Een mobieltje voor de Roemeense politie

door Tineke Oosterhof

Al enige jaren heeft de Nederlandse politie te maken met Roemeense criminelen die actief zijn op Nederlands grondgebied. Voor de opsporing en afhandeling van deze Roemenenzaken moet de politie contacten leggen met haar Roemeense collega's, maar dat is niet altijd eenvoudig.

Wie recentelijk in Roemenië is geweest, ziet duidelijk waarom het land niet bovenaan de lijst staat voor toetreding tot de Europese Unie. Met meer dan 10 procent werkloosheid en meer dan 40 procent van de bevolking onder het bestaansminimum leeft, komt de armoede je tegemoet. Haast onlosmakelijk daarmee verbonden is corruptie. Ook binnen het opsporingsapparaat, en dat maakt het bijzonder lastig voor de Nederlandse politie om tot een vruchtbare samenwerking te komen.

Gelukkig zijn er geen grote groepen Roemeense criminelen actief in ons land, maar soms is samenwerking met Roemeense opsporingsautoriteiten toch nodig. In 1994 werden plotseling opvallend veel Roemenen opgepakt voor misdaden die onder 'kleine criminaliteit' gerekend worden: autodiefstal, winkeldiefstal, brandstichting, roofovervallen. Rechercheur Bouwer, werkzaam bij regiopolitie IJsselland, was destijds één van de mensen die zich met die problematiek bezighield. 'Het bleek bijna uitsluitend te gaan om mensen met de Roemeense nationaliteit die zich in Nederland aangemeld hadden voor de asielprocedure. Het was echt een probleem, er was een keer een weekend waarin we in drie verschillende zaken met Roemeense daders te maken hadden.'

Er werd een speciaal opsporingsteam geformeerd dat in samenwerking met de Vreemdelingendienst, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de advocatuur de zaak moest oplossen. 'Het ging om Roemenen die hier als toeristen naar toe leken te komen, asiel aanvroegen en binnen een paar dagen wisten dat ze het land weer moesten verlaten. Ons project heette daarom 'Project Rugzak'. Ze kwamen uit Roemenië, maar ook vanuit Duitsland en andere landen naar Nederland toe. En maar weinigen bleken als vluchteling erkend te worden.'

Het is denkbaar dat in Roemenië het gerucht ging dat het gemakkelijk was voor Roemenen om in Nederland asiel te krijgen. Bouwer: 'Ons team heeft al die Roemenenzaken behandeld en in korte tijd ongeveer driehonderd Roemenen uitgezet die zich schuldig hadden gemaakt aan een misdrijf. Van de achthonderd die zich in korte tijd aangemeld hadden. Ook dát werd daar blijkbaar bekend, want na die zomer hield het op. In het najaar kon het Rugzakteam weer opgeheven worden.'

Samenwerking met de Roemeense autoriteiten was er toen nauwelijks. Dat was ook niet nodig, want alleen als een Roemeen zonder geldig paspoort uitgezet moest worden, zou Roemenië een lassez-passer moeten verstrekken zodat de persoon in kwestie terug kon reizen. 'In die tijd maakten we gebruik van onze Duitse collega's, die een overeenkomst hadden gesloten met Boekarest waar wij gebruik van konden maken. Ze gingen bij ons in vreemdelingenbewaring, dan naar Düsseldorf en van daaruit terug naar Roemenië.'

Heroïne
Sinds Project Rugzak zijn we vijf jaar verder. Nu is samenwerking met de Roemeense politie wel nodig, zij het vanwege andere problemen. De rechercheurs die nu te maken krijgen met Roemeense boeven zijn bijvoorbeeld mensen van het Kernteam, dat zich bezighoudt met criminele netwerken uit Turkije en het Nabije Oosten.

