Stoere mijnwerkers, stevige boerinnen

Margreet Strijbosch

Het begon met een verblijf in Oekra´ne. Daar kocht Jacques Monasch zijn eerste socialistisch-realistische schilderij. De PvdA-partijprominent raakte helemaal verslingerd aan het genre van de stoere arbeiders en stevige boerinnen. Toen zelfs de slaapkamer volledig door het socialistisch realisme dreigde te worden overgenomen, ontpopte Monasch zich als kunsthandelaar.

Het schilderij hangt boven de bank in een enigszins beschadigde lijst. Een jongen met een typische Boedjonov-puntmuts met een rode ster erop, een lid van de revolutionaire garde in Oekra´ne. Het is het eerste schilderij dat Jacques Monasch in 1999 kocht toen hij in Oekra´ne woonde.

'Die jongen heeft grote ogen, hij gelooft dat alles beter zal worden. Maar als je goed kijkt zie je dat zijn armen zijn vastgebonden. De jongen staat voor het vuurpeloton, hij is gevangengenomen door de contrarevolutionairen. Ik vind het een prachtig schilderij.'

Na zijn eerste aankoop kreeg Monasch de smaak te pakken. 'Het begon vanwege mijn voorliefde voor stoere mijnwerkers en mijn politiek engagement. Maar dat veranderde eigenlijk al heel snel.' Monasch ging schilders opzoeken in hun studio's en ateliers. Daar kwam hij ook andere werken tegen. Hij specialiseerde zich in de periode 1945-1991.

Inmiddels houdt hij het meest van impressionistische studies. 'Snelle schetsjes van kleine taferelen, mensen die iets in een park aan het doen zijn.' Monasch vindt dat de meeste mensen een veel te beperkt beeld hebben van socialistisch-realistische kunst. 'Als je even iets verder kijkt, zie je dat die periode veel meer heeft voortgebracht.'

Vanwege zijn werk als politiek adviseur verhuisde Monasch in 2000 van Oekra´ne naar Rusland. Hij had op dat moment wel eens een enkel schilderij verkocht, maar kon zeker nog geen handelaar genoemd worden. Pas toen in Moskou zijn slaapkamer dreigde te veranderen in een opslagplaats, besloot hij een expositie aan huis te organiseren.

Hij maakte affiches in het Engels, want zijn doelgroep waren in eerste instantie de buitenlanders. 'Zij waren op dat moment de enigen die ge´nteresseerd waren in deze kunstvorm. En ik vond het ook veiliger.'

De expositie werd een groot succes, vertelt Monasch. 'Ons huis werd platgelopen door de internationale gemeenschap. Na het eerste weekend waren we door driekwart van onze schilderijen heen. Omdat we ook het weekend daarop nog zouden exposeren, zijn mijn Russische collega en ik tussendoor snel het land in gegaan om nieuwe schilderijen te kopen.'

Het werd het begin van een lange reeks reizen die Monasch in Rusland en andere ex-sovjetstaten maakte. Hij ontdekte, naast de kunst, de romantiek van het reizen per trein. 'Ik vond het fantastisch. Met kunst bezig zijn en op die manier het land en zijn geschiedenis ontdekken. Je vertrekt 's avonds, marsmuziek in de trein, dwarrelende sneeuw in van die grote lampen op het station van Kiev of Moskou.

Dat hele treinstelsel werkt 's nachts. Het zijn nog grote oude wagons, die elk bestierd worden door een eigen conductrice. Van die forse Russische vrouwen met dito boezem in strak zittende bloesjes.

En van die ongeschreven codes. Als je de coupÚ binnenkomt gaat iedereen zich verkleden. Eerst de vrouwen in casual, en daarna trekken de mannen een trainingspak aan. Vervolgens leer je elkaar kennen, iedereen deelt zijn eten en drinken. Heel gastvrij.'

Als Monasch en zijn zakenpartner 's ochtends in een of andere provinciestad aankwamen, gingen zij op die dag bij zoveel mogelijk schilders langs. Monasch rekende de schilderijen meteen af. Soms kwam hij terug met tientallen werken.

