AlbaniŽ: overal afval

door Egbert Tellegen

Waarom is de milieuvervuiling in AlbaniŽ zoveel erger dan in andere landen van de Balkan? Het antwoord is simpel: omdat de communistische overheersing er veel ingrijpender was dan elders in Oost-Europa.

Dictator Enver Hoxha, die van 1944 tot 1989 aan de macht was, streefde naar een volledig isolement van AlbaniŽ. Hij verketterde eerst Moskou en daarna Peking. Alleen al door het leren van een vreemde taal kon een Albanees in de gevangenis belanden. Het communistische regime heeft zijn dood nog drie jaar overleefd.

Na 1992 werd het land geteisterd door interne spanningen die in 1997 culmineerden in de 'piramidecrisis' waarbij de meeste Albanezen hun spaargeld verloren. Daarna heeft het land tijdelijk nog veel Kosovaarse Albanezen moeten opvangen.

Bij de recente verkiezingen slaagde de regeringscoalitie van ťťn grote socialistische partij en vier kleine partijen erin de macht te behouden, wat misschien kan bijdragen tot de versterking van het overheidsgezag, hopelijk ook op milieugebied. Veel Albanezen verzetten zich tegen hun politieke machthebbers: door het land legaal (vooral naar Canada) of illegaal te verlaten of door zich van geen enkele overheidsinstantie iets aan te trekken. Zo wordt het platteland ontbost door illegale houtkap en de steden volgebouwd met illegale bouwsels, voornamelijk voor huisvesting van grote aantallen migranten die van het platteland naar de stad komen.

Je zou AlbaniŽ een Europees Derde Wereldland kunnen noemen. Anders dan de landen van Centraal- en Oost-Europa echter, hebben veel landen van de Derde Wereld het in het verleden zonder overheidsvoorzieningen moeten stellen. AlbaniŽ had die overheidsinstellingen wel, maar daar lijken ze na de val van het communisme meer in diskrediet geraakt te zijn dan elders in Centraal- en Oost-Europa.

Elektriciteit
AlbaniŽ wordt waarschijnlijk meer dan enig ander Europees land geteisterd door de afwezigheid of het niet functioneren van publieke voorzieningen. Neem de elektriciteitsvoorziening. Elektriciteit wordt hier vrijwel volledig met waterkracht opgewekt. Daarvan is de maximale capaciteit nu wel bereikt. Bovendien slibben de stuwmeren die voor de waterkracht moeten zorgen dicht door erosie als gevolg van illegale houtkap.

Ondertussen neemt het elektriciteitsgebruik toe. Er wordt meer verwarmd en gekoeld met elektriciteit dan vroeger, en ook de informatierevolutie met bijbehorend computergebruik is aan dit land niet voorbijgegaan. Import van elektriciteit uit het buitenland biedt op korte termijn geen oplossing. De capaciteit van het elektriciteitsnet is te gering om de hoeveelheid die moet worden ingevoerd, door te laten. Het gevolg is dat vooral in het winterseizoen de stroom veelvuldig en langdurig uitvalt.

Energiebesparing is niet aantrekkelijk: de stroomprijzen zijn laag en bovendien wordt tweederde van alle opgewekte elektriciteit illegaal afgetapt en daardoor gratis gebruikt. Dat er onder deze omstandigheden bij illegale bouwwerken geen energiebesparende voorzieningen worden getroffen ligt voor de hand. Maar ook bij de legale bouw blijven deze achterwege. Elektriciteitsbesparende voorzieningen zorgen voor extra kosten die vrijwel niet terug te verdienen zijn zolang elektriciteit gratis of goedkoop beschikbaar is.

Volksgezondheid bedreigd
In AlbaniŽ is overal afval. In het centrum van de hoofdstad Tirana wordt er op een zomeravond vuur van gestookt. Dat levert tenminste nog een aardig schouwspel op en beperkt de hoeveelheid afval doordat het in luchtverontreiniging wordt omgezet. Elders in de stad ligt het afval her en der verspreid.

