Voorbeeld Kosovo

Renť Does

Wordt Kosovo wel of niet volledig onafhankelijk? Het besluit hierover is door de internationale gemeenschap uitgesteld tot na de Servische parlementsverkiezingen van 21 januari 2007. De uitkomst van deze kwestie wordt hoe dan ook met groeiende spanning afgewacht door verschillende andere regio's in Europa, met name in de voormalige Sovjet-Unie. Als Kosovo onafhankelijk wordt, kan dat voor hen als voorbeeld en precedent dienen.

Gaat er door de precedentwerking van Kosovo opnieuw een etnische doos van Pandorra open in de voormalige Sovjet-Unie? Zoals de kwestie Kosovo het gevolg was van het uiteenvallen van JoegoslaviŽ, zo zijn er in de voormalige Sovjet-Unie een groot aantal etnische deelrepublieken die hun staatsrechtelijke en demografische positie zagen veranderen door het uiteenvallen van de unie.

In verband met het komende Kosovo-besluit draait het in eerste instantie om vier zogenoemde 'bevroren conflicten', namelijk rond de Georgische deelrepublieken AbchaziŽ en Zuid-OsssetiŽ, de Moldavische deelrepubliek TransdnestriŽ en de Armeense enclave Nagorno-Karabach in Azerbeidzjan. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zien zij zich als bedreigde en onderbedeelde etnische minderheden in een nieuw onafhankelijk vaderland waar zij niet om gevraagd hebben.

Bovenstaande conflicten heten 'bevroren' omdat er tussen de deelrepublieken en de nieuwe vaderlanden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in het begin van de jaren negentig militaire strijd is geleverd, die weliswaar eindigde in wapenstilstanden, maar waarvoor politieke oplossingen nog steeds niet in zicht lijken. Om verschillende redenen beginnen de bevroren conflicten weer te ontdooien.

Zo denken GeorgiŽ en Azerbeidzjan militair sterk genoeg te worden om de opstandige regio's als het moet met militaire middelen weer in het gelid te krijgen. Aan de andere kant wakkert deze dreiging het onafhankelijkheidsstreven van de regio's aan. En dan komt het hen goed uit dat ze naar het voorbeeld Kosovo kunnen wijzen mocht die regio onafhankelijk worden.

Daarnaast dient hen nog een andere Joegoslavische republiek als voorbeeld, namelijk Montenegro, dat op 21 mei via een volksreferendum koos voor volledige onafhankelijkheid van het restant van het oude JoegoslaviŽ, de uniestaat ServiŽ-Montenegro.

TransdnestriŽ en Zuid-OssetiŽ hielden op respectievelijk 17 september en 12 november een volksreferendum, waarin de stemmers voor bijna honderd procent kozen voor de onafhankelijkheid van hun deelrepublieken. De leiders van Nagorno-Karabach verwijzen naar hun referendum op 10 december 1991. De Abchazische president Sergej Bagapsj vertelde dat zijn land al in 1994 een referendum over de onafhankelijkheid had gehouden en dat AbchaziŽ snel een 'modern Europees land' aan het worden is.

In de Internationale Contactgroep die het probleem Kosovo moet oplossen, heeft Rusland een spilpositie. Rusland steunt de Servische eis dat Kosovo deel moet blijven uitmaken van ServiŽ. De rest van de contactgroep is geneigd Kosovo onafhankelijkheid te geven. Begin januari vroeg Poetin waarom Zuid-OssetiŽ, AbchaziŽ en TransdnestriŽ niet krijgen wat Kosovo vermoedelijk wel krijgt. De Russen verwijten het Westen met 'dubbele standaarden' te meten.

Verder wijzen zij op het gevaar van aanwakkerend separatisme van etnische regio's in de eigen Russische Federatie, met name TsjetsjeniŽ, maar ook op bijvoorbeeld CataloniŽ en Baskenland in Spanje en Corsica in Frankrijk. Daarbij moet in gedachten worden gehouden dat de onafhankelijkheid van de Georgische en Moldavische deelrepublieken in de praktijk aansluiting bij de Russische Federatie kan betekenen. Zo hebben bijna alle inwoners van de drie republieken ook Russische paspoorten gekregen.

Overigens heeft Moskou het meeste belang bij voortduring van de status-quo van bevroren conflicten. Dan komen die arme regio's niet op rekening van Rusland, gaat er geen precedentwerking naar de eigen Russische Federatie van uit en behoudt het land zijn hefbomen voor invloed in voormalige sovjetrepublieken, in casu GeorgiŽ en MoldaviŽ.

Uiteraard botsen in deze hele discussie twee fundamentele rechten in het internationale staatsrecht: het recht op het behoud van de territoriale integriteit en het recht op zelfbeschikking van volken. In principe overheerst het eerste recht over het tweede.

Maar er is een tweede fundamentele tegenspraak: zoals Kosovo - ondanks het principe van behoud van territoriale integriteit - praktisch niet binnen ServiŽ is te houden, zo hebben de burgers van AbchaziŽ, Zuid-OssetiŽ, TransdnestriŽ en Nagorno-Karabach ondubbelzinnig aangegeven niet bij hun nieuwe vaderlanden te willen horen. Dit gebeurde onder andere via bovengenoemde referenda, zelfs als over de openheid en eerlijkheid vragen te stellen zijn en de internationale gemeenschap de uitslagen niet wenst te erkennen.

De cruciale vraag is of Kosovo als precedent kan gelden voor deelrepublieken in de voormalige Sovjet-Unie. Er zijn commentatoren die stellen dat het probleem Kosovo een andere, met name gewelddadiger voorgeschiedenis heeft dan die in de sovjetrepublieken en dat de federale bepalingen in het Joegoslavische staatsrecht dwingender waren dan die in het sovjetstaatsrecht.

Met andere woorden: lukt het om aannemelijk te maken dat Kosovo een uitzondering is op de regel dat de territoriale integriteit van staten niet mag worden aangetast zonder volledige overeenstemming tussen alle betrokken partijen?

Omhoog
Terug naar archief