Het merendeel van deze groepen zit in de heroïnehandel. Roemenië is één van de doorvoerlanden: de aloude Balkanroute is ook onder drugssmokkelaars nog populair. 'Turkse en Koerdische criminele netwerken domineren de heroïnehandel in Nederland, maar de laatste tijd krijgen we regelmatig te maken met Roemenen die daar een rol in spelen', vertelt één van de rechercheurs van het Kernteam. 'De samenwerking met de Roemeense politie is slecht. Ze willen wel, maar ze kunnen niet. Al is het alleen maar vanwege het gebrek aan middelen. Een tijdje geleden hadden we gegevens uit Roemenië nodig, dus toen hebben we daar een aantal vragen uitgezet, maar we kregen geen antwoord. Toen bleek dat ze wel antwoorden hadden, maar geen geld om internationaal te bellen.' Dat was eenvoudig op te lossen. 'Je zorgt dat iemand een mobiele telefoon krijgt, en dan bel je twee keer. Eén keer om de vraag uit te zetten, en later nog een keer om de antwoorden te horen. Geen punt.'

Een groter probleem is het gebrek aan betrouwbare Roemeense collega's. Dat is een probleem dat voor heel veel landen geldt, en zeker niet alleen in Midden- en Oost-Europa. Wederom bood samenwerking met Duitsland uitkomst. Het Duitse Bundeskriminalamt, de nationale politiedienst, heeft veel geïnvesteerd in opleidingen voor politiemensen uit het vroegere Oostblok. Dat heeft in geval van de Roemenen vrucht afgeworpen in de vorm van enkele betrouwbare contacten binnen de politie. Van zulke contacten maakt ook de Nederlandse politie graag gebruik.

Daarmee is het echter nog niet zo dat de internationale samenwerking gladjes verloopt. Officieel moet elk informatieverzoek voor Roemenië via de landendesk van de CRI naar de liaisonofficier in Boedapest. Die moet de vraag doorspelen naar de Roemeense politie, die dan iemand aanwijst die antwoorden moet verzamelen en terugsturen, langs diezelfde weg. 'Of het nou om een kenteken gaat of het verhoor van een getuige, je hebt je antwoorden zo ongeveer vier weken nadat hier het dossier al is afgesloten.'

Persoonlijke contacten zijn dus belangrijk. Volgens de rechercheur van het Kernteam kunnen ze vrij nauwkeurig inschatten hoe ver ze kunnen gaan met de informatieuitwisseling. 'Informatie bijvoorbeeld over in- en uitreizen is netjes na te zoeken. Als we informatie nodig hebben over een bepaalde figuur in Roemenië en onze contactpersoon kan dat in zijn eigen omgeving vinden, is het geen probleem. Als hij in een ander deel van het land moet vragen, geeft hij aan dat de informatie wel eens bij de verkeerde mensen terecht zou kunnen komen. Soms sturen we dan een lijst met honderd mensen die zogenaamd allemaal nagetrokken moeten worden, maar het gaat ons dan om eentje van die lijst. Tussen die andere 99 valt dat minder op.'

De mensen om wie het gaat zijn in dit geval geen vakantiegangers of asielzoekers. 'Er zijn banden tussen Turkije en Roemenië als het gaat om criminele netwerken en heroïnehandel. We hebben aanwijzingen dat Roemenië Turkse misdadigers verbergt voor wie de grond in Turkije te heet onder de voeten is geworden. Die worden een tijdje in Roemenië neergezet, trouwen soms zelfs met Roemeense vrouwen. De heroïne die via die netwerken naar ons land wordt gesmokkeld, gaat vaak van hieruit weer verder, naar Groot-Brittannië en Spanje, of nog verder.'

Dat zijn mensen van een ander kaliber dan met wie rechercheur Bouwer indertijd te maken kreeg. 'Ik weet nog van een Roemeense familie die hier met hun eigen auto naar toe was gereden. Nadat was vastgesteld dat ze geen vluchtelingen waren, moesten ze terug naar Roemenië. Met het vliegtuig. Er reisde een Nederlandse begeleider met ze mee. Onderweg vertelden ze dat ze met de auto waren gekomen en dat ze die ergens in de buurt geparkeerd hadden. Daar konden wij niks meer mee op dat moment. Nou ja, de brandweer wel in dit geval. Die hebben 'm in de fik gestoken voor een blusoefening.'

Omhoog
Terug naar archief