Separatistenstaatje loopt leeg

Peter van Klinken

TIRASPOL - 'In eenheid ligt onze kracht!' Het staat met cyrillische chocoladeletters onder een billboard in het centrum van Tiraspol, de hoofdstad van TransdnestriŽ. Daarop staan de leiders van Zuid-OssetiŽ, AbchaziŽ en TransdnestriŽ afgebeeld. Ze lachen breeduit. De drie zelfverklaarde republieken hebben onlangs een alliantie gesloten. Eindelijk een paar vriendjes - en dat wil men hier weten ook. Een reportage uit de opstandige Moldavische deelrepubliek.

Het billboard is een van de vele opvallende objecten langs de brede 25 Oktoberboulevard in Tiraspol. Voor het massieve, betonnen regeringsgebouw staat een reusachtig standbeeld van Vladimir Lenin. Wie zich voor even in de oude Sovjet-Unie wil wanen, kan in dit sovjetopenluchtmuseum zijn hart ophalen. Dat TransdnestriŽ banden heeft met Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ is overigens niet toevallig: alledrie streven ze naar onafhankelijkheid en erkenning. Verschil tussen de drie is dat Zuid-OssetiŽ en AbchaziŽ sinds het recente geweld op de Kaukasus worden erkend door Rusland en Nicaragua, terwijl TransdnestriŽ nog altijd geldt als een internationale paria.

Daar lijkt de republiek vooral wel bij te varen. Het langgerekte staatje met ruim 500.000 inwoners wordt internationaal gezien als een vrijhaven voor criminaliteit, van alcoholsmokkel tot wapenhandel en het witwassen van crimineel geld. Internationale organisaties zien de regio bovendien als een van de voornaamste bronnen van vrouwenhandel.

Eubam, de EU-douanemissie die buurlanden MoldaviŽ en OekraÔne helpt hun grenzen beter te bewaken, stelt dat op grote schaal voedsel, sigaretten en alcohol worden gesmokkeld via TransdnestriŽ. Volgens de EU-mensen werd er tussen oktober 2005 en maart 2006 bijna 40.000 ton kippenvlees geÔmporteerd, wat neerkomt op 67 kilo per inwoner. Het vlees wordt met hoge winsten doorverhandeld naar MoldaviŽ en OekraÔne. Of en in hoeverre TransdnestriŽ betrokken is bij de productie van of handel in wapens, kan Eubam niet zeggen.

De opstandige republiek is vooral een zwart gat, waarvan niemand precies weet wat zich er allemaal afspeelt. Een van de weinige zichtbare zekerheden is de machtspositie (lees: het monopolie) van het bedrijf Sheriff. De supermarkt, het tankstation, de voetbalclub, het mobiele telefoonnetwerk, het commerciŽle televisiekanaal - overal prijkt het logo van Sheriff op de gevel, dat zo werd genoemd omdat twee voormalige veiligheidsagenten het imperium hebben opgezet.

Over het bitter slechte imago en de niet-erkende internationale status van hun landje lijken de inwoners van TransdnestriŽ zich niet erg druk te maken. Het zijn vooral de economische problemen die hen bezighouden. 'We hebben lage salarissen,' zegt een vrouwelijke schoolarts van in de dertig. 'Het is niet altijd makkelijk om rond te komen met ons gezin.' Over de politieke situatie is de vrouw kort van stof. 'Het is moeilijk om in een niet-erkend land te wonen,' wil ze wel kwijt. 'Maar het is verder een zaak van politici.' Over president Igor Smirnov heeft ze 'geen mening'.

Op straat in Tiraspol is het vrijwel onmogelijk mensen te vinden die vrijuit willen praten over de politieke situatie. Buiten de stad, in het dorpje Blizjni Choetor, spreken we houtsnijder Valentin Medvedev (60) en zijn vrouw Ljoedmila (57). Zijn houtsnijwerk omvat voornamelijk taferelen van het Moldavisch platteland, zoals de druivenpluk en de schapenhouderij. Iets echt Transdnestrisch bestaat volgens Medvedev niet. 'De mensen hier zijn MoldaviŽrs, OekraÔners en Russen en ze hebben allemaal hun eigen symbolen.' Zelf is hij een Rus met een Moldavisch paspoort; veel TransdnestriŽrs hebben een tweede paspoort van Rusland of OekraÔne.

