Stad tussen zee en steppe

René Does

Na Moskou en Sint Petersburg is Odessa de meest tot de verbeelding sprekende Russische stad. Natuurlijk, tegenwoordig ligt Odessa in het onafhankelijke Oekraïne, maar wie zich verdiept in de geschiedenis van Odessa leest toch vooral over een Russische stad. Of nog preciezer: als een Russische stad met een sterk Joods karakter. Als we de stad in deze special primair als een Oekraïense stad hadden willen presenteren, dan hadden we de naam ook op zijn Oekraïens moeten schrijven, namelijk als 'Odesa'.

Net als Sint Petersburg is Odessa een door een tsaar bedachte stad. In dit geval een tsarina, Catharina de Grote, die regeerde van 1762 tot 1796. Nadat zij het steppegebied ten noorden van de Zwarte Zee had veroverd voor het Russische rijk en het de naam Novorossija (Nieuw-Rusland) had gegeven, besloot zij in 1794 op de plaats van de veroverde zeevesting Chadzjibej een stad met een ijsvrije en diepe haven te stichten, die het 'Sint Petersburg van het zuiden' moest worden.

Omdat in die tijd de klassieke cultuur populair was, werd besloten de stad te noemen naar de oude Griekse handelsplaats Odessos enkele tientallen kilometers ten westen van Chadzjibej. Gelukkig was er een tsarina aan het bewind, die besloot de naam te vervrouwelijken tot 'Odessa'.

Novorossija was toen een leeg gebied. Er moesten veel kolonisten en investeringen naar Odessa en de regio worden gelokt. Odessa werd een magneet voor een veelheid aan initiatiefrijke mensen uit binnen- en buitenland: Grieken, Italianen, Joden, kozakken, Russen, Bulgaren, Oekraïners, Albanezen, Moldaviërs, Armeniërs en nog veel meer. Het kosmopolitische karakter van Odessa was hiermee in de ontstaansgeschiedenis ingebakken.

Dit artikel signaleert een viertal non-fictieboeken voor de lezer die meer over de geschiedenis van Odessa wil lezen. Een goede algemene inleiding is Odessa. A History 1794-1914 van Patricia Herlihy. Dit boek uit 1986 is wel wat wijdlopig en slaat enkele keren een iets te ver zijpad in. Tegenwoordig zou een uitgever waarschijnlijk gevraagd hebben de studie minstens een derde in te korten. Als inleiding en naslagwerk is het echter een prima bron.

Herlihy vertelt dat ook een Hollander aan de basis van de stadsontwikkeling stond, namelijk ingenieur Franz de Voland. Samen met de Russische admiraal van Spaans-Ierse afkomst José de Ribas kreeg hij de opdracht de stad architectonisch vorm te geven. De Voland nam de aanleg van de haven voor zijn rekening. De hoofdstraat van Odessa, de Deribasovskaja oelitsa (Deribasstraat), is nog altijd genoemd naar de Russische schrijfwijze van De Ribas' naam: Osip Deribas.

De vroege geschiedenis van Odessa is echter vooral verbonden aan de Franse immigrant graaf De Richelieu (Armand-Emmanuel du Plessis). Tussen 1805-1814 was deze kundige bestuurder de gouverneur-generaal van Novorossija. Hij leidde het begin van de economische en sociale ontwikkeling van Odessa. Ook het uiterlijk van het stadscentrum met zijn gebouwen van kalksteen en de rijen acacia's langs de straten zijn aan hem te danken. Na zijn terugkeer in Frankrijk werd De Richelieu premier van Frankrijk. In het stadscentrum van Odessa werd in 1828 een standbeeld van hem onthuld.

Odessa maakte in de eerste helft van de negentiende eeuw een snelle ontwikkeling door. Behalve door de bestuurlijke steun vanuit Moskou kwam dit vooral doordat Odessa als graanhavenstad de draaischijf werd tussen de graanproducenten op de bijzonder vruchtbare zwarte aarde van de Oekraïense steppe en de groeiende vraag naar graan in Europa, met name Engeland. In de zomer reden er duizenden ossenwagens met graan door de stad naar de haven.

Door de rijkdom kwamen in de stad mooie paleizen, theaters, kerken, synagogen, hotels, restaurants, winkels, musea en goede scholen, universiteiten en bibliotheken. Tussen 1815 en 1861 groeide het inwonertal van de stad van 35.000 naar 116.000 inwoners.

