Rusland is vooralsnog militair klaar in Syrië

René Does

Precies vijf jaar na het begin van de burgeroorlog in Syrië, en op de dag van de hervatting van de vredesbesprekingen over Syrië in Genève, 15 maart 2016, begon Rusland de terugtrekking van het 'belangrijkste deel' van zijn militaire contigent uit Syrië. Een dag eerder had president Vladimir Poetin hiertoe opdracht gegeven, omdat Rusland zijn gestelde doelen in Syrië 'volledig' zou hebben behaald. Algemeen werd de presidentiële oekaze als een verrassing beoordeeld, evenals het eerdere besluit van Rusland zich militair in het Syrische wespennest te steken. Hoe worden deze ontwikkelingen door Russische commentatoren beoordeeld en geanalyseerd?

Rusland mengde zich op 30 september 2015 militair in de Syrische burgeroorlog met luchtbombardementen op doelen van 'terroristische organisaties'. De Russische militaire inmenging heeft dus 5,5 maanden geduurd, om precies te zijn 167 dagen. De krant RBK berekende de totale kosten van de militaire operatie op 38,4 miljard roebel (bijna 500 miljoen euro). Er zijn vijf Russische doden gevallen, onder wie de piloot van de door Turkije op 24 november neergeschoten Russische straaljager.

Minister Sergej Sjojgoe van Defensie rapporteerde op 14 maart naast Poetin dat door de ruim 6.000 raids van de Russische luchtmacht 2.000 terroristen afkomstig uit Rusland en 17 terroristische commandanten waren gedood, ongeveer 3.000 olievrachtwagens van IS waren vernietigd en 400 gemeentes en 10.000 vierkante kilometer grondgebied waren heroverd op 'terroristische organisaties'. Hierbij zij opgemerkt dat niet alleen IS, maar ook andere oppositiegroeperingen tegen het regime van de Syrische president Bashar al-Assad door de Russische leiding tot de 'terroristische organisaties' worden gerekend.

Doelstellingen
Mogen zowel de start als de beëindiging van de militaire luchtacties van Rusland door de buitenwereld als een 'surprise' en een nieuwe uiting van de 'onvoorspelbaarheid' en de 'onbetrouwbaarheid' van Poetin worden gezien, over de doelstellingen van Rusland in Syrië is de Russische president bijzonder consistent.

'Onze taak is de wettelijke macht in Syrië te stabiliseren en de voorwaarden te scheppen voor het zoeken naar een politiek compromis', verklaarde Poetin op 15 oktober in een interview voor de landelijke televisiezender Rossija-1. De tweede opdracht was 'het voorkomen van de verspreiding van het gif van de terreur naar hier, naar Rusland'.

Deze doelstellingen had Poetin ook al de start van de militaire campagne in Syrië, zoals bijvoorbeeld verwoord in zijn rede voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 28 september, waarin hij opriep tot een mondiaal front tegen het terrorisme, en ze staan nog even stevig overeind na de beëindiging van de militaire actie in Syrië.

In verschillende commentaren wordt gespeculeerd dat de militaire acties te duur zouden worden voor de in crisis verkerende Russische economie. Dit lijkt echter geen rol te hebben gespeeld, zeker niet omdat de kosten van de acties in Syrië slechts 1,2 procent van de totale defensiebegroting besloegen.

Vanuit dit economische referentiekader wordt soms ook nog de noodzakelijke verhoging van de mondiale olieprijs voor Rusland genoemd: het stoppen van de bombardementen zou dan zowel een gebaar van goede wil zijn richting Saoedi-Arabië, dat de soennitische oppositie tegen president Assad steunt, als een waarschuwing richting bondgenoot Iran. Maar ook deze mogelijke bijkomende economische overwegingen zijn volledig ondergeschikt aan de geopolitieke doelstellingen van Poetin.

Successen
Algemeen wordt door Russische commentatoren erkend dat Poetin inderdaad zijn gestelde doelen in Syrië heeft behaald met de 167 dagen durende militaire actie. Een goede samenvatting en inzichtelijke analyse werd op 16 maart gegeven door de medewerkers Anton Bajev, Jekaterina Marchoelija en Maksim Glikin van de krant RBK. Zij noemen vier succesvol behaalde doelen:

  1. Versterking van het regime van president Assad. Met de verdrijving van 'terroristische organisaties' uit de buitenwijken van Damascus, de herovering van de tweede stad Aleppo door regeringstroepen en het veilig stellen van de kustprovincie Latakia werd de militaire val van het regime van Assad voorkomen en werd dit regime weer een noodzakelijke partner voor een politieke oplossing van de burgeroorlog in Syrië.
  2. Klik op de foto om een schip van het Kaspische flottielje in actie te zien.