Op het platteland is de situatie niet anders. Ook in een gehucht in de heuvels nabij Tirana is het dorpsplein bezaaid met afval. Nu gaat het in deze gevallen nog om betrekkelijk onschuldige afvalstoffen. Maar daar blijft het niet bij. Er is waarschijnlijk geen ander Europees land met zoveel 'hete plekken' van ernstige milieuvervuiling.

UNEP, de milieu-instelling van de Verenigde Naties, stelde onlangs vast dat verschillende plekken in AlbaniŽ zozeer zijn vervuild door gevaarlijke afvalstoffen dat ze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Het gaat om plaatsen nabij olievelden, een chemische fabriek, een kunstmestfabriek en een stortplaats voor vast afval. De volksgezondheid wordt er bedreigd doordat mensen via het drinkwater direct of indirect met zeer gevaarlijke stoffen, waaronder arsenicum, in aanraking kunnen komen. De UNEP concludeerde dat de internationale gemeenschap onmiddellijk noodhulp moet verlenen om deze gevaarlijke plekken te saneren.

De drinkwatervoorziening wordt al evenzeer geteisterd door onderbrekingen. Soms komt er op een dag slechts vijftien minuten water uit de kraan. En dan nog is het, vanwege de slechte kwaliteit, beter om het water uit de kraan helemaal niet als drinkwater te gebruiken of voor consumptie te koken. Ook is er sprake van verspilling. In Tirana gaat naar schatting de helft van het geproduceerde drinkwater tijdens het transport verloren.

Met andere milieuvoorzieningen is het eveneens pover gesteld. Zuivering van afvalwater ontbreekt volledig. Vast afval wordt slechts hier en daar opgehaald en uitsluitend gestort op plaatsen zonder voorzieningen die verspreiding van de stoffen in de bodem en het grondwater kunnen voorkomen.

AlbaniŽ is niet het enige land in Centraal-Europa waar het vaste afval een groot probleem vormt. Het recent verschenen rapport Waste management policies in Central and Eastern Europe geeft een beeld van de afvalsituatie in de tien Centraal-Europese landen die zich voorbereiden op de toetreding tot de Europese Unie. In het rapport wordt de situatie daar vergeleken met die in de landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), waarvan overwegend rijke landen in en buiten Europa lid zijn.

In de tien Centraal-Europese landen wordt jaarlijks per hoofd van de bevolking ongeveer 5 ton afval geproduceerd. In de lidstaten van de OESO is dat gemiddeld 2,2 ton. Het verschil wordt veroorzaakt door de veel grotere hoeveelheid industrieel afval, waaronder mijnbouwafval, in de aspirant EU-landen. Daarentegen is de hoeveelheid huishoudelijk afval met 370 kg per inwoner per jaar veel minder dan het OESO-gemiddelde van 500 kg.

Het verschil tussen de EU-kandidaatlidstaten en de lidstaten van de OESO begint echter kleiner te worden. In de Centraal-Europese landen is sinds de jaren negentig de hoeveelheid industrieel afval verminderd door sluiting van bedrijven, milieuverbeteringen in bestaande bedrijven en de start van minder vervuilende economische activiteiten.

Daar staat tegenover dat de hoeveelheid huishoudelijk afval er toeneemt, mede door de opmars van de wegwerpverpakking. Verreweg het meeste huishoudelijk afval komt op stortplaatsen terecht, die, zoals gezegd, meestal geen voorzieningen hebben om te voorkomen dat gevaarlijke afvalstoffen het grondwater bereiken. Afvalproblemen zijn er in heel Centraal-Europa. Maar AlbaniŽ lijkt wat dit betreft wel de kroon te spannen.

Literatuur:
-State of the environment in Albania, National environmental agency, Republic of Albania, 1997 - 1998.
-Post conflict environmental assessment, Albania UNEP, 2000.
-Waste management policies in Central and Eastern Europe op: http://www.eurowaste.org.


Omhoog
Terug naar archief