Expeditie Tajmyr

Nicole de Boer

Tussen de mondingen van de Jenisej en de Lena ligt boven de poolcirkel in SiberiŽ een schiereiland zo groot als Duitsland: Tajmyr. Hier trekken iedere zomer vanuit de hele wereld ganzen naartoe om te broeden. Sinds vijftien jaar strijkt ook bijna ieder jaar een internationaal onderzoeksteam onder leiding van de Nederlandse ornitholoog Bart Ebbinge (1947) hier neer.

Ebbinge is verbonden aan Alterra, het Centrum voor Ecosystemen van de Universiteit van Wageningen. Daar is hij 'senior onderzoeker populatie-dynamica trekvogels'. Al ruim dertig jaar interesseert hij zich voor ganzen in de arctische gebieden.

In 1990 was het dankzij de perestrojka voor het eerst mogelijk om ook in SiberiŽ onderzoek te doen. Alterra heeft er tien keer een team onderzoekers heen gestuurd. Ebbinge vertrok op 29 mei voor de negende keer naar Tajmyr. Bij elkaar heeft Ebbinge meer dan anderhalf jaar doorgebracht op Tajmyr. Zijn onderzoek spitst zich toe op het populatieverloop van rotganzen en kolganzen en de factoren die hierop van invloed zijn.

De reis gaat via Moskou naar Norilsk. Van daaruit vertrekt er een legerhelikopter naar het basiskamp aan de delta van de rivier de Pjasina. Het kamp ligt in het Groot Arctisch Reservaat op Tajmyr. Het is 600 kilometer vliegen. Er staan al enkele banki, typisch Noord-Russische koepelvormige barakken waarin het team bivakkeert. Er is ook een keuken-banok en zelfs een banja. Die zijn er al eerder met rupsvoertuigen heen gebracht.

In de helikopter gaan behalve de onderzoeksuitrusting ook persoonlijke spullen en voedsel, zoals gevriesdroogde groente, mee. En twee grote Hollandse kazen. Een enkele keer komt er een helikopter, bijvoorbeeld als er een teamlid gewisseld wordt, die brood meebrengt. Dan is het feest!

Sinds een paar jaar is het mogelijk om te bellen en emailen met een satelliettelefoon. Elektriciteit, opgewekt door zonnepanelen en een windmolentje, wordt opgeslagen in accu's. De dichtstbijzijnde nederzetting, de haven Dikson met een weer- en radiostation aan de Karazee, ligt op 250 kilometer.

Enkele decennia geleden was het aantal rotganzen bedroevend laag, zo'n 30.000 exemplaren. De verwachting was toen dat ze zouden uitsterven. Rotganzen eten zeegras, dat steeds minder groeide in de gebieden waar zij overwinteren, zoals rond de Waddenzee. Nu is gebleken dat ze zich ook met brakwaterplanten en zelfs gewoon gras in leven kunnen houden. De rotganspopulatie herstelde zich en telt nu 200.000 ganzen.

Het internationale onderzoeksteam neemt het hele ecosysteem van Tajmyr in beschouwing: uilen, vossen, steltlopers, rotganzen, kolganzen enÖ lemmingen. Deze knaagdiertjes leven in gangenstelsels in de sneeuw en kunnen tijdens de negen maanden durende winter vier tot vijf generaties voortbrengen.

Gebleken is dat er iedere drie jaar een 'lemmingenpiek' is. Er zijn dan bijzonder veel lemmingen waardoor uilen en vossen genoeg te eten hebben. Dit is erg gunstig voor de rotgans en de kolgans, die dan tamelijk ongestoord kunnen broeden. De andere twee jaren vallen hun jongen vaak ten prooi aan de sneeuwuil en de sneeuwvos. Andere rovers zijn de meeuwen. Die lusten ook graag eieren. In zulke jaren is het broeden van de ganzen veel minder succesvol. Vorig jaar was er tegen de verwachting in een ongekende lemmingenpiek en was het broedsucces van de ganzen het grootst sinds de jaren tachtig.

