Het Vierpartijensysteem: de parlementsverkiezingen in Rusland (6)

René Does

Niet alleen een constitutionele meerderheid van twee derde van de zetels, maar zelfs een meerderheid van meer dan driekwart van de zetels: getalsmatig is de overwinning van regeringspartij Verenigd Rusland (ER) in de Russische parlementsverkiezingen van 18 september 2016 niet anders dan overweldigend te noemen. Toch zijn er bij de superwinst enkele kanttekeningen te plaatsen. Een nabeschouwing.

Steunend op de grote populariteit van president Vladimir Poetin haalde ER 343 van de 450 zetels in de Staatsdoema binnen, ofwel 76 procent. Dit is het beste resultaat dat de partij ooit behaalde. Het vorige record werd behaald in de parlementsverkiezingen van december 2007: 315 zetels (70 procent).

Het hoge resultaat is voor alles te verklaren uit de geweldige overmacht van ER in de districtsverkiezingen. Hier haalde de partij 203 van de 225 districtszetels binnen, terwijl ze nog niet eens in alle districten een kandidaat naar voren schoof, namelijk in 18 niet.

In de proportionele partijverkiezingen was de winst van ER minder groot. Hier haalde ER uiteindelijk 54,17 procent van de stemmen (niet veel meer dan de 49,54 procent in december 2011), tegenover de Communistische Partij van de Russische Federatie (KPRF) 13,37 procent, de Liberaal-Democratische Partij van Rusland (LDPR) 13,18 procent en Rechtvaardig Rusland (SR) 6,21 procent - de drie andere partijen die zoals voorspeld de kiesdrempel van 5 procent haalden.

De KPRF en SR verloren procentueel flink in vergelijking met december 2011, de LDPR won licht. Samen haalden de vier partijen in de nieuwe Staatdoema (iets meer) dan 86 procent van de stemmen, ofwel de 'Krim-consensus' in de Russische politiek werd nogmaals bevestigd: ongeveer zes op de zeven Russen vindt de annexatie van de Krim een goed idee en is geneigd te stemmen op partijen die dit actief uitdragen.

Door de herinvoering van het gemengde kiesstelsel van proportionele partijverkiezingen en districtsverkiezingen en de enorme winst van ER in die laatste steeg de partij van 238 naar 343 zetels, daalde de KPRF van 92 naar 42 zetels, de LDPR van 56 naar 39 zetels en SR van 64 naar 23 zetels.

Deze artikelenserie is geschreven onder de titel 'Het Vierpartijensysteem'. Het resultaat van de parlementsverkiezingen van 18 september komt in de praktijk echter neer op de overgang naar een éénpartijsysteem. De verkiezingen versterkten echter niet alleen de machtspositie van ER, maar vergrootten ook haar verantwoordelijkheid voor het regeringsbeleid, hetgeen in de huidige economische crisistijd niet van gevaar ontbloot is.

Na de politieke hervormingen die volgden op de omstreden parlementsverkiezingen in december 2011 in de vorm van de toelating van meer politieke partijen en de herinvoering van het gemengde kiesstelsel, is de superwinst van ER nog opmerkelijker te noemen. Formele democratisering heeft paradoxaal geleid tot een enorm versterkte machtspositie van de partij van de macht.

Pamfilova geeft zittend achter een tafel van de CEC een officiŽle verklaring

Pamfilova. Foto: cikrf.ru.

'ER heeft de oppositie met haar eigen regels verslagen. Als resultaat zal het land volgens de vertrouwde, maar toch ook in nieuwe politieke omstandigheden leven', concludeerde de Nezavisimaja Gazeta in een commentaar op de verkiezingsuitslag op 20 september.

Ella Pamfilova
Op enkele kleine incidenten na werden de verkiezingen als eerlijk en transparant beoordeeld door zowel plaatselijke waarnemers als de internationale waarnemers van de OVSE, waarbij de laatste wel lieten aantekenen dat de beïnvloeding van het verkiezingsproces door de machthebbers vooral vóór de verkiezingsdag had plaatsgevonden in zaken als verminderde mediatoegang voor oppositiekandidaten en aanpassingen in de kieswetgeving.

'Ik wil niet zeggen dat alles geweldig en eenduidig goed is gegaan, maar in zijn algemeenheid is het wel zo', verklaarde voorzitster Ella Pamfilova van de Centrale Kiescommissie na de verkiezingen. De benoeming van Pamfilova in het voorjaar van 2016 op deze post is ook een goede zet geweest van de machthebbers.

Sinds 1989 vervulde Pamfilova een reeks hoge functies in de Russische politiek, als parlementslid, minister en voorzitter van parlementaire commissies en presidentiële adviesraden. In het eerste decennium van deze eeuw en in de periode 2014-2016 was zij hoofd van de presidentiële adviesraad voor mensenrechten. Pamfilova staat bekend als een kundige politica die het resultaat boven het proces stelt en om deze politieke karaktertrek bij zowel de machthebbers als de oppositie altijd persoonlijk aanzien heeft genoten.

Opkomst
Na de lauwe en korte verkiezingscampagne werd er een lage kiezersopkomst verwacht. Deze verwachting kwam uit: de opkomst bedroeg slechts 47,8 procent, de laagste ooit. In december 2007 bedroeg de opkomst nog 63,7 procent en in december 2011 60,2 procent.

