Sloveense Si.nergy

Hinke Pietersma

In januari dit jaar nam voor het eerst een van de nieuwe EU-lidstaten, namelijk SloveniŽ, het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Unie op zich. In een door euroscepsis geplaagd Europa wilde SloveniŽ zich hard maken voor enerzijds een verdieping van het Europese integratieproces en anderzijds het uitbreiden van dit proces naar de westelijke Balkan. Ablak sprak met Damian Sedar, de Sloveense voorzitter van de Europese Raadswerkgroep Westelijke Balkan (COWEB), die deze ambitieuze plannen ten aanzien van de westelijke Balkan toelicht.

Volgens Sedar is het versterken van het Europese perspectief voor de westelijke Balkan een natuurlijke prioriteit voor SloveniŽ, dat als enige land van de regio al is toegetreden tot de Europese Unie. In zijn ogen gaat het om een onvoltooide geschiedenis, waarbij hij Kosovo ziet als het laatste hoofdstuk in de ontmanteling van voormalig JoegoslaviŽ en de Europese integratie ziet als het einddoel. Tegelijkertijd is hij zich ervan bewust dat dit een lange-termijn-proces zal zijn.

Niettemin is de ambitieuze prioriteit van het Sloveense voorzitterschap het afronden van het Stabilisatie en Associatie-proces, dat werd geÔnitieerd door het Griekse voorzitterschap in Thessaloniki in 2003. Op dit moment moeten alleen BosniŽ-Herzegovina en ServiŽ nog een Stabilisatie en Associatie-verdrag (SAA) met de EU tekenen. Ook het onafhankelijke Kosovo zal in de toekomst bij het proces betrokken worden.

Daarnaast staat het bevorderen van wederzijdse persoonlijke contacten, zowel tussen landen in de regio onderling als met landen van de EU, de zogenoemde people to people contacts centraal. Hierbij gaat het vooral om het vergroten van de mogelijkheden voor studenten om binnen de EU te studeren en het verder liberaliseren van de visumregimes. De Slovenen spreken in dit verband van 'Si.nergy'.

Beide agendapunten staan garant voor de nodige weerstand, zowel in de regio als onder de lidstaten van de Europese Unie. Daarnaast is er nog de kwestie MacedoniŽ, dat als enige kandidaat-lidstaat de onderhandelingen met de Europese Unie nog niet heeft geopend.

Om met de laatste kwestie te beginnen: het is opmerkelijk dat juist het land dat het Europese integratieperspectief voor de westelijke Balkan veilig stelde nu de verdere integratie van de door hen consequent genoemde Voormalige Joegoslavische Republiek MacedoniŽ (officieel afgekort als FYROM) lijkt te blokkeren. Griekenland, want daarover gaat het, wil MacedoniŽ niet onder zijn constitutionele naam erkennen vanwege vermeende aanspraken op Grieks MacedoniŽ. Het nog steeds niet opgeloste conflict tussen beide landen over de landsnaam heeft er recent toe geleid dat Griekenland de NAVO-kandidatuur van MacedoniŽ heeft geblokkeerd.

Dit terwijl de kandidaten AlbaniŽ en KroatiŽ op de recente NAVO-top in Boekarest probleemloos werden uitgenodigd om lidmaatschapsonderhandelingen te openen, en BosniŽ-Herzegovina en Montenegro werden uitgenodigd voor de eerste fase richting lidmaatschap: de intensified dialogue. Recent zijn de onderhandelingen tussen beide partijen weer hervat, maar deskundigen betwijfelen of een compromis vůůr 9 juli kan worden bereikt, wanneer de toetredingsverdragen worden ondertekend.

Op de vraag of MacedoniŽ, dat al enkele jaren wacht op het openen van de onderhandelingen over EU-lidmaatschap, niet hetzelfde lot wacht binnen de Europese Unie antwoordt Sedar ontkennend. Volgens hem is het onwaarschijnlijk dat Griekenland het lidmaatschap van MacedoniŽ zal traineren door het openen van de onderhandelingen te blokkeren, omdat deze toetredingsonderhandelingen zich veel meer laten karakteriseren als een open-ended process dan als een done deal.