    Een test en demonstratie van de militaire macht van Rusland. Behalve de conventionele bombardementen door Russische straaljagers werden er 48 Kalibr-kruisraketten afgevuurd vanaf de Kaspische Zee en door de onderzeeër Rostov-aan-de-Don en de raketkruiser Moskva in de Middellandse Zee. Tevens gebruikten de Russen nieuwe lasergeleide bommen van het type KAB-500 gebruikt en plaatsten ze modern luchtafweergeschut (S-300 en S-400).
    De Russische militaire top heeft deze demonstratie van moderne militaire macht als succesvol beoordeeld, waardoor Rusland nu tot 'de club van geprivilegeerde machten' behoort die een effectieve luchtoorlog zonder inzet van (eigen) grondtroepen kan uitvoeren.
  3. Bestrijding van het terrorisme. Zowel het uit al-Qaida voortgekomen IS als het al-Qaida filiaal Front al-Nusra zijn mede door de Russische bombardementen flinke personele, territoriale en materiële verliezen toegebracht. Overigens zette de vooraanstaande militaire commentator Pavel Felgenauer hierbij een kanttekening, omdat Rusland ook nog andere oppositiegroepen tegen Assad bombardeerde: 'Onze staat strijdt tegen de oppositie, die zij terroristen noemt'.
  4. Herstel van de diplomatie. In samenwerking met de Verenigde Staten werd op 27 februari een staakt-het-vuren tussen de strijdende partijen in Syrië bereikt (met uitzondering IS en het Front al-Nusra). Het Westen, dat de militaire acties van Rusland in Syrië stevig had afgekeurd, moest Rusland weer als niet te passeren partner in het diplomatieke vredesproces erkennen.
    Volgens een analyse van de afgeronde militaire actie in het weekblad Vlast van 21 maart heeft Rusland in het conflict in Syrië 'gedeeltelijk' een imago als 'vredesstichter' opgebouwd.

Zwarte zwanen
Hoewel de militaire actie van Rusland in Syrië als eindoordeel 'geslaagd' kan krijgen, signaleren Russische commentaren toch enkele 'zwarte zwanen', dat wil zeggen zaken die als tegenslag, verlies of onbehaald doel moeten worden omschreven. Als eerste moet dan de terroristische aanslag op het Russische vliegtuig met toeristen boven de Sinaï-woestijn op 17 november worden genoemd, waarbij alle 224 inzittenden omkwamen, en die door IS als wraak voor de Russische bombardementen werd opgeëist.

Ten tweede raakten de betrekkingen met Turkije ernstig verstoord. Dit is een ontwikkeling die onder de Russen niet op enthousiaste goedkeuring kan rekenen, want Turkije had voor de meeste Russen het imago gekregen van fijne vakantiebestemming en leverancier van betaalbare, goede consumptiegoederen, met name voedselproducten, kleding en schoeisel.

Zowel IS als al-Nusra zijn flinke verliezen toegebracht, maar zijn zeker nog niet verslagen als terroristische organisaties. Dit onderdeel van de door Poetin gestelde doelen van Ruslands militaire ingrijpen moet als onvoltooid worden beoordeeld.

De door Poetin afgekondigde beëindiging van de Russische militaire operatie in Syrië betekent geen volledige militaire terugtrekking uit dat land. Met de aanwezigheid van de Russische marine in de havenstad Tartus en van bommenwerpers, gevechtshelikopters, anti-raketinstallaties, tanks en de voor bediening en ondersteuning aanwezige Russische militairen op het militaire vliegveld van Khmeimim, beide in de provincie Latakia, blijft Rusland militair aanwezig in Syrië. Zoals vóór het begin van de militaire activiteiten op 30 september 2015 ook al het geval was.

Poetin mag de militaire operatie in Syrië voltooid hebben verklaard, Rusland kan en zal daar weer in actie komen als het hiertoe aanleiding ziet. Zo verklaarde het hoofd van de Afdeling militaire operaties van de Generale Staf van het Russische leger, generaal Sergej Roedskoj, dat Rusland zich vanaf 22 maart het recht voorbehoudt militaire acties te herstarten tegen 'bewapende formaties die het staakt-het-vuren systematisch schenden'.