Vóór de verkiezingen werd meestal gesteld dat een hoge opkomst onvoordelig kon uitpakken voor het resultaat van ER. Achteraf lijkt dit waarschijnlijk niet te kloppen. De nieuwssite Polit.ru analyseerde op 23 september dat 'degene die wint degene is die zijn aanhangers mobiliseert'. Als ER nog meer zijn best had gedaan om zijn achterban te mobiliseren, had de winst waarschijnlijk nog hoger kunnen uitpakken.

Toch moet de lage opkomst ook zorgen bij ER oproepen, want het absolute aantal kiezers op de partij is - ondanks de overweldigende zetelwinst - nooit lager geweest dan op 18 september 2016. Terwijl door de extra 1,8 miljoen kiesgerechtigden op de Krim het totale aantal kiesgerechtigden in Rusland nu 109,8 miljoen burgers was, stemden maar 28,4 miljoen kiesgerechtigde Russen op ER in de proportionele partijverkiezingen. In december 2007 stemden nog 44,7 miljoen Russen op ER. In december 2011 waren dit er 32,4 miljoen, 12,3 miljoen minder. Het absolute aantal stemmers op ER lag in september 2016 dus nog eens vier miljoen lager.

Alle commentaren signaleerden dan ook desinteresse en wantrouwen in de hele politiek onder het hedendaagse Russische electoraat. 'Daar de opkomst beneden de 50 procent bleef, vertegenwoordigt de Doema een minderheid van de bevolking van het land. Daarin ligt haar enorme onvolwaardigheid', stelde KPRF-afgevaardigde Vadim Solovjov op 20 september tegen de krant Kommersant.

Deze absolute daling gold overigens voor alle partijen: in vergelijking met december 2011 daalde het aantal stemmers op de LDPR van 14,7 naar 6,7 miljoen, op de KPRF van 12,6 naar 6,8 miljoen, op SR van 8,7 naar 3,1 miljoen en op Jabloko van 2,3 miljoen naar 987.000.

Nog iets zorgelijker wordt het beeld voor ER als men bedenkt, en zoals Kommersant op 20 september berichtte, dat iets meer dan de helft van het absolute aantal stemmen op ER afkomstig is uit maar 13 van de 85 regio's, met name de nationale deelrepublieken Basjkortostan, Dagestan, Ingoesjetië, Kabardino-Balkarië, Karatsjajevo-Tsjerkessië, Mordovië, Noord-Ossetië, Tatarstan, Tyva en Tsjetsjenië. Hier jagen de machthebbers de bevolking in grote getale naar de stembus om op de partij van de macht te stemmen.

In Moskou daarentegen bedroeg de opkomst maar 35,2 procent en in Sint Petersburg was die met 32,5 procent nog lager. In Moskou kreeg ER slechts 37,3 procent van de stemmen, de KPRF 13,93 procent, de LDPR 13,11 procent, Jabloko 9,51 procent en SR 6,55 procent. Niet meer dan zo'n 12 procent van de Moskouse kiesgerechtigden heeft daadwerkelijk op ER gestemd.

In de noordwestelijke regio van Rusland (Sint Petersburg, Karelië, de provincies Leningrad, Pskov, Novgorod, Vologda en Moermansk) doet ER het verhoudingsgewijs sowieso nooit zo goed. Zo is de wetgevende stadsraad van Sint Petersburg het enige regionale vertegenwoordigende orgaan in Rusland waar sinds 18 september zes partijen zijn vertegenwoordigd - naast de vier machtspartijen ook de Partij van de Groei en Jabloko.

Regionale verkiezingen
Naast de landelijke verkiezingen werd er op 18 september nog een reeks regionale en plaatselijke verkiezingen gehouden. Zo stonden er negen gouverneursposten op het spel. Deze werden allemaal in de eerste ronde met een meerderheid van de stemmen gewonnen door de ER-kandidaten, van gouverneur Natalja Zjdanova met 54,32 procent van de stemmen in de provincie Bajkal tot president Ramzan Kadyrov met 98,11 procent van de stemmen in Tsjetsjenië.

Er werden ook nog vertegenwoordigers voor 39 regionale raden verkozen. Ook hier was ER overal de winnaar, maar vaak minder overheersend dan op landelijk niveau. De partij haalde in vier regio's minder dan 40 procent van de stemmen, in Karelië (33,2 procent), de Altaj, Krasnojarsk en de Zeeprovincie. Grote meerderheden waren er weer in verschillende etnische deelrepublieken, met Tsjetsjenië als uitschieter: 91,08 procent van de stemmen.

Op regionaal niveau bleken de Russische kiezers dus eerder bereid om op een oppositiekandidaat te stemmen. Zo kreeg de liberale Partij van de Groei in Sint Petersburg iets meer dan 10 procent van de stemmen. Verder kreeg onder meer Patriotten van Rusland 98 zetels in 13 regio's en Jabloko 23 zetels in 12 regio's. Overigens haalde Jabloko in de landelijke verkiezingen niet langer 3 procent van de stemmen, waardoor de oudgediende partij ook nog eens het recht op staatssubsidies heeft verloren.

Bijzondere stembureaus
Ten slotte enkele bijzondere en interessante weetjes over de verkiezingsuitslag in enkele bijzondere stemdistricten en stembureaus:


Vorige afleveringen:
I: inleiding
II: de campagne
III: Verenigd Rusland
IV: de loyale oppositie
V: de 'echte' oppositie