Aan het afronden van het Stabilisatie- en Associatie-proces hebben de Slovenen een zware dobber. Met het uitroepen van de onafhankelijkheid van Kosovo op 17 februari jongstleden is er duidelijkheid over de status van Kosovo gekomen. Echter zonder consensus van de internationale gemeenschap en met grote verdeeldheid binnen de EU, waarbij Spanje, Slowakije, RoemeniŽ, Griekenland en Cyprus ook niet in de nabije toekomst Kosovo zullen willen erkennen vanwege de separatistische bewegingen op eigen bodem. Daar komt nog bij dat Nederland en BelgiŽ het tekenen van een SAA met ServiŽ lange tijd hebben geblokkeerd vanwege het niet volledig samenwerken met het JoegoslaviŽ-tribunaal en meer concreet de uitlevering van Ratko Mladic eisen, die medeschuldig is aan het Srebrenica-drama.

Volgens Sedar is het cruciaal om de pro-Europese krachten in ServiŽ de hand te reiken. Europese integratie mag niet een holle belofte blijken en heeft een concrete stap nodig. Toch respecteert Sedar het principiŽle standpunt van de Nederlandse regering en onderkent hij de waarde van het werk van het JoegoslaviŽ-tribunaal.

Desondanks is hij van mening dat nu het nationalistische tij in ServiŽ keren op de lange termijn meer resultaat zal opleveren - ook ten aanzien van het uitleveren van oorlogsmisdadigers als Mladic, die juist steun vinden in nationalistische kringen - dan de nationalisten de ruimte te geven het land volledig van de EU te isoleren. Inmiddels is een SAA met ServiŽ getekend, met als voetnoot dat het pas in werking treedt bij volledige samenwerking met het JoegoslaviŽ-tribunaal.

Dit signaal had een positief effect op de parlementsverkiezingen van 11 mei, waar tegen de verwachting in het pro-Europese kamp won. Maar niet te vroeg gejuicht, want de socialistische partij van wijlen dictator Slobodan Milosevic, die een sleutelrol speelt in de coalitieonderhandelingen, stuurt aan op een nationalistische regering.

Na ServiŽ, waarvan nog bezien moet worden hoe lang het verdrag stand houdt, zal BosniŽ-Herzegovina als laatste Balkanland een SAA ondertekenen. Na een doorbraak in de moeizame onderhandelingen rondom de politiehervormingen tussen de twee entiteiten Republica Srpska en de Federatie van Moslims en Kroaten, resulterend in het aannemen van een nieuwe politiewet, werd besloten het SAA met BosniŽ-Herzegovina op 16 juni te tekenen. Naar de letter heeft SloveniŽ hiermee een belangrijke prioriteit van haar voorzitterschap binnengehaald.

In hoeverre ze hiermee daadwerkelijk het Europese perspectief voor de westelijke Balkan heeft kunnen versterken valt te bezien. Dit wordt onderstreept door een recente uitspraak van de Sloveense minister van Buitenlandse Zaken, Dimitri Rupel: 'Na de ondertekening van het SAA met BosniŽ-Herzegovina zijn nu alle landen van de westelijke Balkan voorzien van verdragen die hun een Europees perspectief geven. Maar het hangt van henzelf af of zij zullen slagen in de volledige realisering hiervan.'

Ook ten aanzien van de people-to-people contacts kan het Sloveense voorzitterschap zichzelf succesvol noemen. Sedar benadrukt het niet te onderschatten belang van contacten tussen jongeren uit de westelijke Balkan en hun West-Europese leeftijdsgenoten. Juist deze vaak pro-Europese jongeren moeten de Europese integratie gaan ervaren, tot uitwisseling van ideeŽn komen en niet worden tegengehouden door grenzen.

Dit verklaart ook de hoge prioriteit die SloveniŽ hecht aan het liberaliseren en goedkoper maken van de visums. In de gezamenlijke sessie van het Europese parlement met delegaties van de nationale parlementen en de kamervoorzitters van alle parlementen van de westelijke Balkan in het kader van het Europese perspectief voor de westelijke Balkan in Brussel van 26 en 27 mei jongstleden, meldde de minister-president van SloveniŽ, Janez Janöa, niet zonder trots dat met alle landen van de regio de dialoog is geopend over het liberaliseren van het visumregime en dat hiervan niet zozeer de praktische als wel de symbolische waarde van belang is.

Het openen van de grenzen naar Europa is het enige antwoord om de nationalisten van binnenuit te onttronen door een jonge pro-Europese generatie. Kortom: Si.nergy!

Omhoog
Terug naar archief