In 2005 verscheen er een roofdier dat nog nooit zo noordelijk gesignaleerd was: de wezel. Het is daarom spannend wat de onderzoekers in 2006 tegen zullen komen, maar hun verwachting is: weinig lemmingen en daardoor een laag broedsucces bij de ganzen.

Waaruit bestaan concreet de werkzaamheden van het onderzoeksteam? Het doen en laten van de ganzen volgen, ze wegen en meten, het geslacht van de vogels vaststellen, nesten en eieren tellen, de ontwikkeling van de jongen bijhouden en heel belangrijk: het ringen.

De ganzen maken een ruiperiode van een paar weken door, waarin ze een compleet nieuw verenpak krijgen. Gedurende die tijd kunnen ze niet vliegen. Het is dan vrij makkelijk ze bijeen te drijven, op te pakken en te voorzien van een ring met inscriptie. Met een telescoop kan een geoefende vogelaar vrij simpel de ring aflezen. Als hij of zij het nummer doorgeeft kan de trekroute van de gans gevolgd worden. Ook de leeftijd van de vogel is vrij nauwkeurig vast te stellen en of de ganzenfamilie het gehaald heeft van Tajmyr naar het Waddengebied.

In de tijd van vogelgriep is het aflezen van de ringen (van allerlei vogels) bijzonder zinvol: als het een (dode) besmette vogel betreft is soms te achterhalen waar de vogel geweest is. In 1999 zijn enkele ganzen uitgerust met een satelliet, waardoor de precieze trekbewegingen van de vogels gevolgd kunnen worden.

Het onderzoeksteam bestaat uit een aantal Nederlanders en de twee Russen Joeri Mazoerov, geoloog van de Moskouse Staatsuniversiteit, en Jakov Kokorjev, die aan het Instituut voor Cultureel en Natuurlijk Erfgoed in Norilsk werkt. Tevens is hij als lemmingendeskundige verbonden aan de Russische Academie van Wetenschappen. Hij heeft veel kennis van het leven op de toendra en hij ondersteunt bij zaken als registratie of onderhandelingen voeren met de directeur van het reservaat. Heel praktisch voor de overige teamleden is dat hij graag een rendier slacht en vrijwel dagelijks vis vangt.

Het aantal leden van het team wisselt enigszins gedurende de bijna drie maanden. Bij het ringen komt bijvoorbeeld altijd versterking. Niet ieder lid maakt de volle periode mee en vaak zijn er onderzoekers uit andere landen mee, dit jaar twee Fransen.

Het onderzoek wordt betaald door het Wereldnatuurfonds, het ministerie van Landbouw, NWO, Alterra en de landbouwraad van de Nederlandse ambassade in Moskou.

Ebbinge en zijn team komen ongeveer tegelijk met de ganzen aan. De temperatuur is dan nog dik onder nul en er ligt nog sneeuw en ijs. Maar de zon schijnt en gaat de hele periode dat het onderzoek duurt niet onder. De maximumtemperatuur is in die tijd tien graden Celsius.

In de tweede helft van augustus, als de zon weer onder de horizon zakt, vertrekken de onderzoekers weer. Een dikke maand later komen de eerste meldingen van in Nederland gespotte ganzen binnen. Tussen die vele duizenden zit er dan dikwijls een die Ebbinge eigenhandig heeft geringd.



Voor het radioprogramma Vroege Vogels houdt 'ganzen-Bart' een weblog bij. Af en toe is hij live aan de telefoon in de uitzending. De weblog is te vinden op:
vroegevogels.vara.nl/portal?_scr=weblog_home Met veel mooie foto's.

In de Russische National Geographic van april 2006 stond een artikel over de expeditie van de hand van Alla Pakina, die vorig jaar aan het onderzoeksteam deelnam. Zie ook:
www.national-geographic.ru/ngm/200604/article_32/



Omhoog
Terug naar archief