Ook kreeg de stad in deze periode zijn internationaal bekendste symbool: de 'Potjomkin-trappen' uit de film Pantserkruiser Potjomkin (1920) van Sergej Eisenstein. De stad Odessa ligt op een klif die de lager gelegen haven in de vorm van een kom omsluit. In 1837 werd besloten tussen de haven en de hoger gelegen stad een trap aan te leggen die de bestaande slingerpaden en houten trappetjes moest vervangen.

Aanvankelijk zou de trap 220 treden krijgen en gebouwd worden van zandsteen uit Triëst. Uiteindelijk werd een trap van graniet met 192 treden en tien tussenplateaus aangelegd. De hoogste en smalste trede is 12,5 meter breed, de onderste en breedste 21 meter.

Geografie en bevolking zijn de elementen die het karakter van Odessa bepaalden. Zoals Herlihy schrijft: 'Odessa was een tweezijdige haven, uitkijkend naar de lege zee en inwaarts kijkend naar het ogenschijnlijk lege land. Het was ook een centrum van beweging, van jachtigheid en leven, dat contrasteerde met de eenzaamheid en stilte van zowel de zee als de steppe.'

Odessa heeft ook het imago van een historische Joodse stad. Met name in de tweede helft van de negentiende eeuw groeide het aantal Joden snel. In 1854 leefden er 17.000 Joden in de stad en in 1873 52.000 op een totale bevolking van 193.000. The Jews of Odessa. A Cultural History, 1794-1881 van Steven J. Zipperstein is een compacte en elegant geschreven studie uit 1986 over het negentiende-eeuwse Jodendom in Odessa. Zipperstein vertelt dat de meeste Odessietse Joden maksilim waren, volgelingen van de Haskalah, de stroming in het Jodendom die meende dat de tradities van het Joodse leven verenigbaar waren met de moderniteit. De Haskalah stond tegenover de traditionele Hasidim.

De moderniteit van het Odessietse Jodendom was het resultaat van de ontstaansgeschiedenis van de stad. Om de stad te bevolken werd het Joden vanaf het begin toegestaan zich te vestigen in Odessa. De Joden die naar Odessa kwamen wilden veelal een frisse start in hun leven maken, los van de religieuze druk vanuit de Hasidim en de maatschappelijke onderdrukking in de rest van Rusland. Zipperstein vertelt bijvoorbeeld dat de Joden van Odessa grote liefhebbers waren van niet-Joodse cultuuruitingen als opera, muziek en theater.

De jaren zestig van de negentiende eeuw was de bloeitijd in het Joodse leven van Odessa. De snel groeiende Joodse gemeenschap had eigen verenigingen, eigen kranten en tijdschriften en had economisch succes als winkeliers, ambachtslieden en handelaren. De meeste Joden behoorden tot de middenklasse. De grote pogrom van 1871 was dan ook een schok voor de Joodse gemeenschap.

Op 27 mei deed het gerucht de ronde dat Joden de Grieks-orthodoxe kerk en begraafplaats zouden hebben ontheiligd. Hierop volgde een dagenlange pogrom waarin zes doden en 21 gewonden vielen en duizenden Joden dakloos raakten. Wat de Joden ook trof was het uitblijven van steunbetuigingen door niet-Joodse intellectuelen in Rusland. Zionisme werd nu een alternatieve ideologie voor de Haskalah.

Herlihy besteedt in haar boek ook aandacht aan de grote pogroms van 1881 en 1905. Deze waren deels het resultaat van het relatieve sociaal-economische verval van Odessa in de tweede helft van de negentiende eeuw. De stad verloor haar positie als vooraanstaande wereldhaven voor graan als gevolg van concurrentie van Amerikaans graan, achterblijvende infrastructuur, misoogsten en belemmeringen van de scheepvaart door de Dardanellen. In wezen heeft Odessa de toen opgelopen achterstand nooit meer ingelopen.

Niettemin bleef het inwonertal van de stad snel groeien, tot 630.000 in 1914. Ook het aantal Joden in de stad bleef toch absoluut en relatief groeien, tot 200.000 in 1912, bijna een derde deel van de stadsbevolking.

