Demografie Midden-Europa in tabellen

Jan Limbeek

In tabel 1 is in de prognose voor 2025 in veel landen van Midden-Europa en de Balkan nog geen grote daling van het bevolkingsaantal zichtbaar. De vergrijzing eist haar tol later. In 2050 is bijna overal sprake van een - meestal aanzienlijke - bevolkingskrimp.

Ten opzichte van 2007 is in 2050 volgens de prognose de bevolking van zeven landen met een vijfde of meer afgenomen: Bulgarije -35 procent, Moldova -24 procent, Estland -23 procent, Letland -22 procent, RoemeniŽ -21 procent, Polen -20 procent en BosniŽ-Herzegovina -20 procent.

Dit zijn prognoses. Een betere economische situatie, specifieke regeringsmaatregelen en onverwachte ontwikkelingen kunnen betere cijfers opleveren. Natuurlijk zijn slechtere resultaten dan verwacht ook mogelijk.

Tabel 1 Bevolking Midden-Europa en de Balkan midden 2007 en prognose voor 2025 en 2050

* Deze cijfers voor ServiŽ zijn nog inclusief Kosovo.
** Exclusief GOS-lid Moldova (MoldaviŽ)
Bron: Population Reference Bureau, 2007 World Population Data Sheet

De tabellen 2 en 3 laten zien dat de vergrijzing in de regio een enorm probleem wordt. De kosten van pensioenen, gezondheidszorg en andere sociale uitgaven zijn zonder hervormingen onbetaalbaar. Zonder hervormingen zullen veel transitielanden in 2025 meer besteden aan pensioenen dan het EU-gemiddelde van 13 procent van het bruto binnenlands product.

Er zijn simpele manieren om de pensioenkosten te verlagen. Een erfenis van het communisme - een lagere pensioengerechtigde leeftijd, voor met name de vrouwen - zou overboord moeten, gevolgd door aanpassing van de pensioenen aan inflatie ťn loonontwikkelingen. Aanpassing van de pensioenen aan alleen de inflatie, zoals internationaal meestal het geval is, leidt tot lagere pensioenuitgaven. Een hogere pensioengerechtigde leeftijd drukt de kosten eveneens.

In de Westerse OESO-landen ligt de pensioengerechtigde leeftijd gemiddeld op 65 jaar voor mannen en vrouwen. In de transitielanden van Midden-Europa en de Balkan is die veel lager dan in de OESO-landen. Alleen AlbaniŽ, Polen en RoemeniŽ kennen een pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar, voor mannen. Vrouwen gaan in de regio gemiddeld vijf jaar eerder met pensioen.

Tabel 2 Prognose in % van het aandeel van 65-jarigen en ouder in de bevolking (gemiddelde variant), 2005-2050

Bron: World Population Prospects: the 2006 Revision (http://esa.un.org/unpp)

Tabel 3 Prognose van de gecombineerde levensverwachting van mannen en vrouwen bij de geboorte in jaren (gemiddelde variant), 2005-2050

Bron: World Population Prospects: the 2006 Revision (http://esa.un.org/unpp)

Omhoog
Terug naar archief