Klein en verdeeld

Renť Does

De vooraanstaande Russische islamoloog Aleksej Malasjenko waarschuwt de Russische regering dat ze in de Noord-Kaukasische deelrepubliek Adygeja 'terroristen creŽert'. Malasjenko doet deze waarschuwing naar aanleiding van het plan om Adygeja op te laten gaan in de Zuid-Russische provincie Krasnodar.

Het plan wordt vooral gesteund door Dmitri Kozak, de presidentiŽle vertegenwoordiger in het Zuidelijke Federale District, en Ė hoewel minder enthousiast Ė door gouverneur Aleksandr Tkatsjev van Krasnodar.

Adygeja is de kleinste en de meest westelijk gelegen Noord-Kaukasische deelrepubliek van de Russische Federatie. Ze is geheel omgeven door het territorium van Krasnodar. Adygeja telt 445.000 inwoners. Van hen is 70 procent etnisch Russisch. De Adygejers maken slechts 20 procent van de bevolking uit, maar bezetten 70 procent van de bestuursposten. Verder leven er vooral Tsjerkessen in Adygeja.

President van Adygeja is de zakenman Chazret Sovmen. De etnische Adygejer is rijk geworden in de goudwinning en regeert sinds januari 2002. Sovmen is fel tegen het samenvoegingsplan.

Het fusievoorstel past in het beleid van president Poetin om het aantal provincies en republieken van de Russische Federatie (thans 89) sterk in te krimpen door samenvoegingen. Bovendien kan door het plan de corruptie onder de Adygejse bestuurders aangepakt worden, aldus Kozak.

Ook economisch zou het een goed idee zijn: Krasnodar is door haar toerisme aan de Zwarte Zeekust en vruchtbare zwarte aarde een naar Russische begrippen redelijk rijke provincie, terwijl Adygeja arm is en 90 procent van de staatsbegroting van drie miljard roebel ontvangt uit subsidies van de centrale regering in Moskou.

De Russische inwoners willen een referendum over het voorstel, maar de Adygejers en Tsjerkessen moeten daar niets van hebben. Al in april 2005 gingen in de hoofdstad Majkop 10.000 mensen de straat op om tegen het fusievoorstel te protesteren. Als er al gebiedssamenvoegingen moeten plaatsvinden, dan willen de islamitische Adygejers en Tsjerkessen met Adygejse etnische subgroepen in een nieuwe republiek komen, te weten de Tsjerkessen in Karatsjajevo-TsjerkessiŽ, de Kabardijnen in Kabardino-BalkariŽ en de Abchazen uit het westen van GeorgiŽ.

De onenigheid over het fusieplan dreigt een ingewikkeld conflict te worden. Het nieuwe Adygejse parlement, dat op 12 maart is gekozen, is verdeeld. De ene helft is voor de samenvoeging en de andere is tegen.

Daarbij zijn, om het nog verwarrender te maken, de Adygejse en Tsjerkessische tegenstanders gelieerd aan de Russische regeringspartij Eenheid, terwijl de Russische voorstanders vooral lid zijn van conservatieve oppositiepartijen, zoals de Communistische Partij van de Russische Federatie, de Agrarische Partij en de IndustriŽle Partij.

Men verwacht dat de beslissing en de echte strijd over het fusievoorstel na de Adygejse presidentsverkiezingen van januari 2007 plaats zullen vinden.

Deze in beginsel etnische kwestie in Adygeja kan een religieuze component krijgen, omdat er berichten zijn dat radicaal-islamitische ('wahabitische') activisten gebruik beginnen te maken van de politieke en economische onvrede door agitatie te plegen onder Adygejse jongeren. Als de onenigheid in Adygeja echt uit de hand gaat lopen, kan de hele Noord-Kaukasus in de greep raken van etnische en religieuze spanningen, van Dagestan in het oosten tot Adygeja in het uiterste westen.

Omhoog
Terug naar archief