Een 'Helsinki' voor het Midden-Oosten

Rusland wilde met zijn recente militaire operatie in Syrië dus een politieke oplossing van de burgeroorlog in dat land afdwingen, waarin het zelf ook een belangrijke stem zou hebben. In welke richting de Russische regering denkt, in lijn met haar buitenlands politieke uitgangspunten, valt te zien in een analyse van de situatie in het Midden-Oosten van de minister van Buitenlandse Zaken in de periode 1998-2004, Igor Ivanov, thans president van de 'Russische raad voor internationale betrekkingen' (niet te verwarren met de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Ivanov).

Igor Ivanovs analyse is getiteld 'Drie manden voor het Midden-Oosten' en werd op 1 februari 2016 gepubliceerd in de kwaliteitskrant Nezavisimaja Gazeta. Ivanov begint zijn analyse met een 'historische context', om na een beschrijving van de hedendaagse situatie in de regio te komen met 'de principes van een nieuw veiligheidssysteem'.

Ivanov neemt 1956, het jaar van de Suez-crisis, als beginpunt van zijn beschouwing: 'In de periode tussen de Suez-crisis van 1956 en operatie Desert Storm in 1991 voor de bevrijding van Koeweit, was de regio onderdeel van de sovjet-Amerikaanse tweestrijd. Het Midden-Oosten was een van de belangrijkste gebieden in de bipolaire wereld, een arena van concurrentie en beperkte samenwerking tussen de twee supermachten. De tweede periode, na Desert Storm en tot het begin van de zogenoemde Arabische Lente in 2010 en 2011, werd gekarakteriseerd door Amerikaanse hegemonie.'

Niettemin bleven in beide periodes drie 'algemene kenmerken' de regio kenmerken: het behoud van de bestaande staten in de regio als de 'basiselementen van het systeem', buitenlandse machten die optraden als hoeders van de veiligheid en de stabiliteit in de regio, en een hoge mate van stabiliteit van de autoritaire regimes in de regio.

Dit hele systeem zakte in elkaar door de Arabische Lente en de 'vermoeidheid met het Midden-Oosten' in de Verenigde Staten, die sterk werd bevorderd door de schalie-olierevolutie in dat land. Het resultaat kan niet anders genoemd worden dan 'de triomf van het pessimisme', aldus Ivanov.

Hij vraagt zich af: 'In hoeverre kunnen de negatieve gevolgen, die de instabiliteit in het Midden-Oosten voor de hele wereld zal hebben, worden geminimaliseerd? Is het realistisch om met behulp van bombardementen in Syrië en Irak nieuwe terroristische acties te voorkomen? Kan de migrantenstroom gestopt worden zonder herstel van de stabiliteit in de regio?'

Een nieuw veiligheidssysteem in het Midden-Oosten moet volgens Ivanov in de eerste plaats 'inclusief' zijn, dat wil zeggen alle staten in de regio moeten hierbij betrokken worden, en ook nog de buurstaten Israël, Turkije en Iran. Verder moet een nieuw veiligheidssysteem 'alomvattend' zijn. Hier neemt Ivanov de Helsinki-akkoorden van 1975 voor de veiligheid in Europa als voorbeeld. Deze akkoorden waren gebaseerd op drie zogenoemde 'manden': het garanderen van de veiligheid, economische ontwikkeling en humanitaire samenwerking.

'De basisprincipes van het Helsinki-proces - het afzien van het gebruik van geweld en het dreigen met geweld voor de oplossing van conflicten, het eerbiedigen van de soevereiniteit en territoriale integriteit, het vasthouden aan de regulering van territoriale en grensconflicten door onderhandelingen of andere vreedzame methoden, de gewetensvolle uitvoering van op zich genomen internationale verplichtingen - zijn voor het hedendaagse Midden-Oosten niet minder actueel dan dat ze waren voor Europa in 1975', aldus Ivanov.

Naast de traditionele bedreigingen van de regionale veiligheid moet bestrijding van de nieuwe 'niet-traditionele' gevaren voor de veiligheid op de agenda worden geplaatst, dat wil zeggen de strijd tegen het internationale terrorisme, de wapen- en drugshandel, de georganiseerde criminaliteit en de illegale emigratie.

Geheel in lijn met een van de basisprincipes van de buitenlandse politiek van Rusland stelt Ivanov dat dit proces van de vorming van een 'Helsinki' voor het Midden-Oosten onder leiding van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moet staan. 'En dit werk moet nu worden begonnen, opdat de volken van het Midden-Oosten een reëel perspectief voor de garantie van de regionale veiligheid zien.'