'Dan was het 's avonds zaak twee Wolga's te vinden die je weer terugbrachten naar het station. We sleepten met grote dozen over het stationsplein naar onze wagon, en dan reisden we weer terug naar Kiev of Moskou.'

De zaken gingen voorspoedig. Monasch opende al snel een galerie. Eerst in Moskou, en later, na terugkeer naar Nederland, een in Amsterdam. Tot 2003 waren zijn kopers vooral mensen uit het Westen.

'Mensen die in Rusland woonden en daar begonnen te verzamelen. Of reizigers die iets anders dan een matrosjka mee naar huis wilden nemen. En de derde groep, waar ik bij hoor, die politiek geŰngageerde werken koopt. Die iets hebben met stoere staalarbeiders en revolutionairen, ook al begrijpen ze dat dat een dubbel verhaal is.'

Rond 2004 begon de Russische elite zich te interesseren voor de kunst van na de Tweede Wereldoorlog. Een nieuw type verzamelaar meldde zich bij Monasch. 'Russen zijn heel erg autoriteitsgevoelig. Een deel van de schilderijen uit de jaren vijftig staat bijvoorbeeld in hoog aanzien omdat de makers ervan bij leven hoge staatsprijzen kregen. De kunstenaars die in de smaak vielen bij de politieke leiders van toen, zijn ook in het huidige Rusland het meest gevraagd.

Bijvoorbeeld het werk van de Armeense schilder Nalbandjan, die de lievelingskunstenaar was van Stalin. Deze schilderijen zijn nu bijna onbetaalbaar geworden voor de gemiddelde verzamelaar. Russen kopen ook het liefst werken die in catalogi te zien zijn geweest.'

Ook in Oekra´ne is sprake van een nieuw patriottisme op de kunstmarkt, zegt Monasch. 'Ik hoor van Oekra´ense collega's dat ook rijke Oekra´ners werk van eigen bodem kopen. Bijvoorbeeld van Gloesjenko, die zich meer richt op de natuur en op stillevens.

Daar worden tegenwoordig exorbitante bedragen voor gevraagd. Ik herinner me dat ik acht jaar geleden een schilderij van hem kreeg aangeboden voor 2500 dollar. Ik heb die vrouw gewoon uitgelachen. En nu is pas geleden in Kiev een werk van Gloesjenko geveild voor 75.000 dollar.'

Vandaag de dag zijn de Russische en Oekra´ense verzamelaars verreweg in de meerderheid. Hun komst op de kopersmarkt in combinatie met het feit dat Jacques Monasch en zijn inmiddels talrijke collega's de hele voormalige Sovjet-Unie hebben afgegraasd, betekent dat de prijzen enorm zijn gestegen.

Bovendien wordt deze kunst nu niet meer gemaakt. Veel schilders zijn de afgelopen jaren overleden. Monasch organiseert intussen ook in Rusland exposities. 'In maart van dit jaar was de eerste try-out. Ik heb geadverteerd in Russische kranten, met Russische flyers.'

De nieuwe Russische rijken zijn Monasch' klanten. Zij pronken graag met hun 'vaderlandslievende' schilderijen. Monasch: 'Russen zijn geen calvinisten. Iedereen die door Moskou loopt, kan dat zien. Het is alsof je op een catwalk bent beland. Hoge hakken in de sneeuw. Dat zie je ook in de kunst.'

Monasch weet nog niet precies wat hij met de rest van zijn schilderijen - tussen de vijf- en zeshonderd - gaat doen. Bij de stijgende prijzen is het aantrekkelijk om een pas op de plaats te maken.

Temeer omdat hij weet dat de tijd waarin hij met stapels schilderijen van een treinreis terugkwam, nooit meer terugkomt. 'De laatste klapper die ik heb gemaakt, was een jaar geleden. Toen heb ik in Barnaoel zestig kleine studies gekocht.'

Zich richten op een ander genre, trekt hem niet echt aan. 'Ik kan alleen maar spijt hebben dat mijn verzameling niet nog groter is, dat ik vroeger te veel verkocht heb voor een te lage prijs. Maar dat geldt voor iedereen. Er komt niks nieuws meer bij op de markt. Het is op.'

Omhoog
Terug naar archief