Op de reservebank

Hellen Kooijman

Bulgarije en RoemeniŽ zijn zeker tot 2007 niet klaar voor toetreding tot de Europese Unie, zo liet de Europese Commissie half november weten. Bulgarije zou het beter doen dan buurland RoemeniŽ.

'Een tandem', zo noemde de Bulgaarse premier Simeon Saksekoboerggotski de relatie met buurland RoemeniŽ in een gesprek met zijn Roemeense collega Adrian Nastase afgelopen zomer. De twee landen zouden 'de EU-toetreding samen tegemoet rijden'.

Deze opmerking schoot bij verschillende Bulgaarse politici in het verkeerde keelgat. Een te nauwe samenwerking met RoemeniŽ zou remmend werken, meenden ze. Bulgarije was immers al kilometers verder op de weg naar de EU. Ze verwezen daarbij onder meer naar de afschaffing van de visumplicht. Sinds april 2001 hoeven Bulgaren geen visum meer aan te vragen voor de Schengen-landen. De Roemenen moeten dat nog wel.

De Europese Commissie daarentegen plaatste beide landen op de reservebank. Met name hun markteconomieŽn zouden niet ver genoeg gevorderd zijn om binnen de Europese Unie te kunnen functioneren. Al zijn ze wel op de goede weg, meent de commissie.

Zo staat de goederenmarkt van Bulgarije open voor de EU en is er na jaren van krimp een groei van 1,6 procent bereikt. Ook het privatiseringsproces loopt aardig. Op andere punten blijft Bulgarije echter achter. De inflatie is in 2000 veel te hoog opgelopen. En het land moet hoognodig zijn administratieve infrastructuur en belastingstelsel moderniseren.

RoemeniŽ voldoet op economisch gebied nog aan geen enkele EU-voorwaarde. De productie is gedaald tot 75 procent van het niveau in 1989. Het inflatiecijfer blijft hangen op gemiddeld 30 procent per jaar en het land heeft in de afgelopen tien jaar slechts zeven miljard dollar aan buitenlandse investeringen binnengehaald.

Een groot obstakel is de langzame privatisering. Twee derde van de Roemeense economie is nog steeds in staatshanden. Premier Nastase zet wel stappen in de goede richting. Zo zal binnenkort Sidex, de grootste staalfabriek van RoemeniŽ met meer dan 27.000 werknemers, verkocht worden. Maar deze deal is vooral te danken aan de persoonlijk inspanning van de premier. En het lijkt schier onmogelijk dat hij hetzelfde bereikt bij de 135 andere grote overheidsbedrijven die op de verkooplijst staan.

In beide landen is discriminatie van Roma nog steeds aan de orde van de dag, zo meent de Europese Commissie. Er zijn officiŽle tegenmaatregelen genomen, maar die worden nauwelijks in praktijk gebracht.

Een blijvend probleem is bovendien de corruptie. Zowel de Bulgaarse als de Roemeense regering zeggen korte metten te willen maken met de wijdverbreide omkopingspraktijken van politici en ambtenaren, maar echt veel gebeurt er niet. RoemeniŽ is volgens de internationale corruptie-index nog steeds corrupter dan Kazachstan. En recent onderzoek van de Raad van Europa wees uit dat meer dan 56 procent van de Bulgaarse douanebeambten in de laatste jaren bij corruptie betrokken is geweest.

Het is voor de Europese Commissie reden genoeg om de landen tot minstens 2006 vanaf de zijkant toe te laten kijken. Niet ieder EU-lid is het overigens met die beslissing eens. Volgens de Franse regering is het voor de Europese Unie nadelig om de twee landen zo lang buiten de uitbreiding te houden. De animo voor hervormingen wordt er niet groter op.

De Bulgaarse premier Saksekoboerggotski stelde voor om eerst te kijken naar de politieke en dan pas naar de economische integratie. Want beide landen voldoen wel aan de politieke voorwaarden voor toetreding. De regering in Boekarest is beter gaan functioneren. En ook Bulgarije wordt gezien als politiek stabiel.

Dat laatste zou overigens kunnen veranderen. De nieuwe Bulgaarse president, Georgi Parvanov, die de democraat Petar Stojanov versloeg in de presidentsverkiezingen van 11 november, komt uit de Bulgaarse Socialistische Partij. Hij heeft gezegd zijn partijlidmaatschap in de prullenmand te gooien en te ijveren voor toetreding tot de NAVO en de EU, maar westerse diplomaten zijn hierover sceptisch. Parvanov en zijn partij hekelden tijdens de Kosovo-oorlog in 1999 de NAVO-agressie tegen JoegoslaviŽ en stonden openlijk achter de politiek van Milosevic. De Joegoslavische ex-president was dan ook de eerste die Parvanov met zijn overwinning feliciteerde.

Omhoog
Terug naar archief