en anderen in de FSB-top die uit de oude KGB voortkomen en behept zijn met een totalitaire mindset, is Litvinenko echter een verrader van de ergste soort. Hij heeft de veiligheidsdienst FSB, waarvoor hij zelf gewerkt heeft, verraden door haar al eind jaren '90 er openlijk van te beschuldigen dat zij erop uit was Berezovski te liquideren. Na de moord op Politkovskaja in oktober 2006 verklaarde Litvinenko openlijk op de Britse televisie dat het Poetin was die persoonlijk de opdracht daartoe had gegeven. Dit soort mensen wil Poetin als een luis kunnen platdrukken.
  8. Rest de vraag waarom Litvinenko juist nu werd omgebracht - als dat in opdracht van het Kremlin is gebeurd - en niet veel eerder. Het tijdstip van de moord kan moeilijk los gezien worden van het feit dat men in het Kremlin de laatste tijd in een winning mood is. Dit blijkt overduidelijk uit het optreden van de Russische leiders in het buitenland, dat nu totaal anders is dan bijvoorbeeld ten tijde van de Oranje-revolutie in Oekra´ne in 2004. De olie- en gasprijzen zijn ongekend hoog en het geld stroomt binnen. Het Kremlin schrikt er niet voor terug een politiek conflict met GeorgiŰ bewust te laten escaleren en via allerlei chicanes Shell zijn meerderheidsbelang in Sachalin-2 af te pakken. Voor politieke leiders met wie het zo goed gaat is er geen beter moment om een verrader in Londen om te leggen.

Dit alles overziende, lijkt het mij waarschijnlijk dat de FSB de hand heeft gehad in de moord op Aleksandr Litvinenko. De grote vraag is natuurlijk of president Poetin de opdrachtgever was voor deze liquidatie. Die mogelijkheid is niet uit te sluiten, maar een afdoend antwoord op die vraag lijkt niet binnen afzienbare tijd te verwachten.

Omhoog
Terug naar archief