Tales of Old Odessa. Crime and Civility in a City of Thieves (2005) van Roshanna P. Sylvester besteedt aandacht aan nóg een imago van Odessa, dat van boevenstad. Sylvester heeft voor deze studie de misdaadjournalistiek in populaire stadskranten uit de periode 1912-1916 bestudeerd. Haar boek gaat over de wijken die rond het rijke stadscentrum liggen: het havendistrict, de Russisch-Oekraïense arbeiderswijken Peresyp en Slobodka-Romanovka en de Joodse volkswijk Moldovanka, beroemd geworden door de verhalen van Isaak Babel.

Sylvesters studie is een combinatie van geschiedschrijving van de stedelijke zelfkant en mediastudie. Zij vertelt over misdaden in Odessa in de jaren '10, de prostitutie in de stad, het uitgaansgeweld en de straatjeugd. In haar boek staan 'de straat' en hoe daarover bericht werd in de populaire media centraal.

Vooral de eerste helft van het boek bevat Odessietse stadsgeschiedenis, de tweede helft is meer mediastudie. Sylvester hangt haar studie op aan het begrip 'maskerade': sociale maskers die mensen in gedrag en uiterlijk opzetten om in de publieke sfeer als goed en betrouwbaar over te komen. Het boek gaat over de momenten dat maskers vallen en de buitenwereld via de media op de hoogte komt.

Aan de hand van de populaire misdaadjournalistiek leidt Sylvester ons rond door het volksleven en de onderwereld in de buitenwijken van Odessa aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Naast het ruige leven in de volksbuurten zelf, gaat Tales of Old Odessa ook over de indringing van de onderwereld en over asociaal gedrag in het beschaafde stadscentrum in de vorm van zaken als zakkenrollerij, inbraak, overvallen, hooliganisme en seksuele intimidatie.

Verder bezat Odessa bij het Aleksandrplein in het centrum een omvangrijk red-light district. Prostitutie hoort ook bij het beeld van Odessa. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog waren in Odessa 15.000 geregistreerde en naar schatting nog eens zo'n 20.000 illegale publieke vrouwen werkzaam.

'Urbane etnografie' over het moderne Odessa is het thema van Kaleidoscopic Odessa: History and Place in Contemporary Ukraine (2008) van Tanya Richardson. Deze antropologische studie is 'een studie naar het idee van Odessa als een stad in haar relatie tot andere Oekraïense steden, het platteland en de politieke ruimtes van natie en imperium'. In het boek worden taaie theoretische bladzijden over stedelijke etnografie afgewisseld met boeiende levensverhalen en opinies van hedendaagse Odessieten.

Het hoofdthema van het boek is de vraag wat er in het huidige Odessa, na het verval op het einde van de negentiende eeuw en de sovjettijd, nog over is van de traditionele 'Odessanness'. Richardson volgde onder meer geschiedenislessen op de middelbare school en liep mee met een wekelijkse wandelclub door de stad.

Traditionele, specifiek Odessietse karaktertrekken zijn een apart gevoel voor humor, een zuidelijk temparement, ondernemingszin, een uniek Russisch dialect en een apolitieke levenshouding, aldus Richardson. Deze elementen vormen voor Russen en Oekraïners het kolorit van de stad. Maar in hoeverre is dat tegenwoordig een 'Odessietse mythe' geworden?

Alle boeken hebben nogal sombere eindes. Herlihy eindigt met de economische stagnatie van Odessa ('Was Odessa een exotische bloem van vroege industrialisering, gedoemd te verwelken toen stabielere planten het veld overnamen?'), Zipperstein met de pogroms op de Joden van de stad en Richardson met de stelling dat het hedendaagse Odessa een stad van nostalgie is.

Hoe provinciaal is de kosmopolitische stad geworden? Odessa mag tegenwoordig nog altijd een kosmopolitisch eiland zijn in het nogal provinciaalse Oekraïne, aldus Richardson, sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog is het wel 'limited cosmopolitism'.

Op het einde van de negentiende eeuw was Odessa de derde stad van het Russische rijk, na Moskou en Sint Petersburg (hierbij is Warschau niet meegerekend), nu is Odessa met ruim één miljoen inwoners de vijfde stad van Oekraïne, na Kiev, Charkov, Donetsk en Dnjepropetrovsk. Toch blijft Odessa een stad die je eens in je leven gezien moet hebben.



Omhoog
Terug naar artikelen