Demografie: KroatiŽ

Erik Nijsten

De afgelopen twintig jaar waren er grote schommelingen in de bevolkingssamenstelling van KroatiŽ. KroatiŽ telde in 1991 nog ruim 4,7 miljoen personen. Bijna 80 procent hiervan was Kroaat. De ServiŽrs vormden met ruim 11 procent de grootste minderheid. Tien jaar later was de bevolking gedaald tot 4,4 miljoen mensen, waarvan 90 procent Kroaat. De ServiŽrs waren nog altijd de grootste minderheid, maar hun aandeel daalde tot iets minder dan vijf procent.

De oorlog in KroatiŽ en buurland BosniŽ-Herzegovina had op zowel de samenstelling als de omvang van de bevolking grote invloed. Bijna 300.000 voornamelijk Kroatische ServiŽrs verlieten tussen 1991 en 1995 KroatiŽ. Tegelijkertijd zochten meer dan 600.000 Bosnische vluchtelingen hun heil in KroatiŽ.

Nadat de gewelddadigheden in beide landen waren beŽindigd, kwamen de mensenstromen weer op gang. Vooral de gevluchte Kroaten en Bosnische moslims keerden naar hun land terug. 140.000 Kroatische BosniŽrs daarentegen werden tot Kroaat genaturaliseerd.

De vluchtelingen die niet naar KroatiŽ terugkeerden, besloten zich permanent te vestigen in landen als Duitsland, Oostenrijk en de Verenigde Staten. De meeste Kroatische ServiŽrs daarentegen keerden niet terug vanwege de slechte economische en sociale situatie in de dorpen waaruit ze verdreven waren en uit angst voor represailles.

Sinds het einde van de oorlogen in KroatiŽ en BosniŽ-Herzegovina, steeg het aantal inwoners in KroatiŽ weer gestaag tot bijna 4,5 miljoen inwoners vandaag de dag. De laatste jaren is er sprake van een stabilisering van de bevolkingsomvang.

De meeste demografische modellen voorspellen voor de toekomst dan ook een daling van het aantal inwoners in KroatiŽ. Volgens een rapport van de Verenigde Naties zal KroatiŽ in 2050 naar verwachting 4 miljoen mensen tellen. Andere demografische voorspellingen zien het somberder in en voorspellen dat er in 2050 tussen de 3 en 3,5 miljoen mensen in KroatiŽ zullen wonen.

Ook de bevolkingssamenstelling zal sterk veranderen. Op dit moment is bijna 17 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. 67 procent is tussen de 15 en 64 jaar. Het aantal 65-plussers zal naar verwachting stijgen tot meer een kwart van de bevolking. De leeftijdscategorie 15-64 jaar zal daarentegen dalen tot minder dan 60 procent. Daar komt nog bovenop dat de mensen steeds ouder zullen worden. Is de levensverwachting van vrouwen en mannen is op dit moment respectievelijk 79 en 72 jaar, maar zal in 2050 op 82 en 76 jaar liggen.

De problemen rond de vergrijzing zijn echter niet alleen maar toekomstige problemen. Vanwege de oorlog, de zwakke economie van KroatiŽ en de hoge kosten van het dagelijkse levensonderhoud, ging het de ouderen al jarenlang niet voor de wind. De relatieve hoogte van de pensioenen is vanaf begin jaren negentig enorm gedaald. In 1993 was een pensioen gemiddeld 62 procent van het gemiddelde loon. In 2000 was dit nog maar 37,6 procent. Anti-inflatie maatregelingen lagen ten grondslag aan deze daling. Vanwege de verslechterde omstandigheden nam een aantal belangengroepen voor ouderen het heft in eigen hand.

Tijdens de verkiezingen van 1999 sloten zij een politieke overeenkomst met de coalitie van linkse partijen. De belangrijkste reden hiervoor was de hoop dat zij, in tegenstelling tot de toenmalig regerende Kroatische Democratische Unie (HDZ) die de ouderen tot dan toe steunden, iets voor hen zouden doen. De linkse partijen wonnen uiteindelijk de verkiezingen en konden gaan regeren.

Tijdens de linkse regeerperiode werd in 2002 het nieuwe pensioenstelsel geÔmplementeerd. Dit stelsel bestaat uit een drietal pijlers. De eerste pijler is een overblijfsel van het oude socialistische stelsel zoals dat in alle landen van voormalig JoegoslaviŽ gold. Diegene die tijdens de hervormingen ouder dan vijftig jaar waren, kwamen in deze pijler, waar de pensioenen afhankelijk zijn van het totaal verdiende loon gedurende iemands arbeidsloopbaan.

Iedereen die in 2002 jonger dan 40 jaar was, moest gebruik maken van de tweede pijler, terwijl aan de personen tussen de 40 en 50 jaar waren, de keuze werd gelaten om of van de eerste dan wel de tweede pijler gebruik te maken. De tweede pijler is vergelijkbaar met een omslagstelsel. De derde pijler bestaat uit het vrijwillige sparen voor extra inkomsten tijdens het pensioen.

De introductie van het nieuwe pensioenstelsel was voor de ouderenorganisaties echter niet genoeg. Het gemiddelde pensioen in 2004 was namelijk minder dan 300 euro per maand, minder dan 60 procent van het gemiddelde arbeidersloon. Uit ongenoegen over de regering gingen de ouderen over tot de oprichting van een eigen senioren partij, de Kroatische Senioren Partij (HSU, Hrvatska Stranka Umirovljenkika).

Tijdens de verkiezingen van 2003 en van afgelopen november wist deze maar liefs vier procent van de stemmen te krijgen. De partij kwam daardoor in 2003 met drie en in 2007 met ťťn zetel in het parlement. En beide keren maakte hun steun het vormen van een regering mogelijk waardoor het thema ouderen op de politieke agenda is gebleven.

Omhoog
Terug naar archief