Vragen over de politiek in zijn land ontwijkt ook de houtsnijder. 'Laat de leiders over hun landen twisten,' zegt hij. 'Ik doe daar niet aan mee.' Maar zodra het over Igor Smirnov gaat, de autoritaire leider van TransdnestriŽ, mengen zijn vrouw en zoon Andrej zich in het gesprek. 'Smirnov is onze Lenin!' zegt Ljoedmila verbolgen. Haar zoon, journalist bij een lokale omroep, valt haar bij. 'Hij is een sterke leider, maar hij vertegenwoordigt niet zijn volk.'

Volgens de Medvedevs worden de meeste TransdnestriŽrs dom gehouden, gemanipuleerd en gepaaid door de machthebbers. 'Er is geen echte oppositie hier,' zegt Andrej. 'Alleen op papier, om de schijn op te houden voor de buitenwacht. We hebben een klein landje, met druk bemenste ministeries en een groot leger. Voor iedereen die dicht bij de macht zit, is dit een goed land. Voor de rest niet.'

Grigori Volovoj (54) kan dit beamen. Hij is hoofdredacteur van de regionale Russischtalige oppositiekrant Novaja Gazeta en nam het samen met een collega-journalist bij de presidentsverkiezingen van 2006 op tegen Smirnov. In beide hoedanigheden kreeg hij te maken met de genadeloze methodes van de machthebbers. 'Tussen 1999 en 2003, toen de populariteit van onze oppositiekrant een hoogtepunt bereikte, is het zes keer gebeurd dat de geheime dienst een editie van ons simpelweg liet verdwijnen.' Maar Volovoj liet zich niet monddood maken, sleepte het Ministerie van Justitie voor de rechter en won, verrassend genoeg. Sindsdien kan de krant redelijk vrijuit werken.

Volgens Volovoj is er zowel in de media als in de politiek een gebrek aan oppositie. 'De meeste kranten zijn eigendom van Smirnov. Er zijn maar twee onafhankelijke kranten, waarvan wij de grootste zijn. Als we hier stagiaires krijgen, laten we ze eerst over onze geschiedenis lezen en we drukken ze op het hart dat ze bij ons echt alles mogen schrijven. Voor sommigen is dat echt een schok.'

Samen met Novaja Gazeta-grondlegger Andrej Safonov moest hij in 2006 wederom naar de rechter, ditmaal om inschrijving voor de presidentsverkiezingen af te dwingen. Ook deze zaak wonnen ze de zaak met glans, maar de uitspraak kwam drie dagen voor de verkiezingen: voor een campagne was het te laat. De zittende president Smirnov won met 82 procent van de stemmen, een uitslag die volgens Volovoj sterk is gemanipuleerd.

Over de toekomst van TransdnestriŽ is hij niet optimistisch. De voornaamste reden daarvoor is volgens hem dat iedereen met een toekomst het landje verlaat. 'Ik denk dat in het afgelopen decennium ongeveer 200.000 mensen naar het buitenland zijn vertrokken (ongeveer een derde van de bevolking, red.). Onlangs was er een peiling onder studenten: 92 procent zei na de studie onmiddellijk weg te willen. En juist de mensen die weggaan, zijn vaak de mensen die verandering willen. Maar ze geloven niet dat die ook komt.'



Voor en rond het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 ontstond er in MoldaviŽ spanning tussen de Roemeenstalige MoldaviŽrs, die het liefst een hereniging van MoldaviŽ met RoemeniŽ willen, en de Russen en OekraÔners. Na een korte burgeroorlog in 1992, die aan honderden mensen het leven kostte, riepen de Russischtaligen ten oosten van de rivier de Dnestr een eigen republiek uit, doorgaans aangeduid als TransdnestriŽ of TransnistriŽ. Het kleine staatje wordt internationaal niet erkend. Ondanks de belofte zich terug te trekken, heeft Rusland er nog altijd 1200 soldaten gestationeerd.


Omhoog
Terug naar archief